In een voormalig kerkje en werkmanshuis in Sittard treffen we G7, een restaurant met een prettige devotie en elegante gerechten. En we ontmoeten er een oude bekende.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Gruizenstraat 7, Sittard
restaurantg7.nl
Cijfer: 8
Vast menu van tien of veertien ‘creaties’ (waarvan de helft amuses zijn): resp. €85 en €105. Ook vega. Wijnpairing €55/€70, alcoholvrije pairing €45/€60. Zo en ma gesloten.
In het centrum van Sittard, verstopt tussen de platte kont van een Hema en een winkel waar je linnen tasjes met de tekst ‘F*ck it, let’s go to Sittard’ kunt kopen, bevinden zich als bij toverslag twee sprookjesachtige pandjes. Het eerste is een meer dan 400 jaar oud, Duits aandoend vakwerkhuis, mosterdgeel met eeuwenoude balken, kleine raampjes en een overhangende eerste verdieping.
Aan de overkant van het pad ligt een uitbundige pluktuin met mais en courgettes, en kronkelpaadjes langs geurige kruiden en bloemen. Om het hoekje vinden we een klein, 17de-eeuws protestants kerkje en ook al zo snoezig met een bazuinend engeltje op de toren. Op de hoek waar de twee panden elkaar raken komen we, langs een terras onder hoge bomen en over een paadje met kaarsjes erlangs, bij de ingang van het restaurant.
G7 heet het, naar het adres: Gruizenstraat 7. De keuken, waar ook een groepje eters kan aanschuiven, zit in het vakwerkhuis, het kerkje is de eetzaal. Die is onlangs smaakvol verbouwd met doorkijkjes, knusse hoekjes en een goede akoestiek, terwijl het toch ook nog heel erg een kerk is gebleven. Naast de kansel met een groot, fraai uitgelicht boek waaruit helder licht omhoog schijnt, hangt nog een hangt nog een psalmenbord. P96.2: ‘Zingt de heer/ Nu moet uw tong de heid’nen noden/ meldt alle volken Zijn geboden.’ En P98.12: ‘Wil men leven, lieven, loven/ ’t oog omhoog, het hart naar boven.’ Dat soort devotie straalt toch af op een ruimte, zelfs als de kerkgang er niet meer plaatsvindt. Hemels tafelen, noemen de eigenaars het.
We worden hartelijk ontvangen door een kordate, zeer leuke gastvrouw, en ploffen lekker breeduit neer in zachte banken. Zonder omhaal krijgen we ons eerste hapje geserveerd – een kleine, prachtig lila en helderrood gekleurde macaron van shisoblad met radijs, gepofte appel en ui – waarbij ze een verrassend, mousserend blanc de blancs-aperitief uit Oost-Vlaanderen schenkt van Vandersteene, een bloemistenfamilie uit Zwijnaarde die sinds een jaar of tien ook druiven teelt.
Een menu kiezen hoeft niet meer, want dat is ons al bij de reservering gevraagd te doen. Op de website lazen we bovendien dat het restaurant is afgestapt van ‘een traditioneel gangenmenu’, en in plaats daarvan ‘een totaalbeleving van meerdere culinaire creaties’ serveert. Wat dat betekent was me een raadsel, maar de kleuter in mij hoopte stiekem op slagroomijs als voorgerecht en een biefstuk als toetje – of misschien alles tegelijkertijd?
De ‘creaties’ blijken echter vrij gebruikelijke gerechten die bovendien in de meest traditioneel denkbare volgorde worden geserveerd (vijf amuses, voorgerecht, twee tussen, hoofd, na). Het enige echte verschil is dat de amuses worden meegeteld met het aantal creaties, waar ze in een normaal meergangenmenu meestal als extraatje van het restaurant worden gepresenteerd. Maar het blijft vaag wat daar voor de gast nu precies het voordeel van is.
Dat is overigens meteen de enige vaagheid waar we G7 op kunnen betrappen, want zowel de smaken als de service blinken uit in een verademende helderheid. Groente en fruit vormen de hoofdmoot, veelal uit de pluk- en moestuin buiten en anders uit de buurt. Ook de aardige wijnkaart houdt het relatief lokaal, met veel Nederlandse, Belgische, Duitse en Oostenrijkse wijnen en opvallend veel per glas.
Ook de volgende drie amuses zijn duidelijk, goed van smaak en eetlustopwekkend: een glanzend bonbonnetje van gerookte biet en kappertjes; courgette, citrus en groene peper in een tartelettebakje, en een superkrokant pindakokertje met bataat en abrikoos. Ook nog een gerookt eidooiertje met bloemkoolcrème en piccalilly, en verrukkelijk, huisgemaakt brood van Kollenberger speltmeel.
Dan een gerecht van rauwe zeebaars (de vegetariër krijgt opnieuw courgette, wat ik een beetje stom vind) met de laatste tomaatjes, komkommer, fijngesneden, smakelijke peultjes, zwarte olijf, en een lichte, romige fetacrème. We proeven alle groenten goed, alsmede de vis en courgette die alleen even zijn aangeschroeid, en ook iets van cassisblad in de heldere tomatenbouillon die er aan tafel overheen wordt geschonken: lekker allemaal.
Dan tartaar van paarse wortel, die door een proces van roken, garen, bevriezen en ontdooien een vlezige textuur heeft gekregen, die doet denken aan rauwe tonijn. Hij is fantastisch met het pittige mierikswortelijs, een krokant mengseltje van nori en sesam en een eveneens Japans aandoende vinaigrette met ponzu. De smaken zijn eenvoudig en de combinatie niet supernieuw, maar door de precieze bereiding en temperatuur is het gerecht helemaal áf, vloeiend en klaar als kerkgezang. Het wordt recht overeind geserveerd in een kokertje, waarbij ons wordt aangeraden de lepel er van boven tot onder in te steken om van elke smaak wat mee te scheppen.
Ik vind het altijd aardig om te zien dat ook uit de mode geraakte culinaire verschijnselen uiteindelijk altijd weer terugkomen, en ik krijg de afgelopen tijd al meerdere signalen dat het in de jaren negentig en tweeduizend alom aanwezige torentje aan een renaissance bezig is: looft den Heer! Destijds werden ze meestal gemaakt door allerlei dingen met een tonicstamper boven op elkaar in een steker te drukken en daar dan een dot sla bovenop te leggen. Maar toch: ik zie uit naar de terugkeer van de verticaal gerichte presentatie na minstens tien jaar van gerechten die eruitzagen alsof ze van grote hoogte op het bord waren gevallen, of daar toevallig zo waren gegroeid.
Drie kleuren bietjes uit de tuin, perfect gegaard in zoutkorst en uitgestoken tot stuivers, zijn het middelpunt van het volgende gerecht met smakelijke, gestoofde venkel, dille en een nogal geweldige vinaigrette van azijn met gebrande sjalot die ik thuis onmiddellijk ben gaan namaken. Daar bovenop een schuim van citroengras (ook van eigen opkweek) dat mij wat te scheerschuim-achtig van textuur is maar wat smaak betreft heel subtiel fris.
Ik heb soms het idee dat het een horecabrede aanname van chefs is dat restaurantgasten massaal briesend de zaak zullen verlaten bij afwezigheid van een hoofdgerecht met biefstuk. Ook deze niet-traditionele totaalbeleving van culinaire creaties serveert gewoon weer een stukje rood vlees als laatste gang voor het dessert. Lekker is het wel: runderlende met krokant gebakken sukade, groene asperge in misoboter, lavascrème, fantastische ossenstaartjus en huisgemaakte focaccia om die mee op te vegen. De vegetariër krijgt gepofte en daarna knapperig aangegrilde koolrabi, waarbij andermaal de bijna griezelig goede cuisson – de mate van gaarheid – en temperatuur van alle bereide groenten opvalt.
Ook het dessert komt weer in de vorm van een torentje, dus ik constateer opgetogen dat het een kwestie van tijd is voor we deze wederopstanding officieel mogen maken. We zitten in het staartje van het zomermenu en krijgen de laatste aardbeien en frambozen verrukkelijk gepresenteerd: een bavarois van framboos gevuld met gezouten aardbeien; crème chiboust met Nederlandse vanille (een noviteit van de knappe koppen van teler Koppert Cress), ijs van crème fraîche en Iraanse zwarte limoen, Italiaanse meringue en Thaise basilicum. Wederom: heel goed.
Al met al vonden we G7 een superprettig restaurant. Waren we niet in het huis van God, dan zeiden we: F*ck it, let’s go to Sittard!
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant