Na maanden conflict klapte woensdagavond de Duitse regeringscoalitie. Bondskanselier Scholz (SPD) wil nieuwe verkiezingen in maart, maar heeft hiervoor conservatieve aartsrivaal CDU nodig. Zo slaat ook de laatste progressieve grootmacht in Europa rechtsaf.
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
Verbijstering sloeg donderdag in Duitsland snel om in hoop. Van de pizzabakker om de hoek tot de politiek analist op de televisie, het overheersende geluid is: hè hè, eindelijk. De timing is beroerd en het worden een paar spannende maanden. Maar dit kabinet was handelingsonbekwaam. Nu komen er vervroegde verkiezingen, en daarna hopelijk een stevig nieuw kabinet.
Met de breuk in de Duitse coalitie, en de ambitie van bondskanselier Olaf Scholz (SDP) om met een minderheidsregering het kalenderjaar af te maken, betreedt het land onbekend politiek terrein. Maar aan de horizon wordt een stabieler en daadkrachtiger Duitsland zichtbaar. Dat wordt wel een heel ander land.
Het komt in Duitsland zelden voor dat een regeringsperiode voortijdig eindigt. Niet voor niets geldt het land als baken van politieke en economische stabiliteit: een beetje saai, maar betrouwbaar. Bondskanselier Olaf Scholz is daarvan de verpersoonlijking; een Berlijnse krant doopte hem wegens zijn stoïcijnse stijl ooit om tot ‘de Scholzomat’.
Maar woensdag spatten de vonken er vanaf. Om half tien ‘s avonds, tijdens een haastig ingelaste persconferentie, noemde Scholz zijn pas ontslagen minister van Financiën egoïstisch, onverantwoordelijk, onrechtvaardig en respectloos. Lindner, zei Scholz, stelde partijbelang boven het landsbelang. Hij beschuldigde hem net niet van verraad.
Het Duitse politieke drama komt na maanden van conflict tussen enerzijds de twee grote regeringspartijen SPD en de Groenen, en anderzijds de kleine liberale coalitiepartner FDP. Die laatste was altijd al een vreemde eend, pleitend voor een kleine overheid en lage belastingen terwijl de andere twee zich inzetten voor de verzorgingsstaat en het klimaat.
Maar toen deze regering aantrad, eind 2021, was het een andere tijd. De coronacrisis liep op zijn einde. Met Joe Biden in het Witte Huis was er een stabiele wereldorde. Radicaal-rechts was nog een uitzondering in Europa. Rusland was nog geen grootscheepse oorlog tegen Oekraïne begonnen. Er was geen torenhoge inflatie, er waren geen energietekorten. Goedkoop Russisch gas stroomde overvloedig naar Europa.
De nieuwe regeringscoalitie had genoeg financiële ruimte om alle deelnemers wat leuks te bieden. De SPD kreeg hogere minimumlonen en betere pensioenen. De FDP de toezegging dat het logge en papieren Duitsland zou digitaliseren, de overheidsbureaucratie zou afslanken. Maar de grote belofte was een alomvattende omwenteling van economie en maatschappij naar een klimaatneutrale samenleving in 2045, vijf jaar eerder dan de rest van Europa.
Drie jaar later zit de regering met een reusachtig begrotingstekort en een even groot politiek conflict daarover. Eind vorig jaar maakte Duitslands hoogste rechtbank een einde aan een staaltje creatief boekhouden van de regering-Scholz. Die had tientallen miljarden aan geld bestemd voor de coronacrisis willen overhevelen naar klimaatplannen. Plots zat de regering met een begrotingstekort van 60 miljard euro over de komende jaren. En toen was de beer los.
De Groenen en SPD wilden geld bijlenen. FDP-leider Christian Lindner, tot woensdag minister van Financiën, zei: bespaar maar ergens. Van de ene op andere dag maakte Berlijn een einde aan agrarische subsidies en steun voor elektrische auto’s. Reusachtige boerenprotesten en boze e-autokopers waren het gevolg, maar de regering kwam ermee weg.
Voor 2025 is opnieuw bijna 13 miljard tekort, en ook dit keer zei de FDP: regel het maar. Het conflict kwam tot uitbarsting toen Lindner achttien pagina’s economische hervormingen naar zijn partners stuurde. Inclusief belastingverlaging voor hoge inkomens, beknotten op pensioenen en bijstand, en het uitstellen van klimaatmaatregelen. ‘Een middelvinger naar zijn coalitiegenoten’, zei de Süddeutsche Zeitung.
Ogenblikkelijk nadat Scholz de stekker uit zijn kabinet had getrokken, kwam een politieke machtsverschuiving op gang. De FDP is exit, de Groenen en de SPD willen als minderheidsregering door tot januari, de eerste week na het Kerstreces. Scholz hoopt dringende wetgeving, zoals nieuwe Europese asielregels, nog door te voeren.
Ongetwijfeld hoopt hij zich ook te tonen als de man die Duitsland door een moeilijke periode loodst, en daarmee zijn SPD een zetje geeft voor de nieuwe verkiezingen. Op 15 januari wil Scholz de ‘vertrouwensvraag’ stellen, waarbij een meerderheid in het parlement zijn vertrouwen in de kanselier opzegt en nieuwe verkiezingen volgen. Die vinden dan op 15 maart plaats.
Maar Scholz’ plan staat of valt met de steun van één man: zijn aartsrivaal Friedrich Merz, leider van de grootste oppositiepartij CDU. De Groenen en SPD hebben geen meerderheid. De FDP is uit beeld. Met de radicaal-rechtse AfD wordt niet samengewerkt. Die Linke heeft niet genoeg zetels om de SPD aan een meerderheid te helpen, en is zelf ook uiteengevallen in twee rivaliserende groepen.
Blijft over: de CDU/CSU-fractie. En leider Merz roept sinds donderdag alleen maar dat hij sofort nieuwe verkiezingen gepland wil zien. Misschien dat het Scholz toch lukt om met politieke koehandel en ad hoc-coalities het nog twee maanden vol te houden. Maar hoe dan ook zit er over twee, uiterlijk vier maanden een nieuwe Duitse regering.
Wie naar de peilingen kijkt, ziet een duidelijk beeld ontstaan. De SPD staat historisch laag, met zo’n 15 procent. De regeringscoalitie als geheel heeft minder stemmen dan oppositieleider CDU in zijn eentje. Die schommelt rond de 33 procent. Maar samen is dat bijna 50. En daar rekent de CDU op: de SPD klein genoeg houden om haar in een nieuwe coalitie te domineren, maar niet zó klein dat er een derde partij nodig is.
Daarmee komt een terugkeer van de Grote Coalitie in beeld, de tweepartijencoalitie die Duitsland decennialang stabiel hield. Dat is voor veel Duitsers uit het democratische midden geen slecht nieuws. Maar de CDU anno 2024 is een zeer conservatieve partij die op asielvlak tegen radicaal-rechts aanhangt. De partij wil klimaatverandering wel bestrijden, maar niet voor de troepen uitlopen.
Daarmee hangt een ruk naar rechts in de lucht voor de laatste progressieve grootmacht van Europa. Zoals dat nu eenmaal gaat in een democratie. De Duitse bevolking heeft die ruk immers al gemaakt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant