Vele tienduizenden demonstranten hebben zaterdagavond in Valencia het aftreden geëist van de president van de regio, Carlos Mazón. Ze houden hem verantwoordelijk voor onder meer de trage hulpverlening na de dodelijke overstromingen die eind oktober het gebied troffen.
Volgens de plaatselijke autoriteiten waren naar schatting 130.000 mensen op de been.
Op beelden op de website van de Spaanse krant El País was te zien hoe vele duizenden mensen met borden en spandoeken zich verzamelden in het centrum van de Spaanse stad. Ze zongen leuzen waarin Mazón werd opgeroepen zo snel mogelijk te vertrekken. "Onze handen zijn bevlekt met modder, die van jullie met bloed", stond op een van de borden. Sommige demonstranten dumpten modderige laarzen bij het gemeentehuis.
"We willen onze verontwaardiging en woede tonen over de slechte manier waarop is omgegaan met deze ramp die zoveel mensen heeft getroffen", zei Anna Olive, een van de organisatoren van het protest. Bij de demonstratie waren ongeveer dertig organisaties betrokken.
De demonstratie is grotendeels vreedzaam te verlopen, maar bij de ingang van het stadhuis waren korte tijd ongeregeldheden. De politie greep in toen vuurpijlen op het gebouw werden afgeschoten en vormde een cordon voor de deuren om te voorkomen dat demonstranten het gebouw konden betreden.
Zware regenval, modderstromen en overstromingen op 29 oktober veroorzaakten enorme schade. Zeker 220 mensen kwamen om. Inmiddels zijn ongeveer 8.500 militairen en tienduizend agenten ingezet om de schade te herstellen.
Negen dagen na de rellen tijdens zijn eerste bezoek keert de Spaanse koning Felipe terug naar het rampgebied bij Valencia. Afgelopen zondag werden Felipe en koningin Letizia bekogeld met modder en uitgescholden toen ze in het deels verwoeste Paiporta waren, dat niet ver van Valencia ligt.
Omstanders uitten hun onvrede over onder meer de trage hulpverlening. De koning wil bij zijn tweede bezoek persoonlijk toezien op de herstel- en opruimwerkzaamheden, maakte het koninklijk huis bekend.
Source: Nu.nl algemeen