Home

Landbouw is in economische zin een tamelijk onbeduidende sector in Nederland (2)

Vorige week zagen we dat de landbouwsector niet groter is dan grofweg 1,5 procent van de omvang van de totale economie. Landbouw is een ukkie. En dan heb ik het in hoofdzaak over veeteelt (koeien, varkens, pluimvee, enzovoort), plus akkerbouw (kolen, uien, prei en suikerbieten), plus tuinbouw (paprika’s, tomaten, basilicum).

Maar, wierpen sommige lezers tegen. Maar als ik op internet zoek, dan vind ik heel wat anders. Dan lees ik: ‘De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex bedroeg in 2021 ongeveer 57 miljard euro, dat is bijna 7 procent van het bruto binnenlands product (bbp).’ Hoe zit dat?

Dank voor de uitstekende vraag, beste lezers. Die stelt mij in staat om wat desinformatie over de landbouw te demonteren, desinformatie die in de hand wordt gewerkt door Wageningen Economic Research (WER) in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Samen publiceren deze organisaties jaarlijks De Staat van de Landbouw, Natuur en Voedsel.

De staat van de landbouw? Nou, de publicatie gaat over het ‘totale agrocomplex’ en dat is heel wat anders dan de landbouw. Daar doen de auteurs ook niet geheimzinnig over. Ik citeer: ‘De agrarische sector is nauw verweven met andere delen van de economie. Enerzijds is agrarische productie nauwelijks mogelijk zonder toelevering van goederen en diensten zoals veevoer, kunstmest, energie, machines, stallen, kassen, veterinaire en zakelijke diensten; anderzijds vergen ruwe agrarische producten verwerking in de voedingsmiddelenindustrie, handel en distributie voordat ze op het bord van de consument terechtkomen. Het geheel van directe en indirecte activiteiten rond de agrarische sector kan als een samenhangende keten worden gezien, het agrocomplex.’

Dit ‘agrocomplex’ is goed voor die 57 miljard euro (oftewel 6,7 procent van het nationaal inkomen) die je als eerste vindt als je googelt. Maar dit is dus niet (alleen) de toegevoegde waarde van de landbouw. Maar ook de toegevoegde waarde van de kunstmestproductie. Van de veevoerproductie. Van de groothandel in groente en fruit, en van de fijndistributie, van het distributiecentrum naar winkelier en supermarkt. Het is óók de toegevoegde waarde van de kaasmakers, saladesnijders, slachterijen, bierbrouwers en worstenmakers, en zo voort en verder.

Een groot deel van de toegevoegde waarde is het gevolg van handel met het buitenland, namelijk 2,8 procent (van de 6,7 procent in totaal). Dan gaat het onder meer om de verwerking in Nederland van importgoederen als olijfolie, cacao, koffie, thee en tabak. Binnenlandse productie is goed voor de rest, 3,9 procent (van de 6,7 procent in totaal).

Is er iets tegen deze som over het ‘agrocomplex’? Nee hoor, maar het zegt weinig. De auteurs schrijven zelf: ‘Deze insteek is historisch gegroeid, en vooral ingegeven door de wens een keten ‘van grond tot mond’ in beeld te brengen.’ Prima, als iemand daar lol in heeft. Maar we publiceren geen studies naar het ‘zakelijke dienstverleningscomplex’, het ‘zorgcomplex’, of het columnistencomplex’. Het is nietszeggend. Als elke sector zich op papier de toegevoegde waarde zou toe-eigenen van leveranciers en afzetkanalen zou ons nationaal inkomen drie keer zo groot zijn.

Maar deze sectorale gekkigheid moet natuurlijk niet gaan leiden tot verkeerde beeldvorming, tot het kunstmatig oppompen van het economische belang van een sector met een calimerocomplex. En dat is precies wat er wél gebeurt als landbouwvoorlieden gaan praten over de landbouw als ‘dragende sector’ van de Nederlandse economie, en dat ze dan niet meteen worden tegengesproken.

De Nederlandse landbouwsector, die grofweg de helft van het land gebruikt voor de productie, voegt jaarlijks (hooguit) 1,5 procent economische waarde toe aan het nationaal inkomen.

Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next