Opnieuw organiseert een olieproducerend land de internationale COP-klimaatconferentie. Ook de Azerbeidzjaanse voorzitter en minister van Natuurlijke Hulpbronnen Mukhtar Babayev heeft in die sector zijn sporen verdiend. Maar of hij behalve een olieman ook een oliemannetje is?
is economieredacteur. Hij volgt de komende weken de klimaatconferentie in Azerbeidzjan.
Voorzitters van de jaarlijkse klimaattop moeten in overdrachtelijke zin altijd al een oliemannetje zijn. Tijdens de Conference of the Parties, zoals de toppen officieel heten, onderhandelen 197 landen met vaak tegengestelde visies en belangen over tientallen onderwerpen. Aan de voorzitter de taak die onderhandelingsmachine gesmeerd richting een unaniem gedragen slotakkoord te loodsen.
In de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe, waar maandag de 29ste top begint, is de voorzitter voor de tweede keer op rij ook letterlijk een olieman. Vorig jaar hamerde Sultan Al-Jaber, de president van het staatsoliebedrijf van de Verenigde Arabische Emiraten, in Dubai de ‘UAE Consensus’ af. Dit jaar mag de Mukhtar Babayev, de Azerbeidzjaanse minister van Ecologie en Natuurlijke Hulpbronnen het proberen.
‘Natuurlijke hulpbronnen’ betekent in Azerbeidzjan: olie en gas. Al in middeleeuwse geschriften wordt melding gemaakt van verschillende oliebronnen in het land. Halverwege de 19de eeuw werd begonnen met de industriële winning van dat zwarte goud. En nog altijd zijn de jaknikkers goed voor 90 procent van het geld dat de Azeri’s verdienen aan de export en voor ruim de helft van de overheidsinkomsten.
Babayev (56) is al jaren betrokken bij de exploitatie van die bodemschatten. Nadat de in Bakoe geboren minister in de jaren tachtig politicologie had gestudeerd in Moskou werkte hij, na een korte periode bij de overheid, bijna een kwarteeuw in verschillende functies bij Socar, het Azerbeidzjaanse staatsoliebedrijf.
Die baan combineerde hij tussen 2010 en 2015 met het lidmaatschap van parlement namens de Nieuw Azerbeidzjaanse Partij, die al sinds 1992 op autoritaire wijze de lakens uitdeelt in het land. Babayev was toen ook al lid van de commissie die gaat over ecologie, natuurlijke hulpbronnen en energie.
Een man met zulke nauwe banden met olie- en gaswinning lijkt op zijn zachtst gezegd niet de ideale dokter om de wereld te helpen afkicken van fossiele brandstoffen. Dat beeld werd vorige week nog maar eens versterkt nadat mensenrechtenorganisatie Global Witness had geopenbaard dat het undercover een pijnlijk gesprek had gevoerd met Elnur Soltanov, de directeur van het organisatiecomité van de COP in Bakoe en tevens onderminister van Energie.
Medewerkers van Global Witness deden zich voor als investeerders in fossiele brandstof die de klimaattop wilden sponsoren en deel wilden nemen aan een evenement over ‘duurzaam investeren in olie en gas’. Ook informeerden ze naar het ontginnen van nieuwe olievelden in Azerbeidzjan. Na wat tegensputteren over groene investeringen en het oplossen van de klimaatcrisis, erkende Soltanov dat er nog veel gas gewonnen zal worden in het land en verwees de ‘investeerders’ door naar Socar.
Die onthulling doet wederom denken aan vorig jaar, toen Sultan Al-Jaber kort voor de top in opspraak raakte omdat hij rondom de onderhandelingen ook met verschillende landen zou spreken over olie- en gasdeals.
Maar in de weken na die onthulling liet Al-Jaber zien dat een olieman zijn voor goede onderhandelingen geen beletsel is. In Dubai lukte het, voor het eerst in ruim dertig jaar van internationale klimaatonderhandelingen, om een passage in het slotakkoord op te nemen dat de wereld ‘de transitie inzet, weg van fossiele brandstof’. Dat Saoedi-Arabië met zo’n tekst instemde, werd grotendeels toegeschreven aan het gezag van Al-Jaber.
In een ingezonden stuk in The Guardian, een van zijn weinige openbare uitingen, zette Mukhtar Babayev zichzelf in navolging van Al-Jaber neer als dealmaker. Hij zou de verschillen kunnen overbruggen tussen rijke en de ontwikkelende landen. En zo in Bakoe het fundament kunnen leggen voor de belangrijke top volgend jaar in Brazilië, waar alle landen hun nationale klimaatambities moeten presenteren. Verder stelde de COP-voorzitter dat voor Azerbeidzjan een groene toekomst lonkt vol windmolens en waterkrachtcentrales.
Babayevs groene inborst zou ook blijken uit de het feit dat hij in de eerste plaats minister van Ecologie is. Dat is in Azerbeidzjan geen lege portefeuille. De jarenlange oliewinning heeft in het land namelijk op veel plekken ernstig vervuild. De afgelopen decennia is er veel gedaan om de troep op te ruimen. Babayev was binnen Socar al verantwoordelijk voor die operatie.
Toch wijst niets erop dat Babayev de komende weken net als Al-Jaber de wereld zal verrassen met een historische deal.
Dat is grotendeels te wijten aan de moeilijke omstandigheden waaronder deze top plaatsvindt. Met het ingewikkelde onderwerp ‘klimaatfinanciering’ – rijke landen die moeten betalen voor de klimaatkosten van ontwikkelingslanden – op de agenda winnen juist in rijke landen politici die weinig op hebben met klimaatbeleid en internationale solidariteit.
Daarbij speelt dat Babayev en zijn delegatie de afgelopen maanden geen geweldige indruk hebben achtergelaten. Azerbeidzjan werd pas heel laat tot voorzitter gekozen toen de Russen andere kandidaten blokkeerde binnen de groep van Oost-Europese landen die dit jaar aan de beurt waren om COP te organiseren.
Hoewel Babayev zelf vijf delegaties naar de klimaattop leidde, blonk hij daar nooit uit in betrokkenheid. En sinds vorig jaar heeft hij die lijn doorgezet. Zo schitterde hij door afwezigheid bij belangrijke bijeenkomsten, zoals de voorbereidende conferentie in Bonn afgelopen zomer. Waar hij wel verscheen stak de grijze apparatsjik matte speeches af.
Ook vertellen diplomaten, op voorwaarde dat hun naam niet genoemd wordt, dat er onder de partijen irritatie bestaat over de gebrekkige voorzittersskills van de Azeri’s. Vergaderingen lopen uit en onderhandelingen slepen. ‘Dit is bij lange na niet het niveau van Dubai’, zegt een van hen.
Het grootste probleem aan deze olieman lijkt de komende weken dus vooral te zijn dat hij geen oliemannetje is.
3 × Azerbeidzjan
• Azerbeidzjan kreeg de klimaattop toegewezen dankzij Rusland. Aanvankelijk leek de top naar Bulgarije te gaan, maar daar weigerde Poetin mee in te stemmen. Hetzelfde gebeurde met Armenië. Alleen de Azeri’s wilde de Russische president wel steunen.
• De familie Aliëv heeft het in Azerbeidzjan al 31 jaar voor het zeggen. De huidige president, Ilham Aliëv, is de laatste jaren op oorlogspad. Vorig jaar verdreef hij de Armeense bevolking uit de enclave Nagorno-Karrabach
• In Azerbeidzjan is geen sprake van vrije pers. Volgens de Europese Federatie van Journalisten zitten er momenteel 23 journalisten gevangen in het land. In aanloop naar de klimaattop treedt de regering volgens de EFJ steeds harder op tegen journalisten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant