Trump heeft de Amerikaanse presidentsverkiezingen verpletterend gewonnen, in alle lagen van de samenleving won hij de kiezer voor zich. Met de behoefte aan verandering als voornaamste reden. Die bood Harris volgens kiezers niet.
Vooraf leek de hamvraag: welke kiezersgroep gaat in 2024 de doorslag geven? Misschien de Arabische inwoners van Michigan, werd gezegd, walgend van de steun aan Israël. De Puerto Ricanen in Pennsylvania, boos om die racistische grap. Het kunnen zwarte kiezers van het Zuiden worden. Latino’s langs de grens. Jonge vrouwen, door abortuspolitiek verlinkst. Jonge mannen, door machismo op sociale media verrechtst. Of anders, gewoon, mannen?
Zo ging het in 2016. Donald Trump won dankzij witte, laagopgeleide kiezers. Of in 2020, toen de buitenwijken massaal overliepen naar Joe Biden. Wie zou het zetje ditmaal geven?
Het antwoord blijkt: niemand. Of anders, iedereen.
Trump breidde dinsdag zijn steun uit onder mannen én vrouwen. Jongeren en ouderen. Onder zwarte, witte, Aziatische, Latijns-Amerikaanse, inheemse, Joodse én Arabische Amerikanen. Hij groeide in de stad, in de buitenwijken en op het platteland. Geen Republikein verwierf eerder zo’n diverse coalitie.
Nee, Kamala Harris heeft deze verkiezingen niet nipt verloren; Trump heeft ze verpletterend gewonnen. En de Democraten zoeken in paniek naar verklaringen.
Het antwoord ligt niet in de swingstates. Vaak is de troost van Democratische verliezers dat zij landelijk de meeste stemmen krijgen, maar niet genoeg kiesmannen in de juiste staten. Zo klonk het na het verlies van Hillary Clinton in 2016, die bijna drie miljoen stemmen meer ontving dan Trump en toch verloor. Het land wil óns, maar dat verdraaide systeem!
Dat gaat nu niet op. Het lijkt erop dat Trump, als eerste Republikein in twintig jaar, een absolute meerderheid behaalt. Het land wil hém.
Hoewel Harris verloor in alle zeven swingstates, zie je bij vivisectie de problemen voor Democraten juist in andere staten. Harris presteerde in de swingstates relatief beter dan elders. Op deze plekken toerde ze zich rot, haar campagne gaf er miljoenen uit. Dat had effect. Harris’ percentages benaderen die van Biden in 2020, zij het te weinig voor de winst.
Relatief meer steun verloor Harris juist in de Democratischgezinde ‘blauwe’ staten, waaronder New York, Maryland, Illinois en New Jersey. Republikeinse bolwerken, zoals Texas en Florida, kleurden nog dieper rood. Campagne werd op al deze plekken nauwelijks gevoerd.
‘Amerika heeft ons een ongekend krachtig mandaat gegeven’, pocht Trump. Het hele land, zo lijkt het, glijdt als vanzelf naar rechts.
Linkse wijsheden vallen in scherven uiteen. Abortus is niet het Democratische tegengif gebleken. Miljoenen kiezers die dinsdag bij gelijktijdige staatsreferenda kozen vóór abortusrechten, vinkten op datzelfde stembiljet Trump aan als president, de man die hun dat recht ontnam.
Democratie werd in peilingen belangrijk geacht, en kiezers vertrouwden vooral Harris, maar in het stemhokje gingen tastbare zaken voor: de economie, migratie. Trumps sterke punten. Autocratisch gevaar namen kiezers voor lief.
Terwijl Trump zegeviert, en prompt zijn succesvolle campagnemanager Susie Wiles tot stafchef heeft benoemd, is verderop het grote vingerwijzen begonnen. Mensen rond Harris en Biden – niet zijzelf – bestoken elkaar middels de media met modder. ‘Hoe kun je een miljard uitgeven en niet winnen?’, klaagt een anonieme Biden-medewerker tegen Axios. ‘What the fuck?’
Dan had hun kandidaat het nog beter gedaan, menen zij. Andersom klaagt team-Harris steeds luider over Biden. Vanwege zíjn koppigheid moest Harris deze klus immers in honderd dagen klaren. Onmogelijk. Waarom stapte hij niet eerder op?
Beide verklaringen missen iets cruciaals.
Amerikaanse kiezers zeggen steeds opnieuw hetzelfde: ons leven is verslechterd. Inflatie blijkt de grote katalysator. Biden, terecht of niet, wordt als dader aangewezen: door iedereen, dwars door alle groepen. Maar Harris heeft zich nooit van hem kunnen of willen distantiëren.
‘Er schiet me niets te binnen’, antwoordde Harris, inmiddels berucht, op de vraag wat zij als president anders had gedaan. Zo ging het steeds. Harris wilde de kandidaat zijn van vernieuwing: andere generatie, temperament en – onuitgesproken – kleur en geslacht. Maar ze blééf Bidens vicepresident.
Misschien was deze opdracht, inderdaad, onmogelijk. Binnen de luttele tijd die Biden haar overliet, of überhaupt. Want hoe creëer je afstand tot de president vanuit het Witte Huis?
De cijfers liegen er niet om. Driekwart van de Amerikanen meent dat Trump, befaamd onberekenbaar, meer zal veranderen dan zij. Democratie of abortus ten spijt. Volgens exitpolls waardeerden kiezers de kwaliteit ‘brengt verandering’ ditmaal hoger dan ‘beoordelingsvermogen’ of ‘geeft om mensen zoals ik’.
Daarin schuilt Trumps mandaat. En voor de Democraten in bange dagen, wellicht, nog enige hoop.
Dit was een dreun. Hun macht is gedecimeerd. Maar hoewel zij hun meerderheid in de Senaat verliezen en vermoedelijk ook het Huis van Afgevaardigden, presteerden hun kandidaten op staatsniveau beter dan Harris. Andersom deden Republikeinse parlementariërs het slechter dan Trump.
Dit was geen afstraffing van de partij als geheel, maar van hun vaandeldragers.
Verkiezingen VS
Alles over de Amerikaanse verkiezingen leest u in dit dossier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant