Hoe kon noodweer ontaarden in de dodelijkste Spaanse natuurramp in decennia? 130.000 inwoners van Valencia eisten zaterdagavond het vertrek van regiopresident Carlos Mazón, die ze verantwoordelijk houden voor de vele doden. ‘Terwijl jij zat te eten, stierven er mensen!’
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Arm in arm kijken Mari Carmen Navarro (58) en Vicente David (53) naar de massa demonstranten die zich verzamelt op het grootste plein van Valencia. Het is haar rechterarm die Navarro om haar man heeft geslagen; links houdt ze de vlag van de regio vast. Die is niet alleen geel, rood en blauw, zoals gebruikelijk, maar ook bruin: van onder tot boven is de stof bedekt met modder.
‘De vlag komt uit het overstroomde huis van mijn schoonmoeder’, zegt Navarro. Ze besloot het besmeurde vod vanavond mee te nemen als symbool van de verwoesting die haar suegra en zoveel andere Valencianen heeft getroffen. ‘Paquita is 84 jaar oud en is alles kwijt.’
Alles, behalve haar leven. En dat had ook de situatie kunnen zijn voor veel van de op dit moment 223 doden, zegt man David. ‘Als het regiobestuur ons eerder had gewaarschuwd, hadden heel veel mensen niet hoeven te sterven.’
En dus wordt het tijd dat er politieke koppen gaan rollen, vinden met hen veel meer Valencianen. Liefst 130.000 van hen, ook in het protestgrage Spanje een ongekend aantal, trokken zaterdag in een protestmars in hoofdstad Valencia naar de zetel van de regioregering. Het voornaamste doel van de mars, die georganiseerd was door een bonte verzameling linkse clubs: het vertrek van regiopresident Carlos Mazón.
Mazón, die in juli vorig jaar aan de macht kwam namens de rechtse Partido Popular, is uitgegroeid tot het gezicht van het falende overheidsoptreden voor, tijdens en na de ramp. De grootste bron van woede is het alarmsignaal dat de regioregering van Mazón pas naar telefoons stuurde toen het water al woningen was binnengedrongen.
Op het Plaza del Ayuntamiento, het verzamelpunt voor de protestmars, is de boosheid zaterdagavond bijna tastbaar. ‘Mazón a prisión, Mazón de bak in!’, schreeuwen de demonstranten boven het gedreun van een overvliegende politiehelikopter uit. Ook op straat is veel politie op de been, de blauwe zwaailichten van hun busjes aan. De demonstranten matigen hun toon er niet om. ‘Asesinos, moordenaars!’, baant hun woede zich een weg naar buiten.
Hoewel minder, is er ook kritiek op de Spaanse premier Pedro Sánchez. In het decentrale Spanje zijn de regio’s in principe zelf verantwoordelijk voor de reactie op crisissituaties. Toch had Sánchez volgens zijn critici de leiding naar zich toe moeten trekken, toen duidelijk werd dat de Valenciaanse noodhulp veel te traag op gang kwam.
Op een van de honderden spandoeken die in de mensenmassa te zien zijn, kijken Mazón en Sánchez elkaar vragend aan. Tussen hen in verdrinkt een man. Naast hem dobbert een telefoon met daarop het verschijnende noodsignaal.
Met het verstrijken van de dagen komen meer details naar buiten over het handelen van de regioregering op 29 oktober. Met klapperende oren hoorden de Spanjaarden donderdag de woorden aan van Salomé Pradas, binnen de regering van Mazón verantwoordelijk voor het handelen in noodsituaties.
Pradas verklaarde dat zij pas dinsdagavond om 20 uur, toen er al bruggen door de modderstroom waren vernietigd, leerde dat ze noodsignalen naar mobiele telefoons kon versturen. ‘Op dat moment vertelde een van onze experts ons dat er een systeem bestond genaamd ES-Alert’, de Spaanse versie van het NL-Alert, zei Pradas voor de camera van de regionale omroep À Punt.
Ook haar chef zat op de gewraakte dinsdag met zijn hoofd ergens anders. Hoewel weerautoriteit Aemet al code rood had afgegeven, trok Mazón de middag uit voor een uitgebreide maaltijd. Van 15 uur tot zeker 17.30 uur lunchte hij met een journalist die hij op het oog had voor de positie van directeur van Á Punt, onthulden zaterdag meerdere Spaanse media.
De lange lunch is niet alleen een aanwijzing dat Mazón het levensgevaar onderschatte. Het nieuws staat ook haaks op een eerdere verklaring van zijn communicatieteam. Die stelde dat de regiopresident zich al om 17 uur had gemeld in het regeringspaleis, het Palau de la Generalitat, om aanwezig te zijn bij een crisisoverleg dat op dat tijdstip begon.
‘Terwijl jij zat te eten, stierven er mensen!’, schreeuwen honderden van de fanatiekste demonstranten bij het Palau, nadat ze zich een weg door het uitpuilende centrum hebben gebaand. De politie laat toe dat de ingang van het regeringspaleis wordt besmeurd met modder en bloedrode verf. Een jonge vrouw houdt een uit karton geknutselde guillotine omhoog.
‘Zo’n enorm protest heb ik hier nog nooit gezien’, zegt Ana Payá (20). Net als haar tweelingbroer José studeert ze buiten Valencia: zij in Madrid, hij in Barcelona. Na de ramp zijn ze naar huis gekomen om de slachtoffers te helpen én hier te protesteren. ‘Ze zijn niet omgekomen, ze zijn vermoord!’, roepen de twee nu luidkeels mee.
Misschien is het niet ideaal als Mazón meteen vertrekt, brengt zus Payá de eerste nuance van de avond aan. Dat zou de coördinatie van de noodhulp, nu die eindelijk goed onderweg lijkt, weleens kunnen verstoren. ‘Maar zodra de hoogste nood achter de rug is, staat hem nog maar één ding te doen. Aftreden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant