Home

Laten we, al staan we ver van elkaar af, toch een bondgenootschap van democraten vormen

Niemand weet het recept waarmee je geheid democratisch verval tegengaat. En toch moeten we iets proberen.

Het verraderlijke is dat een democratie niet per se meer omver wordt geworpen door een vreemde mogendheid die met stampende laarzen binnenstormt – al gebeurt ook dat nog waar we bij staan – of door muitende generaals die een tv-studio in beslag nemen. In de VS is de democratie aangetast door de toenemende machtsconcentratie bij de president, tactische herindeling van kiesdistricten, het bemoeilijken van stemmen, desinformatie, intimidatie en rellen. In Hongarije perkt Orbán de vrijheid van de pers, de oppositie, rechters en demonstranten in.

‘Spindictaturen’ noemen politiek wetenschapper Daniel Treisman en econoom Sergej Goerijev regimes zoals in Hongarije. En goede kans dat we er een zien ontstaan in de VS, met een zuivering van het ambtelijk apparaat en politieke vervolgingen. ‘Spindictators houden verkiezingen, maar ze zorgen er wel voor dat ze altijd winnen’, aldus Treisman tegen het tijdschrift La vie des Idées. Eerder kenden Venezuela, Turkije en Rusland ze ook, en daar groeiden ze uit tot klassieke dictaturen.

Nederland is lang niet zo ver heen als de VS. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog werkt normerend. De meerpartijendemocratie dempt elke tendens. En er is hier geen grote partij die verkiezingsuitslagen ongedaan probeert te maken. Wel worden rechters, journalisten, demonstranten en bevolkingsgroepen verdacht gemaakt en worden leugens over ons uitgestort. Bovendien is Nederland geen eiland: antidemocraten zijn in heel Europa in opkomst.

De Amerikaanse verkiezingsuitslag zou ons sterker moeten motiveren om te vechten tegen de neergang van de democratie. Maar hoe?

Om te beginnen is een basaal begrip nodig van wat democratie is. Demagogen en spindictators hebben namelijk de mond vol van democratie. Zij gedijen bij de misvatting dat die niets meer inhoudt dan ‘de meeste stemmen gelden’. En zulk denken vind je in alle kringen. Neem een paar uitspraken van Ewald Engelen, een financieel geograaf, als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, en vooraanstaand publicist.

Hij stelt dat de winst van Trump geen grote nederlaag voor de democratie kan worden genoemd, omdat die de uitkomst is ‘van een keurig verlopen democratische verkiezing’. Maar als een winnaar van keurige verkiezingen stappen zet die de democratie aantasten, is die uitslag uiteraard wél een nederlaag voor de democratie. Deze kwetsbaarheid is wezenlijk voor democratie. Dáárom heeft ze ingebouwde tegenkrachten nodig. En daarom zie je dat politici met antidemocratische neigingen tegenkrachten graag verzwakken of uitschakelen.

Ook schreef Engelen: ‘Als je vindt dat een forse minderheid of kleine meerderheid ‘verkeerd’ stemt, kom er dan ronduit voor uit dat je democratie niet ziet zitten.’ Maar het hele idee van democratie is nu juist dat je de opvattingen van anderen verkeerd kunt vinden en hen toch blijft respecteren als medeburgers. Eerlijk is eerlijk: dat is moeilijk, zeker wanneer iemand opvattingen heeft die bedreigend voor je zijn. Democraat zijn is hard werken.

In The New Yorker heeft Jill Lepore opgesomd wie in Amerika allemaal opkwamen voor de democratie toen die – ook daar – in de jaren dertig van de vorige eeuw in het gedrang kwam: leraren, raadsleden, bibliothecarissen, dichters, vakbondsleiders, kunstenaars, medewerkers van stembureaus soldaten, activisten en journalisten. Ze handelden en spraken zich uit.

In Polen, waar nu enig succes wordt behaald bij het keren van de antidemocratische trend, zie je ook dat de samenwerking tussen sterk verschillende, maar rechtsstatelijke partijen een voorwaarde is.

En ook Rachel Kleinfeld, gespecialiseerd in democratieën in het nauw, betoogt in een imposant stuk voor de denktank Carnegie Endowment for International Peace dat het beschermen van de democratie een bondgenootschap vergt tussen mensen en groepen die bínnen de democratie juist tegengestelde belangen hebben.

Mensen zijn lief voor de eigen groep en wreed voor een andere groep die ze als bedreigend zien. Kunst is dus om een zo groot mogelijke ‘eigen’ groep van democraten te vormen.

Zou dat kunnen lukken? Een dilemma daarbij is wat je zegt en hoe. Robert O. Paxton, historicus en autoriteit op het gebied van fascisme, is er bijvoorbeeld sinds de Capitoolbestorming in januari 2021 van overtuigd dat het trumpisme een vorm van fascisme is. Desgevraagd, bevestigt hij dat schoorvoetend. Toch schreeuwt hij dat niet van de daken, want hij gelooft dat het woord ‘politiek geenszins behulpzaam is’, dat het ‘meer hitte veroorzaakt dan licht’. Moet je dus zelfs fascisme bestrijden zonder het zo te noemen?

In elk geval bestaat in de strijd voor democratie, zoals in elke strijd, het risico dat je een generaal zonder troepen wordt. Het is evenwicht bewaken: tussen verduidelijken waar je het over hebt, de eigen achterban mobiliseren en anderen meekrijgen.

Bovenal is het belangrijk, aldus Kleinfeld, om democratie niet te verdedigen als iets abstracts. Kapitalistische democratieën hebben een unieke prestatie geleverd. In geen enkel ander systeem zijn de levens van zulke brede lagen in de bevolking zo verbeterd. Dat mag worden gevierd. Ze hebben ook de beste papieren om grote vraagstukken nu weer het hoofd te bieden. Omdat ze relatief vredig zijn en ruimte geven aan ideeën.

Maar ze moeten zich bewijzen. Mensen scharen zich niet automatisch achter het idee van een democratie. Wel achter een democratie die hun leven verlicht. Ontbreekt goed bestuur, dan kan democratie een elitaire hobby lijken.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant. Hij was 12 jaar journalist voor de Volkskrant en werkt nu als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next