Schaatsbond KNSB maakt zich vijftien maanden voor de Olympische Winterspelen van Milaan zorgen om de resultaten van de Nederlandse mannen. De toptijden van Chris Huizinga bij het wereldbekerkwalificatietoernooi waren daarom een prettige verrassing. "Maar laat het nu ook internationaal zien."
Het is een grafiek waarover afgelopen zomer vele uren is gepraat in de Nederlandse schaatswereld. Zet het aantal medailles van de Nederlandse mannen bij de laatste tien WK afstanden op een rij en je ziet een dalende lijn.
De wereldkampioenschappen van vorig seizoen waren het dieptepunt. De mannen in het oranje pakten afgelopen februari in het Canadese Calgary slechts 3 van de mogelijke 21 medailles op olympische onderdelen. Patrick Roest won goud op de 5 kilometer en Kjeld Nuis was goed voor zilver (1.500 meter) en brons (1.000 meter).
Technisch directeur Remy de Wit van de KNSB maakt zich zorgen over deze negatieve trend. "En voor ons is het nog zorgwekkender dat het aantal unieke namen dat WK-medailles wint bij de mannen afneemt." Dat is te zien in de tabel hieronder:
Nederland teerde jarenlang op de successen van schaatsers als Sven Kramer, Bob de Jong, Stefan Groothuis en Thomas Krol. Die mannen zijn inmiddels allemaal gestopt. Grote talenten als Jenning de Boo (20), Tim Prins (21) en Joep Wennemars (22) komen eraan, maar hebben nog niet bewezen dat ze op de WK afstanden op het podium kunnen komen.
"We zitten bij de mannen tussen twee generaties in", zegt Freek van der Wart, disciplinemanager langebaan bij de KNSB, in gesprek met NU.nl. "We komen van een generatie met toppers die heel veel wonnen. En nu zijn er jonge jongens aan het doorbreken waarvan we verwachten dat ze in de toekomst zouden kunnen winnen, maar dat nog niet hebben gedaan."
De schaatsbond heeft de afgelopen maanden veel gesprekken gevoerd met de commerciële teams over de mindere prestatie van de mannen. Want in februari 2026 worden bij de Spelen van Milaan weer een flink aantal Nederlandse schaatsmedailles verwacht. De KNSB zet in op tien plakken (mannen en vrouwen samen), waarvan vier gouden.
"Wij vinden dat als je in het oranje schaatst, je moet meedoen om de podiumplekken", zegt Van der Wart. "Daarom hebben we in gesprekken met de teams benoemd dat we ons bewust moeten zijn van onze positie bij de mannen."
Bij het wereldbekerkwalificatietoernooi in Heerenveen van afgelopen weekend ontbraken uitgerekend Roest en Nuis door blessures. Daardoor kregen de mannen achter de enige medaillewinnaars bij de laatste WK alle kans om te laten zien dat ze de aansluiting met de wereldtop hebben gevonden.
Op sommige afstanden lukte dat. De Boo noteerde op de 500 meter de snelste tijd van het nog prille seizoen (34,36). Op de 1.000 en 1.500 meter kwamen de winnaars - respectievelijk Prins en Tijmen Snel - niet in de buurt van de tijden die wonderkind Jordan Stolz een week eerder noteerde in Milwaukee, een langzamere baan dan Thialf.
"Ik wil grenzen verleggen en ooit de allerbeste schaatser worden", zei Prins na zijn teleurstellende vierde plek op de 1.500 meter. "Maar dat gaat met vallen en opstaan."
De grootste verrassing van het mannentoernooi was zonder twijfel Huizinga. De 27-jarige allrounder van Team Essent draait al jaren mee in de Nederlandse subtop, maar won nog nooit een internationale prijs op een individueel nummer.
Maar nu klokte hij op de 5 kilometer (6.06,72) en de 10 kilometer (12.43,45) opeens tijden waarmee je mag gaan dromen van WK-medailles.
"Ik hoop dat ik met deze races wat zorgen heb weggenomen bij de KNSB", zei Huizinga zondag na zijn 10 kilometer met een knipoog. "Ik denk dat we altijd goede Nederlandse mannen hebben gehad. En je kunt na dit weekend zeggen dat er weer een paar jongens zijn opgestaan."
Van der Wart keek vanaf de tribune in Thialf tevreden naar de doorbraak van Huizinga. "Het is supergoed hoe Chris zich hier heeft geprofileerd. Maar laten we nu kijken hoe hij het doet in het internationale veld. Want daar gaat het uiteindelijk om."
Source: Nu.nl algemeen