Home

Bij de herdenking van de Kristallnacht is wat in 1938 gebeurde, toch dichtbij. ‘Ik heb geen ruimte in mijn hoofd en mijn hart voor een ‘ja, maar’’

De mishandeling van Israëlische Maccabi-supporters leidt tot een schokgolf onder de Joodse gemeenschap in Nederland. Die herdacht dit weekend juist in verschillende steden de Kristallnacht. Zo ook in Groningen. ‘Het ergste is dat mijn familie in Israël zich nu zorgen maakt over míjn veiligheid.’

is verslaggever van de Volkskrant. Reportage vanuit Groningen.

86 jaar geleden is het inmiddels; de gewelddadige jacht op duizenden Joden tijdens Kristallnacht. Maar voor de bezoekers van de herdenking in Groningen voelt het deze zondag als de dag van eergisteren. Vrijdagochtend werden Joden namelijk opnieuw het doelwit van geweld, zij het enkele tientallen en uiteraard niet in dezelfde mate. ‘Ik ben normaal gesproken tegen alle vergelijkingen met de jaren dertig’, zegt de aanwezige Chantal Suissa-Runne. ‘Maar nu is het volstrekt terecht.’

Het is een sentiment dat breder leeft onder de aanwezigen uit de joodse gemeenschap in Groningen. Amsterdam mag hier geografisch dan ver vandaan liggen, gevoelsmatig is het conflict in het Midden-Oosten inmiddels al te dichtbij gekomen. Het is misschien de reden dat de stille tocht van het Waagplein naar de synagoge vandaag luider klinkt dan ooit: met in totaal zevenhonderd tot duizend zwijgende mannen en vrouwen is er een ongekende opkomst.

Nauwelijks bevatten

De Israëlische Nadav Levi (29) kan het allemaal nog nauwelijks bevatten. Hij studeert in Groningen aan de Rijksuniversiteit, maar was er donderdag bij toen Maccabi Tel Aviv een 5-0-nederlaag leed tegen Ajax in de Arena. Hij was net in zijn hotel aangekomen toen om 2:57 uur een bericht werd gepost in de appgroep van het Jewish Network of Amsterdam: we hebben auto’s nodig, er zijn Israëlische supporters in het nauw. Er gingen verhalen rond over taxi’s die niet meer te vertrouwen waren.

Levi bedacht zich geen moment en stapte in de auto. Even later reed hij met een vader en zijn zoon op de achterbank naar het NH Hotel op het Rembrandtplein. ‘Weet je wat ik nog het ergste vind’, zegt hij met een van emoties haperende stem. ‘Ik ging om vijf uur slapen en om zeven uur werd ik wakker met allemaal gemiste oproepen van mijn familie in Israël. Ze waren daar bang dat ik hier niet veilig was – terwijl het dáár oorlog is.’

Het was niet dat de Joodse gemeenschap de gebeurtenissen van vrijdagochtend nodig had om zich te realiseren dat het anti-Joodse sentiment in Nederland sinds 7 oktober is toegenomen. Er waren immers al de cijfers van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI): dat noteerde 379 antisemitische incidenten in 2023, een jaar eerder waren dat er nog 155. Het meldpunt voor onlinediscriminatie zag een toename van 47 procent.

Geruit petje

Het zichtbaarste bewijs dat daarmee ook de angst onder de Joodse gemeenschap significant is toegenomen, zit in de binnenzak van de leren jas van Wubbo de Vries (68), die met zijn vrouw en dochter meeloopt: een geruit petje. ‘Die doe ik op als ik hier vanavond de synagoge weer verlaat’, vertelt hij. ‘Het wordt voor ons in Nederland steeds moeilijker om te laten zien wie je bent.’

Toch weet de bescheiden Joodse gemeenschap in Groningen zich vandaag massaal gesteund: onder de vele honderden aanwezigen zijn ook veel sympathisanten. Mensen zoals Arie Sikkema (68) en zijn vrouw Ineke uit Harden, die hier direct vanuit hun kerkdienst naartoe zijn gekomen. ‘We wilden laten zien: jullie zijn niet alleen. Want we weten dat de ogen van veel Joodse mensen vandaag op deze bijeenkomst gericht zullen zijn.’

En net zoals politici vrijdag over elkaar buitelden om op camera’s en X hun steun te betuigen, zo weten ze zondag ook het Groningse Waagplein te vinden. Daar staan PVV’er Ton van Kesteren en BBB’er Henk Marquart Scholtz om te laten zien dat ze ‘pal achter de Joodse gemeenschap staan’. De gebeurtenissen van afgelopen week onderstrepen volgens Van Kesteren maar weer eens de noodzaak om de ‘islamisering van Nederland een halt toe te roepen’.

Vergoelijken

Voor Chantal Suissa-Runne, die aan het einde van de stille tocht spreekt in de synagoge, is die aandacht voor de Joodse zaak vanuit uiterst rechtse politici geen onverdeeld genoegen. De Amsterdamse zet zich al 25 jaar in voor de dialoog tussen joden en moslims en vindt het ongemakkelijk dat joden ‘worden gebruikt om moslims te bashen’. ‘Dat laat onverlet dat we wél moeten benoemen dat het jonge islamitische jongens waren die dit hebben gedaan’, vindt ze.

Dat partijen aan de andere kant van het politieke spectrum juist weer wijzen op provocerende Maccabi-fans die hun gedragingen vergoelijken, keurt ze eveneens af. ‘Ik heb geen ruimte in mijn hoofd en hart voor dat ‘ja maar’. Natuurlijk waren die spreekkoren en verscheuren van Palestijnse vlaggen fout’, zegt ze. ‘Maar de mensen die donderdagnacht slachtoffer werden, zijn niet opgejaagd om wat ze deden, maar om wie ze waren.’

En hoe beangstigend dat idee ook is, Suissa-Runne blijft ervoor pleiten om in gesprek te blijven. Gelukkig kreeg ze vrijdag talloze appjes die haar optimistisch stemden: van moslims, imams en zelfs één van een Palestijn op de Westbank die zich bekommerde om haar veiligheid. ‘We moeten tegen de klippen op hoop houden’, vindt ze. ‘Net zoals de mensen dat in de donkerste momenten van de geschiedenis hebben gedaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next