Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Rechercheur Raina Walhof (50) zocht aanvankelijk naar een specifieke overvaller, en stuitte vervolgens op een tweede, nog veel grotere crimineel.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Ik coördineerde het rechercheonderzoek naar een overval op een woonboot in Loenen aan de Vecht, en vroeg de geluidsopname op van de 112-melding. Een 92-jarige vrouw had ’s nachts gebeld: twee mannen met stokken waren haar woonboot binnengedrongen. Ze ontdekte hen toen ze naar de wc moest.
‘‘Ga in je bed liggen met je gezicht naar de muur’, schreeuwde een van hen. Dat heeft ze gedaan. Op een gegeven moment werd ze gedwongen de pincode van haar bankpas te geven. Ook namen de overvallers haar sieraden mee, en zilveren bestek.
‘De volgende dag ging ik naar het slachtoffer, een oude dame met een noodknop om haar hals. Ze vertelde mij een ander verhaal dan aan 112: bij nader inzien was ze ervan overtuigd dat er maar één inbreker binnen was geweest. Ze hoorde die man iemand bellen. Ik heb alle telefoongegevens van de zendmasten in haar buurt opgevraagd, maar dat leverde niks op.
‘Diezelfde week kwam een melding binnen bij Meld Misdaad Anoniem over de overvaller in Loenen: we kregen zijn naam. Dat is geen bewijs; misschien wil de beller zomaar iemand belasteren, maar we hadden nu wel een verdachte.
‘In overleg met de officier van justitie gingen we zijn telefoon aftappen. Ook vroegen we camerabeelden op van de pinautomaten in Diemen en Weesp, waar met de gestolen pinpas geld was opgenomen. Op die beelden zie je een man, eerst met een hoody en een hoog opgetrokken kraag over zijn neus, maar later ook zonder gezichtsbedekking. We deden een uitvraag onder collega’s. Niemand kende hem.
‘Vervolgens zijn we naar het tv-programma Opsporing verzocht gegaan: wie kent deze overvaller? Daarbij lieten we de beelden zien van de man met de gestolen pinpas.
‘Ondertussen had ik wel honderd keer die camerabeelden van het pinnen in Diemen en Weesp bekeken. Je bent gefocust op de persoon die pint. Maar op een gegeven moment zag ik, heel vaag, vanachter de bosjes in Weesp een witte schim bewegen. Op het moment dat de pinner wegloopt, gaat de schim ook weg. Ik keek de beelden uit Diemen terug en zag weer, heel vaag op de achtergrond, een witte schim lopen. Ze zijn tóch met z’n tweeën, dacht ik.
‘Na Opsporing verzocht gingen we met de crew iets drinken. Toen hoorde ik dat er al 25 tips over de geldpinner waren binnengekomen. Fantastisch! Maar toen ik ’s nachts thuiskwam belde onze recherchechef: ‘Naar aanleiding van Opsporing verzocht is een man aangehouden in Hilversum.’ Wát? Ik was daar helemaal niet blij mee – dat doorkruiste onze plannen van het verzamelen van bewijs over de tap. De volgende ochtend kreeg ik een boze officier aan de lijn: zij was het ook niet met die aanhouding eens.
‘Later die dag hoorde ik dat Opsporing verzocht-kijkers de politie in Hilversum hadden gebeld en zeiden: ‘Die verdachte zit in het huis van z’n moeder en is zijn spullen aan het pakken.’ Ze hadden hem aangehouden om te voorkomen dat hij kon vluchten. Diezelfde middag zei onze rechercheassistent, naar aanleiding van de afgetapte telefoongesprekken: ‘Raina, onze verdachte heeft met een vriend gebeld! Hij zegt over de pinnende man in Opsporing verzocht: ‘Wat een sukkel, met zijn gezicht vol in beeld.’ En: ‘Ze zoeken maar één overvaller, dus ik ben veilig.’’ Daar werd ik blij van, want dat is wél bewijs.
‘Vervolgens hoorden we over de tap dat deze man in vuurwapens handelde. Meteen hebben we ’s ochtends vroeg zijn voordeur eruit geblazen. We lichtten hem van z’n bed en troffen ook zijn vrouw en twee kinderen aan. Bij het doorzoeken van zijn huis sloegen we steil achterover: zijn werkkamer hing vol met Hitlerfoto’s en nazivlaggen. Hij was idolaat van Hitler. Ik dacht: dit is echt een heel grote engerd. Overal lagen wapens, boksbeugels en martelwerktuigen. Onder de bank waarop zijn vrouw en kinderen tijdens de aanhouding zaten, vonden we een heel groot machinegeweer.
‘Vanwege die jonge kinderen besloten we zijn vrouw niet aan te houden, maar ze bleef wel verdachte. Kort daarop hoorden we haar over de tap tegen een vriendin zeggen: ‘Ik ben blij dat ze niet in de tuin hebben gekeken’. Dus gingen we daar met een metaaldetector doorheen. En jawel: ook daar lagen heel veel vuurwapens en handgranaten, netjes ingepakt en ingegraven. In die man z’n telefoon vonden we nóg een berg aan bewijs, ook voor de overval in Loenen.
‘Ik heb van dit incident geleerd dat de allereerste informatie die een slachtoffer geeft, meestal de juiste is. Er waren wél twee overvallers. Latere verklaringen worden vaak ingekleurd. We moeten ons dus nooit blindstaren op één scenario.
‘Die twee overvallers en die vrouw zijn veroordeeld. Het mooiste is: we gingen met taart naar het slachtoffer om haar het nieuws te vertellen. Ze pakte met beide handen mijn hand, en zei: ‘Het contact met jullie houdt me meer en positiever bezig, dan het slechte wat er is gebeurd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant