Home

In Valencia begint het verdriet te stromen: ‘Ik kan het niet, ik kan het gewoon niet’

Terwijl ze de modder uit hun huizen proberen te schrobben, worstelen inwoners in Valencia zichtbaar met traumatische ervaringen. ‘Mijn vrouw had haar moeder aan de telefoon toen het water steeg. Toen viel de verbinding weg.’

is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Voor dit verhaal keerde hij terug naar het rampgebied in de regio Valencia.

Enrique Tarazona (67) blijft maar met zijn hoofd schudden. Het is alsof hij nog steeds niet wil, niet kan geloven dat dit hem en de rest van Paiporta is overkomen. Buiten, aan de andere kant van de besmeurde deurpost waartegen de man met zijn rechterhand leunt, duwt een shovel de vloeibare modder door de straat. De drek is gaan rotten. Als ellende een geur zou hebben, zou dit het zijn.

‘Ik slaap niet’, zegt Tarazona. De moddervlek op het linkerglas van zijn bril beperkt zijn zicht. ‘Ze hebben me kalmeringsmiddelen gegeven, maar ik kan het niet.’ Wat hij sinds het begin van de watersnoodramp heeft gezien, is simpelweg te erg. ‘Ik huil, ’s nachts. Ik kan het gewoon niet. Ik kan het niet. Ik kan het niet.’

Anderhalve week na de verwoestende overstromingen begint in de regio Valencia de ramp ná de ramp zich aan te dienen. In de eerste dagen na 29 oktober, de dag waarop het woeste water kwam, konden de inwoners het verdriet nog niet volledig over zich heen laten spoelen. Daarvoor waren zij te druk met lichamen bergen, overlevenden zoeken en het schoonmaken van hun met modder doordrenkte huizen.

Titanenklus

Inmiddels trekt de mist rond de omvang van de ramp op. Het aantal doden klimt langzaam en staat op 223, van wie 215 in de regio Valencia. 78 personen werden vrijdag nog vermist. Waarschijnlijk overlapt dit laatste cijfer deels met dat van het aantal doden: van een vijftigtal lichamen weten de autoriteiten nog niet wie het zijn.

Terwijl de zoektocht naar de vermisten doorgaat, zonder hoop dat zij nog in leven zijn, vordert de titanenklus die het opruimen van het rampgebied is maar langzaam. In Paiporta, een voorstad van de regiohoofdstad Valencia, lijkt op de elfde dag van de ramp in sommige delen nog nauwelijks iets te zijn gedaan.

Bergen kapotte meubels, sommige meters hoog, blokkeren de zwaarst getroffen straten. Lopen wordt hier voorzichtig schuifelen, met bij iedere stap het risico dat je tot halverwege je onderbeen in de blubber wegzakt. Nieuw is de stank. Vanwege het gestegen risico op infecties dragen de duizenden officiële hulpverleners en helpende burgers nu mondkapjes, handschoenen en regenlaarzen.

Ground zero

Paiporta is ground zero van de ramp: meer dan zestig doden vielen hier. Eén van hen was de buurman en peetvader van Enrique Tarazona, vertelt die laatste in zijn deurpost. Juan, zoals zijn peetvader heette, was een tachtiger die nog midden in het leven stond. Net als veel Spanjaarden hield hij wel van een gokje, en dus was hij vaak in het lokale casino te vinden.

Pas op de derde dag van de ramp vonden ze hem, vertelt Tarazona. ‘Toen we zijn voordeur hadden opengebroken, zagen we hem drijven.’

Zoals Tarazona worstelen meer inwoners van Paiporta zichtbaar met hun traumatische ervaringen, nu de adrenaline uit hun lichaam wegebt. ‘Maar het echte besef komt later pas’, zegt Isidro Ruiz (61) een paar deuren verderop. Hij verloor zijn schoonmoeder Purificación bij de ramp.

Ondersteuning

‘Mijn vrouw had haar moeder aan de telefoon toen het water steeg’, vertelt Ruiz. Omdat het warm is, heeft hij het bovenste gedeelte van zijn beschermende plastic pak uitgedaan en om zijn middel geknoopt. ‘Het licht was uitgevallen. Het lukte Purificación niet om de trap naar boven te vinden. Mijn vrouw probeerde haar ernaartoe te praten, maar ze was gedesoriënteerd. Toen viel de verbinding weg.’

Hoe het nu met zijn vrouw gaat? ‘Slecht’ zegt hij. Zeker tien seconden is hij stil. ‘Het is erg’, zegt hij dan. ‘Echt heel erg.’

Om te helpen bij het opvangen van de emotionele klappen biedt het Rode Kruis inmiddels psychologische ondersteuning in het gebied. In Paiporta komt die hulp ook van bewoners die zelf getroffen zijn door de ramp. ‘Psychosociale hulpverlening’, is te lezen op een blaadje dat aan de gevel is geplakt van een woning in een van de zwaarst getroffen straten.

Noodcentrum

Binnen is Nacho Tarazona (51) nog altijd bezig met de schoonmaak. De siertegels aan zijn muren, in groen, goud en het kobaltblauw dat in Valencia overal te zien is, blinken weer, maar dat is ook het enige. Voor zover bekend is hij geen familie van de eerder genoemde Enrique; in Paiporta wemelt het van de Tarazona’s.

Hij werkt als psychosociaal hulpverlener in Hospital de la Fe, een ziekenhuis in de stad Valencia, vertelt Nacho Tarazona. ‘We zijn daar een noodcentrum aan het inrichten om slachtoffers met problemen te behandelen.’ Omdat hij zijn buurtgenoten meteen al verlichting wilde bieden, besloot hij het blaadje aan zijn gevel te hangen. ‘Als ze behoefte hebben om te praten, hoeven ze maar binnen te lopen.’

Vooralsnog loopt het geen storm. De mensen die zijn hulp tot nu toe nodig hadden, kwamen met schrammen en andere kleine fysieke verwondingen, niet om hun hart uit te storten. ‘Maar dat gaat binnenkort anders zijn’, weet hij. ‘De mensen keren straks weer terug naar de realiteit, belanden in depressies, gaan worstelen met de bureaucratie, weten niet waar ze moeten beginnen... Die fase komt eraan. En snel ook.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next