Home

Juf Samantha is geweldig, maar een luier verschonen mag ze niet

De werkdruk in de kinderopvang is hoog, ook door het grote personeelstekort. Het kabinet wil daarom honderden groepshulpen aanstellen om ondersteunend werk te verrichten. Maar zonder pedagogische opleiding mag een groepshulp lang niet alles. Zelf een kind op bed leggen, bijvoorbeeld.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over onderwijs.

Tussen de sloom kauwende peuters is Samantha van Dijkhorst een juf als alle anderen. Ze belegt voortvarend een stapel bruine boterhammen en poetst beplakte kindergezichten als de lunch erop zit. Maar waar haar collega’s van Kober Kinderopvang in het Brabantse Sprundel vervolgens de kinderen op bed leggen, veegt zij de broodkruimels op en ruimt ze de vaatwasser in.

Als groepshulp mag ze nu eenmaal niet al het werk doen dat direct met kinderen te maken heeft. Een snotneus afvegen kan nog wel, het verschonen van een luier dan weer niet. Zo’n taak is voorbehouden aan de pedagogisch medewerkers: de leidsters op de groepen die daarvoor zijn opgeleid.

Verlichten werkdruk

Een groepshulp heeft, ondanks het beperkte takenpakket, andere kwaliteiten. Bij steeds meer opvangorganisaties worden administratief medewerkers, fabrieksarbeiders en uitkeringsgerechtigden daarom met open armen ontvangen. Bij Kober concluderen ze na twee jaar experimenteren opgetogen dat Van Dijkhorst (39) de werkdruk bij haar collega’s duidelijk verlicht. Zij houden zo meer tijd over voor de kinderen.

De kinderopvang, die kampt met een groot personeelstekort, juicht die ontwikkeling toe. Zesduizend pedagogisch medewerkers zijn er de komende jaren nodig en dat worden er alleen maar meer zolang het kabinet vasthoudt aan het plan voor gratis kinderopvang. De invoerdatum daarvan is opgeschoven naar 2027, maar nu al moeten veel ouders wachten tot er plaats is op de crèche voor hun kind.

Een deel van de oplossing zoekt het kabinet in het vaker inzetten van groepshulpen, zodat die een deel van het huishoudelijk werk dat bij de opvang komt kijken (boodschappen doen, schoonmaken) uit handen kunnen nemen. Het kabinet maakte vorige week bekend dat het 6 miljoen euro aan subsidie uittrekt (10 duizend euro per groepshulp per jaar). De groepshulp moet dan wel een passende mbo-opleiding gaan volgen.

Een bont pallet

Bij Kober, een kinderopvangorganisatie met ruim tweehonderd locaties in West-Brabant, lopen er al 2,5 jaar groepshulpen rond. Zonder overheidssubsidie. De tachtig vacatures zijn inmiddels bijna allemaal gevuld door een bont pallet aan werkzoekenden: van jonge vrouwen met een achtergrond in de zorg of detailhandel tot vrouwen van ver in de vijftig die in de schoonmaak hebben gewerkt. Veel sollicitanten hadden ervaring met het werken met kinderen.

De meeste groepshulpen bij Kober hadden een werkloosheidsuitkering of kregen bijstand vanuit de gemeente toen ze solliciteerden, laat het UWV weten. Voor hen begint de (her)start van hun werkzame leven in de kinderopvang. Groepshulpen kunnen bij Kober een interne BBL-opleiding volgen tot pedagogisch medewerker, 24 van hen hebben dit inmiddels gedaan.

Directeur Emmeline Bijlsma van de BK (Brancheorganisatie Kinderopvang) is te spreken over de subsidie, omdat groepshulpen de werkdruk verlagen en een deel van hen kan doorgroeien naar pedagogisch professional. ‘Al gaat het niet dé oplossing zijn voor het personeelstekort. Daarvoor is de subsidie te klein en het tekort te groot.’

Niet formatief inzetten

Het aanstellen van groepshulpen om de werkdruk te verlichten, noemt Gjalt Jellesma van BOinK (belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang) begrijpelijk. Tegelijkertijd heeft hij zorgen. Houdt elke opvangorganisatie zich, wanneer de nood hoog is, bijvoorbeeld keurig aan de regel dat een groepshulp ‘niet formatief mag worden ingezet’, zoals de cao bepaalt?

De verleiding kan groot zijn, zegt Jellesma, om een groepshulp toch even bij de kinderen neer te zetten als een vaste collega ziek is. ‘Het risico is dan dat een pedagogisch medewerker in opleiding samen met een groepshulp op de groep staat.’

Het kabinet noemt ook Oekraïense vluchtelingen als potentiële groepshulpen. Jellesma heeft daar zijn twijfels bij, ook vanwege de taaleis die een hindernis kan zijn als ze een opleiding tot pedagogisch medewerker willen volgen. Ook unitmanager Wendy Franswa van kinderopvang Kober is duidelijk: Nederlands spreken is een minimumvereiste, ook omdat haar medewerkers soms kinderen moeten begeleiden met bijvoorbeeld een sociaal-emotionele of een taalachterstand.

Een schot in de roos

Samantha van Dijkhorst (39) kan amper uitdrukken hoe gelukkig ze is met haar nieuwe bestaan. Het kunnen troosten van verdrietige kinderen en het poetsen van vieze mondjes voelt voor haar als een breuk met haar vorige leven waarin ze lange tijd in een fabriek werkte. Als ‘zorgzaam type’ bleek haar sollicitatie als groepshulp een schot in de roos. Eindelijk werkt ze op een plek waar ze wordt ‘gezien’, vertelt ze met een grote glimlach.

Toch was het zoeken naar hoe ze het beste kon worden ingezet. ‘Haar collega’s vonden het moeilijk taken uit handen te geven’, herinnert Franswa zich. Ook was niet precies duidelijk wat ze konden verwachten van iemand zonder pedagogische opleiding.

Wel is het takenpakket van de groepshulpen bij Kober tot achter de komma uitgeschreven, om onduidelijkheden en risico’s te voorkomen. De kinderopvang is aan strenge regels en hoge kwaliteitseisen gebonden, waardoor de inzet van ongediplomeerd personeel tussen de jonge kinderen extra nauw luistert.

Licht verzorgende werkzaamheden

Franswa is dan ook verbaasd dat een groepshulp volgens de cao onder begeleiding van een pedagogisch medewerker ‘licht verzorgende werkzaamheden’ mag uitvoeren, zoals het verschonen van een kind. Bij Kober zijn ze strenger in de leer, zoals uit het schone-luiervoorbeeld mag blijken.

Franswa: ‘Dat is een belangrijk een-op-een-moment met een kind waaruit je heel veel kunt halen. Dan heb je echt interactie met een kind, je kunt ermee praten, een speeltje aangeven. Onze pedagogisch medewerkers zijn daarvoor opgeleid, een groepshulp niet.’

Los daarvan is er op de kinderopvang in Sprundel niets dan lof voor Van Dijkhorst. ‘Niet alleen omdat het zo’n enthousiaste wervelwind is, maar ook omdat ze weet hoe ze haar mouwen moet opstropen’, zegt Franswa. De baby’s, peuters en kleuters lopen waar mogelijk weg met de juf, die als voordeel heeft dat ze uit het dorp komt en alle ouders kent. Franswa: ‘Je kunt haar moeilijk niet leuk vinden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next