Home

Let erop en je ziet ze: de grote woorden waarmee de ministers leegte en onvermogen verhullen

In een zaaltje van het Tweede Kamergebouw sprak Femke Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, over mest. Het ging over de stront van melkkoeien – dat zijn koeien die na het werpen van een kalf voortdurend worden gemolken, waardoor ze melk blijven maken, niet voor het kalf want dat wordt weggehaald, maar voor mensen die koeienmelk drinken – en dat er zo veel van is dat de boeren de poepstroom niet meer kwijt kunnen.

Kelders en silo’s lopen over, het land is verzadigd, het water vies, nog even en we kunnen nationale kampioenschappen mestzwemmen uitschrijven.

Je zou kunnen denken: doe dan minder koeien, en drink minder koeienmelk, dan loopt er aan de andere kant vanzelf minder uit, maar dat is te simpel. De minister ‘zet in’ op andere oplossingen, die vermoedelijk geen oplossingen zijn, zoals nog meer mest doorverkopen naar het buitenland, aan de Europese Commissie vragen of boeren alsjeblieft toch niet ietsje méér mest mogen laten weglopen over het verzadigde land, mest wegdenken, wegtoveren, wegwensen.

Het gaat me niet om de oplossingen die vermoedelijk geen oplossingen zijn en die vermoedelijk erin zullen resulteren dat boeren, nog meer dan al het geval is, hun overtollige mest illegaal zullen dumpen op het land en in het water. Alsof ze exploitanten van drugslabs met een afvalprobleem zijn.

Het gaat me om ‘zet in op’. Want als je erop gaat letten, ga je het zien: de minister rijgt de ene daadkrachtillusie aan de andere. Ze ‘zet er de energie op’, ‘werkt heel hard’, ‘echt heel erg hard’, is ‘voortvarend bezig’ met ‘maximale energie’, ‘deelt de zorgen’ en ‘zet’ de hele tijd ‘in’ op van alles en nog wat.

Woorden die leegte en onvermogen verhullen, als je ze oppakt en op je hand legt wegen ze stuk voor stuk niets, maar als je ze achter elkaar legt, lijkt het alsof er heel wat gebeurt.

Je zou er een metafoor in kunnen zien voor het hele kabinet van Dick Schoof, dat ons tot dusver niet veel meer bracht dan consternatie, luchtverplaatsing, ruzies en aankondigingen van van alles en nog wat. Terwijl het lijkt alsof er verschrikkelijk veel gebeurt. Er wordt als een dolle getwitterd, er vallen voortdurend grote woorden.

Bij Marjolein Faber, de minister van Asiel en Migratie, zijn de woorden zo groot dat je ze nauwelijks in een stukje gepast krijgt. Ze diende een rare begroting in, eentje die ervan uitgaat dat er binnen een paar jaar amper nog asielzoekers naar Nederland zullen komen en er dus geen geld voor opvang hoeft te worden begroot. En als iemand vraagt of ze kan onderbouwen waarom er plots, binnen twee jaar tijd, nauwelijks nog mensen zich hier zouden melden, antwoordt ze: omdat er minder geld is begroot.

Ze heeft geen sluitende verklaringen voor haar cirkelredeneringen, ze weet niks of doet alsof, ze heeft nog niet één concreet voorstel in een wetsvoorstel gegoten, en wekt ook anderszins de indruk dat ze niet precies weet wat ze staat te doen. Daarbij zegt ze de hele tijd dingen als: ‘Ik laat me niet weerhouden door allerlei opmerkingen zoals het kan niet, het mag niet en we doen het niet. Ik sta hier en ik ga dat gewoon doen. Ik laat me door niemand weerhouden, door niemand.’ En: ‘Ik ga hier verder niet op in.’

Zo kregen we een gevoelsregering, die niet-bestaande gevoelens van willekeurige mensen adresseert met loze woorden die gevoelens uitdrukken zonder concretisering. Ik moest denken aan Caroline van der Plas, en dat zij eerder deze week tegen de pers had toegelicht hoe ze tegen de Amerikaanse presidentsverkiezingen aankeek: Trump is ‘een hork’ en: ‘Harris? Ik vind haar gewoon veel te licht.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next