Home

35 jaar na de val van de Muur is de grens tussen Oost en West weer terug – op papier althans

In de aanloop naar de herdenking van de Val van de Muur verschenen in Duitsland zeven boeken over het vermeende anders-zijn van Oost-Duitsland. Hoogst interessant, vindt hoogleraar literatuurwetenschap en ‘Berliner’ Jan Konst, al mist hij in de meeste de blik en de ervaring van het individu.

Hooggespannen waren de verwachtingen in de jaren kort na de val van de Muur, op 9 november 1989. Nu groeit samen wat samenhoort, dacht menigeen met de woorden van de ervaren politicus Willy Brandt in het achterhoofd. En maar al te graag droomden Duitsers weg bij de ‘bloeiende landschappen’ waarover toenmalig bondskanselier Helmuth Kohl pochte.

Vijfendertig jaar later is het aanvankelijke optimisme vervlogen. Niet alleen hinken de neue Bundesländer economisch gezien nog altijd achter de feiten aan, ook voelen veel inwoners van de voormalige DDR zich tot op de dag van vandaag tweederangsburgers in een land waarmee ze zich maar moeilijk kunnen identificeren. Het is of de grens tussen Oost en West terug is, dit keer niet als staatsgrens, maar als ingebeelde grens, een fantoomgrens tussen twee werelden die zich steeds verder uit elkaar lijken te bewegen.

Over de auteur
Jan Konst (1963) is hoogleraar literatuurwetenschap aan de Freie Universität Berlin en schrijver.

Waartoe dat leidt, bleek in september bij de deelstaatverkiezingen in Saksen, Thüringen en Brandenburg. Bijna de helft van de Oost-Duitse kiezers koos voor partijen die op het politieke speelveld links- dan wel rechtsbuiten verworteld zijn.

De commentaren in de media waren eenduidig. De verklaring voor de verkiezingswinst van de rechts-radicale Alternative für Deutschland (AfD) en het links-populistische Bündnis Sahraleven Wagenknecht (BSW) zou liggen in een wijdverbreide ontevredenheid met de eigen levenssituatie en de stellige afwijzing van de politiek van de bondsregering (migratie, milieu, Oekraïne).

Gezaghebbende groep mensen

Sinds de vroege jaren negentig woon ik in Berlijn. Er wordt weer net zo heftig als destijds gediscussieerd over de verschillen tussen Oost en West, tussen Ossi’s en Wessi’s. Met enige nadruk klinkt in het publieke debat de stem op van negen auteurs. Publicisten en vakwetenschappers. Allen werden ze geboren in de voormalige DDR, alsof op dit moment een gezaghebbende groep mensen bezig is ook de éígen identiteit te herdefiniëren. Tijdens de afgelopen anderhalf jaar schreven de negen samen zeven boeken, die uitkwamen bij vooraanstaande publieksuitgevers en bestsellers werden.

In 2023 namen de historicus Katja Hoyer (1985) en de germanist Dirk Oschmann (1967) het voortouw. Allebei betogen ze dat een eenzijdig, West-Duits perspectief de blik op het DDR-verleden en de vijf nieuwe deelstaten domineert.

Voor Hoyer is dat weinig verrassend, want – zo heet het in Diesseits der Mauer – de geschiedenis wordt nu eenmaal geschreven door de overwinnaars. De Wiedervereinigung was geen proces op ooghoogte, geen wederzijdse bestuiving van gelijkwaardige partners. Voor Oost-Duitsers was aanpassen het parool. Zij hadden zich te voegen in een nieuwe politiek-economische orde en moesten ‘normale medeburgers’ worden, waarbij normaal synoniem was met West-Duits.

Negatieve kanten van de onrechtsstaat

Hoyer wil zich bevrijden van bestaande denkkaders. Zij velt een opvallend positief oordeel over de DDR, die zij karakteriseert als een in beginsel klassenloze maatschappij waarmee het overgrote deel van de bevolking vrede had. Dat riep heftige reacties op. Nogal wat recensenten betogen dat Hoyer te weinig aandacht heeft voor de negatieve kanten van de onrechtsstaat die het socialistische Duitsland eerst en vooral was.

Ook Oschmann kreeg de nodige kritiek. Hem wordt verweten dat hij in Der Osten overdrijft. De literatuurhistoricus analyseert de actuele beeldvorming van Oost-Duitsland en komt tot de slotsom dat die wordt ingegeven door de clichés en vooroordelen van West-Duitsers.

Kwaadsprekerij en lasterpraat, vindt hij, zodat het vaak negatief gedachte Oosten in feite een uitvinding (‘Erfindung’) van het Westen is. In het strijdschrift dat zijn boek wil zijn, concludeert Oschmann dat de Neue Länder veel weg hebben van ‘een kankergezwel aan het lichaam van het Westen, dat blijvend pijn veroorzaakt en dat men niet meer kwijtraakt’.

Politieke randen winnen aan invloed

Zijn Oost-Duitsers echt zo anders? Als je hun stemgedrag vergelijkt met ontwikkelingen in veel andere Europese staten inclusief Nederland, waar de politieke randen eveneens aan invloed winnen, kun je je dat afvragen.

Misschien zijn het in werkelijkheid de West-Duitsers die afwijken. In een internationaal perspectief belichamen zij in zekere zin ‘de Andere’, zodat je ook hun otherness aan de orde zou kunnen stellen. Duitse kranten doen dat zelden. In plaats daarvan wordt voortdurend ingezoomd op de inwoners van de vijf oostelijke deelstaten en is men op zoek naar onderliggende verklaringen voor hún keuzes en overwegingen.

In Freiheitsschock beschrijft de historicus Ilko-Sascha Kowalczuk (1976) de teloorgang van de DDR als een revolutie, een radicale omwenteling in het teken van de vrijheid. De Oost-Duitsers wierpen de ketenen van zich af en onttrokken zich aan het machtsapparaat van de eenheidspartij SED. Dat had een prijs: de ‘vrijheidsschok’.

Zélf verantwoordelijk

Ineens stel je namelijk vast dat er niet meer voor je wordt gezorgd, zoals dat in een dictatuur wel gebeurt voor de aangepasten en degenen die trouw betuigen aan het systeem. Je bent nu zélf verantwoordelijk. Velen hebben daarmee geworsteld, ook omdat de economische omstandigheden na 1989 hachelijk waren. Dat leidde er niet alleen toe dat mensen zichzelf als slachtoffer gingen zien, maar ook dat op een wat later moment AfD en BSW – partijen met schijnbaar pasklare antwoorden – veel toeloop hadden.

De Wende staat voor geleefde democratie. Een brede en vooral ook vreedzame meerderheid (‘Wir sind das Volk!’) legde in de nadagen van de DDR het fundament voor een nieuw Duitsland. Christina Morina (1976), hoogleraar hedendaagse geschiedenis, onderzoekt in Tausend Aufbrüche de denkbeelden over democratie bij vroegere DDR-burgers. Zij constateert dat de vertegenwoordigende democratie van het Westen bij hen op kritiek stuit. De ervaringen in 1989-1990, toen het pleit op straat werd beslecht, maakten veel mensen ontvankelijk voor een basisdemocratisch denken. Ook dáárom zijn populistische partijen succesvol in het Oosten, want die bedrijven heel gericht ‘van onderaf’ politiek.

In Fabelland beweegt Ines Geipel (1960), schrijver en hoogleraar aan een toneelacademie, zich tussen de polen ‘woede’ en ‘geluk’. Zij duidt de collectieve wrok in het Oosten als een narratief dat een bedreiging vormt voor de ongekende kansen die besloten liggen in de Duitse hereniging. De mensen gaat het beter dan vroeger, maar zij onderkennen dat in onvoldoende mate.

Dat ze dat niet doen, moet je volgens haar bezien in het licht van de tweevoudige Diktaturgeschichte. De vertogen waarop het Derde Rijk en de DDR-staat waren gebaseerd, hebben Oost-Duitsers over meerdere generaties gevoelig gemaakt voor dominante vertellingen. En zo’n dominante, maar in Geipels ogen ongefundeerde vertelling, is het verhaal over de achtergestelde en gemarginaliseerde Ossi.

Ongelijk verenigd

Er is één auteur die afstand neemt van de voorstelling dat ondanks alles de verschillen tussen Oost en West op den duur zullen vervagen. De socioloog Steffen Mau (1968) oordeelt in Ungleich vereint dat de situatie in Duitsland vergelijkbaar is met die in Italië, waar Noord en Zuid verschillende wegen gaan. Het Oosten van Duitsland, waar zich eigen mentaliteiten en sociale structuren uitkristalliseerden, is naar zijn overtuiging wel degelijk in het nadeel. Unterprivilegiert.

Een dalende bevolking en de verregaande de-industrialisatie, geringere inkomens en meer werkloosheid, het mannenoverschot en de sterkere vergrijzing. Hoe weinig bezit mensen opbouwen, blijkt uit het feit dat slechts 2 procent van de Duitse erfbelasting in het Oosten wordt betaald. Het is – zegt Mau – een landsdeel van kleine Leute, thuisbasis van de kleine man. Bij de traditionele West-Duitse partijen vond die geen blijvend onderdak, zodat nieuwe allianties als AfD en BSW op de golven van zijn frustraties naar boven werden gespoeld.

Een zelfbepaalde, authentieke blik op de DDR versus de clichés en vooroordelen van het Westen. Vrijheidsschok of basisdemocratische neigingen? Een meervoudige dictatuurervaring en het verhaal van de Duitse Jan Splinter. Wie het bij het rechte einde heeft, is niet zo makkelijk uit te maken, maar voor al deze theorieën valt wel iets te zeggen.

Verloren achter grote woorden

En toch, als ik aan mijn 91-jarige schoonmoeder Brigitte in Saksen denk, is het alsof zij verloren gaat achter alle grote woorden. Er zijn heus parallellen en aanknopingspunten, maar is er niet méér nuance nodig, een focus wellicht ook op individuele eigenheden? Het is het probleem van alle generalisaties, die weliswaar verhelderend zijn, maar tegelijk weinig meer te bieden hebben dan de grootste gemene deler.

Ook tegen die achtergrond is mij dit jaar een laatste boek goed bevallen. Het zet geen grote lijnen uit en zoekt nu eens niet naar achterliggende verklaringen, maar laat zien hoe drie vrouwen zich in gezamenlijke gesprekken bezinnen op hun eigen plaats in het Oosten, vijfendertig jaar na de val van de Muur.

Het blijkt een confronterende onderneming die zonder een vorm van bedwelming – in dit geval: alcohol – tot mislukken gedoemd lijkt. Met Drei ostdeutsche Frauen betrinken sich und gründen den idealen Staat creëren de auteur Annett Gröschner (1964), de dramaturg Peggy Mädler (1976) en de kunstenaar Wenke Seemann (1978) voor zichzelf een forum waar ze vrijuit kunnen spreken.

Uit hun woorden wordt eens te meer duidelijk hoe meerdimensionaal de Duits-Duitse geschiedenis is. ‘Ik denk graag aan de geur van kolen, maar wil die kolen helemaal niet terughebben.’ En: ‘Het jaar 1990 was voor mij het meest vrije jaar waarin ik heb geleefd. Ik weet niet of ik zoiets nog eens zal meemaken.’ Of: ‘Je kunt met je stembriefje niet zeggen: ik vertrouw het geen enkele partij toe de problemen op te lossen.’

Ik weet wel zeker dat ik met Mädler, Gröschner en Seemann, die zojuist in deze volgorde werden geciteerd, dichter bij de leefwereld van mijn schoonmoeder kom dan met Hoyer, Oschmann, Kowalczuk, Morina, Geipel en Mau – hoe goed onderbouwd, doordacht en overtuigend ik hun boeken ook vind.

Ines Geipel: Fabelland. Der Osten, der Westen, der Zorn und das Glück. S. Fischer Verlag.

Annett Gröschner, Peggy Mädler & Wenke Seemann: Drei ostdeutsche Frauen betrinken sich und gründen den idealen Staat. Carl Hanser Verlag.

Katja Hoyer: Diesseits der Mauer – Eine neue Geschichte der DDR 1949-1990. Hoffmann und Campe Verlag. Ook verschenen in Nederlandse vertaling door Pon Ruiter bij Querido Facto; € 17,50.

Ilko-Sascha Kowalczuk: Freiheitsschock – Eine andere Geschichte Ostdeutschlands von 1989 bis heute. Verlag C.H. Beck.

Steffen Mau: Ungleich vereint – Warum der Osten anders bleibt. Suhrkamp Verlag.

Christina Morina: Tausend Aufbrüche – Die Deutschen und ihre Demokratie seit den 1980er Jahren. Siedler Verlag.

Dirk Oschmann: Der Osten – Eine westdeutsche Erfindung. Ullstein Verlag.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next