Home

‘Ik moest nog aan je denken van de week’, zegt ze met een twinkeling in haar ogen

‘Wat doe jij hier?’, roept ze naar me vanaf de andere kant van de straat. Ik stop, zij keert om en als we allebei veilig op de stoep staan, omhelzen we elkaar. We staan op een straathoek in Amsterdam-West, de buurt die ooit van mij was, maar waar ik me blijkbaar tegenwoordig voor mijn aanwezigheid moet verantwoorden.

Nou, in het kort komt het neer op ademhalen. Het opsnuiven van de levendigheid, de snelheid, de onrust, de zelfingenomenheid, het geflirt, het gevloek, het gebel, de geur van verse croissants, de vrouwen in hun zwarte leggings met witte Nike-sokken, de jonge vaders met hun kinderen op de fiets, de chaos.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

De stad inhaleren, dat kom ik hier doen, haar over mijn longen roken. Heb het even hard nodig als de rust van de duinen en de stilte van het koude water.

‘Ik moest nog aan je denken van de week’, zegt ze, met een twinkeling in haar ogen. O, leuk! ‘Op een goede of een slechte manier?’, vraag ik. Tijdens het koken? Of op het moment dat je de bodem uit een volle vuilniszak hoort scheuren? Bij het samenstellen van een top 3 van favoriete schrijvers? Tijdens het masturberen? Vlak voor het overgeven?

‘Nou, ehm’, zegt ze en de twinkeling wordt een verontschuldigende glans. Ik voel de bui alweer hangen. ‘Nee’, roep ik, ‘niet weer!’ De vorige keer dat ze aan me moest denken, stuurde ze me een filmpje van een soort reus die te gast was bij een talkshow. Hij had inderdaad wel iets van me weg. Tenminste, als je me tien jaar lang zou volspuiten met anabolen, me vier keer per dag biefstuk zou laten eten, retourtje Istanbul erbij voor een kleine haartransplantatie, vervolgens een foto van me zou maken en die aan een karikaturist zou geven.

Dit keer is het nog erger. Ze heeft aan me gedacht tijdens de overwinningsspeech van Donald Trump. Er stonden allemaal mensen op het podium en ‘een van zijn zoons’ deed haar aan me denken. ‘Wat? Wie? Toch niet Baron (die opeens 2,06 meter is? Kan iemand daar een keer een geigerteller bij houden)?

Nee, zegt ze. We pakken onze telefoons erbij en zoeken de desbetreffende foto op. Misschien bedoelt ze Jared Kushner, maar daar lijk ik echt niet op. Donnie Jr. is ook geen match. Dan kom ik langs Eric Trump. Ik hou mijn telefoon voor haar gezicht. ‘Is het Eric?’ Ja, antwoord ze berouwvol maar geamuseerd. Ik zie de gelijkenis: we hebben allebei wenkbrauwen.

Eric zal ongetwijfeld een fraaie rol in de regering-Trump II gaan krijgen, wat betekent dat we in ieder geval de komende vier jaar veel van hem gaan zien en horen. Nu zijn er wel meer mensen voor wie de overwinning van Trump een tegenvaller is, maar voor mij is het wel het allerergst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next