De EU moet dringend ‘concurrerender, productiever, vernieuwender en duurzamer’ worden, zeggen Europese leiders. Maar het manifest dat zij in Boedapest ondertekenden wordt niet erg concreet en bevat beloften die al jaren geleden zijn gemaakt.
Wie de 27 Europese regeringsleiders vrijdag op hun woord gelooft, denkt dat de EU op de drempel van een revolutie staat. Zoals Karl Marx in 1848 met zijn Communistisch manifest een nieuwe tijd aankondigde, beloofden de leiders in Boedapest in hun ‘concurrentiemanifest’ dat Europa ‘concurrerender, productiever, vernieuwender en duurzamer’ wordt.
De Russische oorlog in Oekraïne, de machtswisseling in het Witte Huis, de Chinese handelsagressie en de klimaatverandering, het zijn redenen te over om nauwer samen te werken als EU-landen. En om de bestaande afhankelijkheden van derden – economisch en militair – met spoed af te bouwen. ‘We moeten zelf onze toekomst schrijven’, zei EU-president Charles Michel tijdens zijn laatste top van de Europese Unie.
Op tafel tijdens deze informele top in Boedapest lagen de rapporten van Mario Draghi en Enrico Letta, twee Italiaanse oud-premiers die in honderden pagina’s niet alleen nauwkeurig de zwakheden van de Europese economie beschreven (te lage productiviteit, te weinig kapitaal, onvoldoende (geschoold) personeel, te veel regels) maar ook de oplossingen: grote, gezamenlijke investeringen, legale migratie en veel minder rapportageverplichtingen voor bedrijven.
‘Wij pakken deze wake-upcall op’, verzekeren de leiders in hun Nieuwe Europese Deal voor Concurrentievermogen, die ze in Boedapest ondertekenden. ‘Doorgaan op de oude voet is geen optie meer. We onderschrijven de dringende noodzaak van beslissende actie.’ Tot zover de eerste, ambitieuze pagina van de Boedapest-verklaring.
Op de volgende drie pagina’s met concrete maatregelen blijft weinig over van dat elan. Behalve dat de verklaring kort is; dat is wel revolutionair in de EU. De leiders beloven het potentieel van de interne markt ten volle te benutten, iets waarover al minstens vijftien jaar wordt gesproken. De nieuwe Europese Commissie, die op 1 december aantreedt, krijgt het verzoek om volgende zomer een ‘alomvattende’ strategie te presenteren, inclusief een tijdpad met ijkpunten. Kortom: wordt vervolgd.
De tweede maatregel betreft ‘beslissende stappen’ om meer spaargeld te gebruiken voor investeringen in bedrijven, nog zo’n Europese evergreen. De belofte is nu dat er in 2026 een Spaar- en Investeringsunie bestaat. Wat die precies zal omvatten, moet over twee jaar duidelijk zijn.
Punt nummer drie gaat over een nieuwe Europese industriepolitiek, wederom een verzoek aan de volgende Commissie. Datzelfde geldt voor – punt vier – de ‘vereenvoudigingsrevolutie’ die de leiders willen: minder regeldruk voor bedrijven.
Voormalig Commissievoorzitter José Manuel Barroso (2004-2014) was hier al druk mee in de weer. In 2013 lanceerde hij het befaamde Refit-programma (regel-fitness, in afkortingen is de EU vaak origineel) dat onnodige wetgeving moest schrappen. Geen doorslaand succes, getuige de ‘revolutie’ die de leiders ruim tien jaar later nodig achten.
De komende Commissie moet ook (punt vijf) financieringsopties aandragen om de defensie-industrie te versterken, iets wat ze al een half jaar geleden heeft toegezegd.
Punt zes is misschien wel het meest ontnuchterende qua ambities: in 2030 zullen de lidstaten 3 procent van hun bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling besteden. Deze doelstelling was door eerdergenoemde Barroso in 2010 al vastgelegd.
De vaagste paragraaf in het concurrentiemanifest is de voorlaatste, over de vraag waar de honderden miljarden euro’s voor alle benodigde investeringen vandaan moeten komen. Hier beperken de leiders zich tot een betere inzet van de bestaande budgetten en ‘onderzoek naar de ontwikkeling van nieuwe instrumenten’ (lees: financieringsbronnen).
De poging van Michel om de oprichting van een nieuw Soevereiniteitsfonds in de verklaring te fietsen, mislukte door weerstand van onder meer Nederland en Duitsland.
In 2000 ondertekenden de toenmalige EU-leiders de Lissabon-strategie, waarin stond dat Europa in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld zou zijn. Toen ging het economisch voor de wind en zaten er pro-Europese regeringen in de hoofdsteden.
De verklaring van Boedapest is ontstaan onder het gesternte van lage groei, een echte oorlog, een dreigende handelsoorlog en groeiend nationalisme. Over zes maanden beoordelen de leiders welke vorderingen er zijn gemaakt.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant