Jongvolwassenen laten naar eigen zeggen vaker hun stem horen via politieke acties, zoals petities en demonstraties. De actievoerders zijn verhoudingsgewijs vaak jong (tussen de 18 en 25 jaar) en vrouw, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In de periode van 2020 tot en met 2023 gaf 44 procent van de 18- tot 25-jarigen aan in de vijf jaar ervoor deel te hebben genomen aan een of meer politieke acties. In de periode tussen 2012 en 2019 was dat nog 38 procent van de jongvolwassenen. Met name handtekeningenacties en demonstraties zijn populair onder jongvolwassenen. Tussen 2020 en 2023 zei bijna 42 procent van hen eerder mee te hebben gedaan aan deze vormen van onconventioneel actievoeren. Dat is ongeveer 7 procentpunt meer dan voorheen. Aan conventionele acties, zoals het benaderen van een politicus of politieke partij, deed een veel kleiner deel van de jongvolwassenen mee: circa 8 procent.
Hoewel ook 25-plussers vaker deelnemen aan politieke acties, doen ze dat niet zo vaak als 18- tot 25-jarigen. Tussen 2022 en 2023 zei bijna 44 procent van de jongvolwassenen eerder mee te hebben gedaan aan een politieke actie, tegenover 36 procent van de 25-plussers. Jongvolwassenen kiezen vaker dan de leeftijdsgroep boven hen voor deelname aan onconventionele acties, terwijl 25-plussers vaker conventionele acties voeren dan de jongvolwassenen.
Jongvolwassenen die een opleiding volgen op hbo- of wo-niveau, gaven tussen 2022 en 2023 vaker aan eerder deel te hebben genomen aan politieke acties dan jongvolwassenen met basis-, voortgezet- of mbo-onderwijs. Meer dan de helft van hbo- of wo-studenten deed mee aan politieke acties, tegenover iets meer dan 30 procent van hun leeftijdsgenoten met een lager opleidingsniveau.
Bijna de helft van de vrouwelijke jongvolwassenen zei mee te hebben gedaan aan een politieke actie. Jonge mannen waren minder vaak aanwezig: iets minder dan 40 procent van hen gaf aan deel te hebben genomen aan een politieke actie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant