‘Onaangenaam verrast’ was GroenLinks-PvdA-Kamerlid Esmah Lahlah toen Rob Jetten premier Schoof uitdaagde om haar recht in de ogen te kijken en afstand te nemen van de uitspraken van de PVV. ‘De tranen van boosheid prikten in mijn ogen.’
is journalist en programmamaker. Voor Volkskrant Magazine interviewt hij geregeld bekendere Nederlanders.
Bijna iedereen vroeg het haar na de verkiezingsuitslag van afgelopen november: ‘Je zult nu wel spijt hebben dat je naar Den Haag gegaan bent, hè?’ Want ja, Esmah Lahlah – de nummer twee van GroenLinks-PvdA – had natuurlijk gehoopt dat haar partij zou kunnen gaan meeregeren. Maar de 25 zetels van haar partij staken schamel af bij de 37 van de PVV van Geert Wilders. Haar dochter Noor vroeg die avond, bijna wanhopig: ‘Is dit echt de uitslag? Mam, dóé dan iets!’ De dreun echode nog lang na. ‘Ik heb nooit kunnen denken dat het land waarin ik ben geboren, kiest voor een partij die een groot deel van de Nederlandse bevolking – en mij dus – uitsluit.’ Of ze ook even gedacht heeft: is dit nog wel mijn land? Haar mond valt bijna open van verbazing. ‘Nee! Dit ís gewoon mijn land. Ik laat me dus ook door niemand zeggen dat dat niet zo is.’
En zo werd Esmah Lahlah van iemand die in Tilburg als succesvol wethouder zelf het beleid kon vormgeven opeens Kamerlid in de oppositie. Tegelijkertijd ligt ook daar een grote verantwoordelijkheid. ‘Wij mogen elke dag gaan staan voor onze idealen. Dus kom maar op.’
Vorige maand is ze 45 geworden. ‘Een jaartje ouder, maar vooral heel veel grijzer. Met name door de politiek.’ Want onder haar hoofddoek is het voortschrijden van de jaren al duidelijk zichtbaar. Alleen voor haarzelf, en voor haar partner Lars. ‘In die zin is een hijab ook wel fijn.’
Maandag is altijd vergaderdag. Dan doet ze de voorbereiding op debatten. Die zijn vervolgens op dinsdag, woensdag of donderdag. ‘En op vrijdag ga ik het land in.’
Is het nu harder werken dan in Tilburg?
‘Misschien wat uren betreft niet, maar de verdeling in de week is heel anders. Als wethouder ben je de hele tijd onderdeel van de stad. Dat zet je nooit uit. Nu lukt dat iets beter omdat ik ’s avonds met de trein weer naar huis ga.’
En is de sfeer in Den Haag anders?
‘Ik zou zeggen: harder. In Tilburg was het: hard op de inhoud, zacht op de relatie. Dat is in Den Haag andersom. Het gaat meestal niet over de inhoud en juist heel veel over de relatie.’
Eigenlijk spel je haar voornaam met een ‘a’: ‘Asmah’, maar uitgesproken als ‘Esmah’. Ze maakte er als meisje een ‘e’ van, toen andere kinderen haar ‘astma’ noemden. Ongemakkelijk. Zeker toen er ook nog een ‘Fons’ in de klas kwam. Ze groeide op in Helmond, in een gezin met drie dochters. Haar Marokkaanse vader Mokhtar kwam op zijn 18de als gastarbeider naar Nederland, waar hij onder meer werkte in een kartonfabriek. In Helmond ontmoette hij Esmahs Nederlandse moeder Karin. Toen ze trouwden was hij 24 en zij 16. Inmiddels zijn ze al bijna vijftig jaar bij elkaar. ‘Ik vind het mooi om te zien dat ze nog steeds heel verliefd zijn.’ Terwijl er aanvankelijk weinig enthousiasme voor het huwelijk bestond. ‘Ik denk dat de ouders van mijn vader hem het liefst hadden zien trouwen met een Marokkaans meisje dat de taal sprak. Mijn moeder heeft die taal overigens later ook geleerd, dus dat is allemaal goedgekomen. De familie van mijn moeder vond het net zo goed ingewikkeld. Vooral omdat mijn moeder moslim werd.’
Lahlah werd opgevoed met zowel de Marokkaanse als de Nederlandse cultuur. Thuis vierden ze het Suikerfeest, maar ook Sinterklaas. ‘Voor ons was het allemaal heel gewoon. Ik had nog helemaal niet het idee van ‘dit is Nederlands’ of ‘dit is Marokkaans’.’
Droeg jij toen al een hoofddoek?
Ja, vanaf mijn 7de, 8ste. Mijn oudere zus zei tegen mijn ouders: ik wil graag een hoofddoek. Dat vonden mijn ouders supertof. Ze kreeg allerlei complimenten. Dus toen dacht ik: dat wil ik ook. Op een gegeven moment kom je in de puberteit. En dan ga je nadenken over je opvoeding, en over wat je zelf wilt. Mijn oudste zus heeft ervoor gekozen om geen hoofddoek meer te dragen. Ze is ook geen moslim meer. Dat vonden mijn ouders in het begin best ingewikkeld. Als ouder kan het soms lastig zijn om het pad dat je voor je kinderen voor ogen hebt, los te laten. Voor mij was het geen probleem. Religie is in mijn ogen iets heel persoonlijks. Het gaat om jouw individuele relatie met God. Als je daarin een andere weg kiest, dan is dat je goed recht.’
Lahlah ging kinder- en jeugdpsychologie studeren, en belandde daarna in het welzijnswerk. In 2013 promoveerde ze aan de Universiteit Tilburg op de relatie tussen kindermishandeling, huiselijk geweld en jeugdcriminaliteit en werd ze lector. In 2018 werd ze gevraagd om partij-onafhankelijk wethouder te worden. Hoe ze uitgerekend bij haar uitkwamen? Ja, dat vraagt ze zichzelf ook nog weleens af. ‘Ik werkte op de universiteit, had eigenlijk geen politieke ambities. Als twintiger had ik er weleens over nagedacht om lid van een politieke partij te worden. Ik deed het niet, omdat ik toen toch dacht: die mensen zie je nooit. Alleen als er verkiezingen zijn komen ze opeens aan je deur kloppen en vertellen waarom je op hen moet stemmen. Maar iemand die ik kende zei: ‘Goh, heb je gezien dat Tilburg een partij-onafhankelijke wethouder zoekt?’ Ik veerde nog niet meteen op. Maar toen ze iemand bleken te zoeken op het gebied van arbeidsparticipatie en bestaanszekerheid – precies de onderwerpen waarmee ik me als onderzoeker bezighield – ging ik er serieus over nadenken.’ Haar vader was uiteindelijk degene die haar adviseerde om het toch vooral te doen. ‘Wij zijn opgevoed met het idee van: omkijken naar de ander. Hij zei: Je wilt toch het verschil maken? Dan moet je nu niet twijfelen, maar het gewoon doen!’
Als wethouder hield Lahlah zich vooral bezig met bestaanszekerheid, armoede en arbeidsparticipatie. Daar schrijft ze ook over in haar boek We hebben het over mensen – pleidooi voor een waardig bestaan. ‘We worden geregeerd door vooroordelen en stereotypen. Of je het nu hebt over jongeren die in de criminaliteit belanden of over mensen die in armoede terechtkomen. ‘Het zal hun eigen schuld wel zijn.’ Die beelden, die frames, bepalen vervolgens hoe we met mensen omgaan. Terwijl ik elke keer denk: het zou jou of mij ook zomaar kunnen overkomen.’ Ze koos ervoor als wethouder om een maand op bijstandsniveau te leven. Ze wilde weleens voelen hoe hun beleid in de praktijk uitpakte. Het viel haar veel zwaarder dan ze had gedacht. Ten eerste al die formulieren die ze moest invullen, met alle onduidelijkheden van dien. Toen ze daarna met haar mondkapje bij de balie stond – het was nog coronatijd – herkenden de beveiliger en de receptionist haar niet. ‘Dat ging nogal kortaf: Naam? Afspraak?’ Totdat iemand haar opeens herkende. Toen werd direct gevraagd of mevrouw misschien een kopje koffie wilde. ‘Dat vond ik best pijnlijk. In mijn ogen zou er nooit verschil moeten zijn tussen wie daar ook maar binnenkomt.’
Heb je daar vervolgens iets aan gedaan als wethouder?
‘We hebben het uitvoerig gehad over de bejegening en die formulieren. Die vond ik veel te ingewikkeld. En ook kwetsend. Alleen al door wat er bovenaan staat: ‘Direct bemiddelbaar/niet bemiddelbaar. Invullen door de professional.’ Stel je voor: je vraagt een uitkering aan omdat er iets in je leven veranderd is, waardoor je een vangnet nodig hebt. En wordt dan meteen zó geclassificeerd.’
Een uitkering kreeg ze natuurlijk niet, aangezien ze al een salaris had. Maar ze hield zich strikt aan de Nibud-norm. Haar leefbudget bedroeg 40 euro per week, plus een tientje voor haar nog thuiswonende kinderen. Alle abonnementen die ze tijdelijk kon opzeggen, zette ze op pauze. Geen Netflix meer en geen sportschool. Rondkomen dus van 50 euro per week. ‘Dat lukte voor geen meter. Terwijl ik het geluk had dat ik wist dat de situatie eindig was. Ik had een wasmachine die het gewoon deed, en ik wist dat een rekening later alsnog betaald kon worden. En toch voel je voortdurend stress. Toen mijn zoon een keer onverwacht kwam eten, dacht ik: dit komt helemaal niet uit nu. De dag daarna heb ik noodgedwongen paprikachips gegeten. Ik ontdekte ook hoe duur gezond eten is. Ongezond eten is veel goedkoper en vult sneller. Maar wat mij vooral opviel is: je bent gewoon de hele tijd bezig met geld. Als je buiten de deur even een kopje koffie gaat drinken, moet je al gaan rekenen. Ik zou een ijsje gaan eten met vriendinnen, omdat we wisten dat er een ijssalon openging. Dan ga je de week ervoor alvast geld opzijzetten. Ik wist uit gesprekken bij de schuldhulpverlening dat veel mensen met schulden hun post niet meer openen. Ik dacht altijd: wat onverstandig. Het is toch veel slimmer om die envelop wel te openen en te bellen met de schuldeiser? Ineens herkende ik dat gedrag bij mezelf. In de laatste week had ik nog 5 cent op mijn rekening. Op dat moment vielen de enveloppen op de mat. Toen dacht ik ook: laat maar mooi liggen, want dat lukt even niet.’
Waarom vroeg GroenLinks-PvdA jou om naar Den Haag te komen? Je was toch partijloos?
‘Ik ben in 2021 lid van GroenLinks geworden. Want partij-onafhankelijk is fijn en vrij, maar het is ook best eenzaam. Ik merkte regelmatig dat ik overal welkom was, maar nergens thuis. Als de partijen in de raad zich terugtrokken voor overleg, bleef ik in mijn eentje achter met de burgemeester. Dus toen ben ik op zoek gegaan naar mijn politieke thuis. En dat werd GroenLinks. Vrij snel daarna vroeg GroenLinks of ik lijsttrekker wilde worden. Dat had ik allemaal niet bedacht. Vervolgens hebben we de verkiezingen in Tilburg gewonnen. Daarna werd ik coalitieleider, en locoburgemeester. Dus ik kwam elke keer in situaties die ik nooit had voorzien. Ik weet nog dat ik op een dag thuiskwam en tegen Lars zei: Hè hè, I got this. Ik heb er eindelijk grip op.’ En precies in die week kwam de vraag of ik naar Den Haag wilde komen.’
Je werd tweede op de lijst. Heb je ook gedacht: ik krijg die tweede plek vast vooral...
‘...omdat ik een vrouw ben?’
En moslima.
‘Nee, dat is niet in me opgekomen. Ze hebben me gevraagd vanwege de dingen die ik in Tilburg deed. Die kennis en expertise vonden ze belangrijk.’
Dat legt wel direct een grote druk op je.
‘Zo kun je ernaar kijken. Ik ben meer van het Pippi Langkous-model: ik heb het nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan. Als wethouder had ik ook nul politieke ervaring. Toch heb ik mijn weg gevonden.’
Hoe komt het dat we je maar zo weinig zien? Ik sprak gisteren iemand die zei: ‘Maar die zit toch niet meer in de Kamer?’
‘O, echt?’
Kun je je daar iets bij voorstellen?
‘Een beetje. Het eerste half jaar had ik een portefeuille die nieuw voor mij was. Je moet je netwerk opbouwen. Toen ik na vijfenhalf jaar wegging uit Tilburg, was ik een heel andere wethouder dan toen ik begon. Dat zal hier niet anders gaan.’
Je loopt nog een beetje stage?
‘Nou, nee. Stage natuurlijk niet. Want je bent direct volksvertegenwoordiger, vanaf de eerste dag. Maar ik heb wel echt goed zitten opletten: hoe werkt het hier?’
Ze heeft zich het eerste jaar vooral verbaasd over wat ze om zich heen zag in die Tweede Kamer. ‘Wat het ingewikkeld maakt, is dat sommige partijen – met name de PVV – voortdurend enorme uitspraken doen waarin bepaalde bevolkingsgroepen negatief worden neergezet. Die uitspraken zijn elke keer nog heftiger dan de uitspraken daarvoor. Je kunt ze daarom niet zomaar voorbij laten gaan. Ondertussen ben je aan het zoeken: hoe bestrijd je deze polarisatie? Hoe ga je tegen dat haatzaaien en mensen tegen elkaar uitspelen een verdienmodel wordt?’
De sfeer in Den Haag was sinds de vorige Kamerverkiezingen al ijziger dan in tijden. Minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber had Lahlah al eens weggezet als ‘PvdA-hoofddoekje’. Afgelopen juli werd het tijdens de regeringsverklaring voor Lahlah persoonlijker dan ooit. Rob Jetten daagde premier Schoof uit om haar recht in de ogen te kijken en hardop afstand te nemen van de uitspraken van de PVV.
Ze was ‘onaangenaam verrast’ toen Rob Jetten haar onverwacht in dat debat betrok. ‘In eerste instantie dacht ik: waar is hier een gat in de vloer om in te kunnen verdwijnen? Hij bedoelde het goed, maar ik had gewild dat hij het vooraf tegen me had gezegd. Ik werd er nu echt door overvallen.’
‘Het raakte me. De maanden daarvoor had ik regelmatig bij debatten gezeten waarbij het ging over het uitsluiten van moslims, zoals ambtenaren met een hoofddoek. Waarbij ik de hele tijd dacht: hallo collega, ik zit hier gewoon, hè. Recht tegenover je. Dat doet iets met je. En ja, ik bén moslima, maar die hoofddoek is niet wat mij definieert. Ik ben zoveel méér. En toch word je de hele tijd gereduceerd tot hoofddoek.’
Premier Schoof antwoordde: ‘Ik kijk haar graag in de ogen. Ik waardeer haar. Dat u een hoofddoek op heeft, maakt voor mij niet uit. U bent gewoon een mens.’ Was dat voor jou een bevredigende reactie?
‘Ik denk dat zijn intentie goed was. Maar toen hij zei ‘u bent gewoon een mens’, dacht ik wel: o, moeten we hier dan óók nog over onderhandelen? Op dat moment voelde ik: Esmah, nu móét je het woord nemen.’
Je hield een geëmotioneerd betoog over het recht om een hoofddoek te dragen. Aan wie of wat dacht je toen?
‘Aan al die jonge meisjes met een hoofddoek. Mijn dochter draagt er ook een, sinds vorig jaar. Aan het eind van de dag appte ze me: ‘Mama, wat mooi van je.’ Dat ontroerde me.’
‘Ik vond het zelf erg ingewikkeld. Mensen die mij kennen, weten dat ik mijn woorden altijd voorzichtig kies. Daar was nu geen tijd voor.’
Je liep daarna ook de Kamer uit.
‘Toen ik merkte dat de tranen van boosheid in mijn ogen prikten, dacht ik: dit gun ik jullie hier in deze zaal niet. Daarom liep ik weg. Ik had me alleen niet gerealiseerd dat daar buiten ook pers zou zijn. Anders was ik wel doorgelopen naar mijn eigen kamer.’
Werd je toen gevolgd door andere mensen die je kwamen troosten?
‘Gelukkig wel. Door mensen van mijn eigen partij. Ook Esther Ouwehand kwam me naar me toe. Superlief. Rob kwam ook naar buiten. Hij zei: ‘Sorry dat ik dit zo deed. Maar ik moest ook denken aan Fonda (Sahla, voormalig D66-Kamerlid, die ook een hoofddoek droeg, red.).’’
Kreeg je nadien nog reacties vanuit de PVV?
‘Nee, helemaal niets.’
Had je dat wel prettig gevonden?
‘Ik had het zeker fijn gevonden. Net zoals ik het fijn had gevonden als de minister-president even naar me toe zou zijn gekomen. Dat deed hij niet.’
Wat had je van hem willen horen?
‘Ik had willen merken dat hij niet alleen een antwoord gaf op een vraag die hem werd gesteld. Je hoopt toch ook nog even op iets persoonlijks. Dat is tot op de dag van vandaag niet gebeurd.’ Aan het eind van het debat heeft ze wel gewoon iedereen een hand gegeven. ‘De volgende dag begon het zomerreces. Dan hoor je elkaar even te groeten.’
Ook mevrouw Faber?
‘Natuurlijk. Want je bent en blijft collega’s van elkaar. Je mag hard zijn op de inhoud, maar de relatie blijft belangrijk. Dus we zeggen gewoon ‘hallo’ tegen elkaar.’
Hoe kwam jij thuis die dag?
‘Ik was doodmoe. Aan het eind van de avond zei mijn zoon Ilyes: ‘Oh mam, je gaat viral.’ Best bijzonder, want zelf had ik amper doorgehad wat er gaande was. Je bent aan het werk, je vergeet de camera’s. Mijn moeder had me geappt: ‘Gaat het wel, meisje?’ ‘Ja hoor. Hoezo?’, had ik geantwoord. Ergens die middag was er een pauze en liep ik het Kamerrestaurant binnen. Daar zag ik dat het fragment met mijn reactie op tv eindeloos werd herhaald.’
De reacties op sociale media liepen sterk uiteen. ‘Een deel was negatief. Dat zijn mensen die het hebben over kopvod, wolf in schaapskleren en islamist. Veruit de meeste berichten in de mail en op de andere sociale media waren hartverwarmend.’
Ik vroeg aan jouw goede vriendin Hulya hoe je dat volhoudt. Zij zei: ‘Daar moet je een gelovig mens voor zijn. En het geloof is belangrijk voor Esmah.’
‘Zeker. Ik haal daar troost en kracht uit. Ik snap heel veel in het leven niet. Maar ik geloof dat er een reden voor dingen is. En dat je er uiteindelijk krachtiger uitkomt. Ik heb nooit nagedacht over welke carrièrestappen ik in mijn leven moest zetten. Ik rolde altijd vanzelf ergens in. Maar als je gaat kijken naar wat ik heb gedaan – in mijn loopbaan en mijn vrijwilligerswerk – staat wel altijd centraal dat ik probeer de samenleving mooier te maken. En te zorgen dat we allemaal mee kunnen doen. Dat deed ik als wetenschappelijk onderzoeker, als wethouder en nu als Kamerlid.’
Die hoofddoek, is die zo belangrijk voor jou?
‘Zeker. Die geeft iets persoonlijks prijs. Die hoofddoek laat zien dat ik moslima ben. En voor mij staat de islam voor solidariteit, naastenliefde, rechtvaardigheid en zachtmoedigheid.’
Terwijl veel mensen denken: die hoofddoek staat voor onderdrukking, voor onvrijheid van de vrouw.
‘Bij mij is dat niet aan de orde. Het is mijn eigen keuze.’
Heb je het erover met je zus, die geen moslima meer is?
‘Zij voelt dat anders. Het moet allebei kunnen. Ik ontken niet dat er vrouwen zijn, ook in Nederland, die gedwongen worden om een hoofddoek te dragen. Dat is absoluut verkeerd. Dit soort dwang, in welke vorm dan ook, is onacceptabel en staat haaks op het principe van persoonlijke vrijheid en gelijkwaardigheid. Het moet een vrije keuze zijn. Daar maak ik me ook hard voor. Twee jaar geleden heb ik op het Malieveld gedemonstreerd voor de vrouwen in Iran, die tegen een hoofddoekgebod zijn. Ik vind dat echt enorm dappere vrouwen.’
Terwijl het klinkt alsof dat niet samengaat.
‘Een hoofddoek dragen en tegelijkertijd voor vrijheid demonstreren gaat prima samen. Ik zal me altijd uitspreken voor de vrijheid om zelf te beslissen wat je wilt. Mét mijn hoofddoek.’
Jouw man Lars zei: ‘Laatst was er weer zo’n tweet: ‘Die theedoek op haar hoofd moet zeker van haar man.’ Daar hebben we samen keihard om gelachen.’
‘Ja natuurlijk.’ Smalend: ‘Tjonge, wat ken je mij dan slecht.’
Is Lars ook moslim?
‘Ja. Dat was hij al voordat ik hem kende. Opgegroeid in een gezin waar geloof geen rol speelde, was hij lange tijd op zoek naar iets. En dat werd de islam.’
Voordat ze Lars ontmoette was ze veertien jaar getrouwd met een andere man, de vader van haar kinderen Noor (15) en Ilyes (20). Ze kenden elkaar van de universiteit. Maar tien jaar geleden gingen ze uit elkaar. Ze wil er niet te veel over zeggen. Want die scheiding was een van de zwartste perioden uit haar leven. ‘Ineens ben je al je zekerheden kwijt. Ik moest opnieuw beginnen, terwijl mijn hele wereld veranderde. Van een betaalbare koopwoning naar een dure huurwoning in de particuliere sector. Van twee inkomens naar één. Stress en verdriet. En voor kinderen is het helemaal moeilijk. Die zien hun ouders natuurlijk het liefst bij elkaar.’
Ze wilde altijd al heel graag moeder worden. Al werd ze eerder zwanger dan ze dacht. ‘Ik zat nog in het laatste jaar van mijn studie. Op de dag dat ik uitgerekend was, moest ik net mijn scriptie verdedigen. Gelukkig bleef-ie nog even zitten.’
Wat veranderde er toen in je bestaan?
‘Veel meer dan ik dacht. Ik ben een rationeel en verstandelijk mens, maar opeens werd ik besprongen door emoties. Ik voelde van alles bij Ilyes wat ik niet verwacht had. We hadden bijvoorbeeld zijn kamertje in orde gemaakt. Alles was klaar om hem thuis te ontvangen. Maar toen ze me daadwerkelijk naar huis lieten gaan, schrok ik me een ongeluk. ‘Serieus? Sturen jullie me nu met dit kindje naar huis? En hoe moet dat dan?’ Ik heb de kraamverzorgende zelfs uitvoerig gefilmd omdat ik bang was dat ik het later niet meer zou weten. Ik wilde het zó graag goed doen...’
Ze wil het nog steeds allemaal zo goed mogelijk doen als moeder. Daarom voert ze regelmatig een ‘functioneringsgesprek’ met haar kinderen. ‘Jongens, gaat het lekker zoals het nu gaat? Wat kan beter? Wat moet anders?’ Daar heb ik af en toe echt behoefte aan. En ze zijn nu natuurlijk ook op de leeftijd waarop ze zo’n gesprek kunnen voeren.’
Waar ben jij over tien jaar?
‘Geen idee. Misschien nog wel hier. Want ik ben mede naar Den Haag gekomen om die gruwelijke Participatiewet van tafel te krijgen. (Een wet die ervoor moet zorgen dat iedereen werk vindt, ook mensen met een arbeidsbeperking, red.). Die wet gaat uit van wantrouwen en dwang, waarbij mensen als profiteurs worden gezien die aangespoord moeten worden om te werken. Daar moet echt een andere wet voor in de plaats komen, die uitgaat van vertrouwen en motivatie. Ik verwacht niet dat dat binnen een jaar lukt.’
Maar je bent toch niet naar Den Haag gegaan om in de oppositie te zitten?
‘Nee, ik ben naar Den Haag gegaan om het beter te maken voor de mensen die nu aan de zijlijn staan. Dat kan het best als je het beleid maakt. Maar ook als oppositiepartij kun je iets doen.’
Veel mensen zullen denken: sorry, maar ik heb geen zin in al die haat die over me heen komt. Ik stop ermee.
‘Dat snap ik heel goed. Maar voor mij voelt dat niet zo. Het is me gevraagd om daar in die Kamer plaats te nemen. Als je die kans krijgt, moet je je verantwoordelijkheid nemen. Zo simpel is het. Dat zal ik doen met alles wat ik in me heb, met de hoop dat ik de politiek een beetje kan veranderen. Op het moment dat de politiek míj verandert, zal ik serieus nadenken of ik het nog wel wil.’
Heb je weleens persoonlijk contact met Wilders?
‘Nee, ik zie Geert eigenlijk nooit. Hooguit in de lift. Sommige mensen zie je weleens in commissies. Maar Geert zit niet in een commissie.’
Als je nu met hem zou praten, rustig op zijn kamer, wat zou je dan met hem bespreken?
‘Ik zou het ’t liefst persoonlijk houden. Een menselijk gesprek. Ik zou hem vertellen over mijzelf. En ik zou hem vragen hoe het voor hem is om al zo lang in een safehouse te moeten wonen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. Ik denk dat dat enorme invloed heeft op zijn leven.’
Hij zal vast zeggen: ‘En dat komt vanwege dreiging vanuit jouw geloof.’
‘Dat zal hij zeker zeggen. En juist daarom zou ik dat gesprek met hem aangaan. Want ik ben óók een moslim. Iedereen zit in zijn eigen bubbel, heeft zijn eigen vooroordelen. Totdat je die ander ontmoet. Daar kom je verder mee dan met haatzaaien. Ik heb gehoord dat hij heel veel humor heeft, dus ik hoop dat we dan ook veel zullen lachen. Dat zou prachtig zijn. En als hij liever bij mij langs wil komen: prima. Hij is welkom. Altijd.’
13 oktober 1979 Geboren in Helmond.
2003 Studie kinder- en jeugdpsychologie aan Tilburg University.
2013 Promoveert tot doctor in de rechtsgeleerdheid. Werkt daarna als docent-onderzoeker in Breda, als universitair docent in Tilburg en als lector aan de Hanzehogeschool in Groningen.
2018 Benoemd tot partij-onafhankelijk wethouder in Tilburg.
2021 Wordt lid van GroenLinks.
2022 Lijsttrekker voor GroenLinks bij de gemeenteraadsverkiezingen in Tilburg. Partij stijgt van 10 naar 45 zetels. Wordt door het tijdschrift Binnenlands Bestuur uitgeroepen tot ‘Beste Lokale Bestuurder van 2021’.
2023 Kamerlid voor GroenLinks-PvdA, behaalt bij de verkiezingen 217.789 voorkeursstemmen.
Fotografie: Imke Panhuijzen, foto-assistent: Sofie van Hal
Styling: Alex Vilcov, visagie: Elise Langenhuisen
Kleding: (lichte outfit) top Mango, rok: Koton, oorbellen: Sunnei, schoenen: mango, panty: calzadonia, hoofddoek: van Esmah.
(donkere outfit) Trui: Odeeh via Pauw, rok: Pauw, panty: Calzedonia, schoenen: Zign Studio, hoofddoek van Esmah.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant