De alarmbellen bij de Navo en Europese bondgenoten gaan af nu Donald Trump weer tot president is gekozen. Europa wacht twee onmogelijke opgaven: zichzelf en Oekraïne verdedigen.
Nu Donald Trump is herkozen, weerklinkt alom de roep aan Europa om minder afhankelijk te worden van de VS. Hetzelfde gebeurde in alle acht vorige Amerikaanse verkiezingen sinds het einde van de Koude Oorlog.
Niet Trump of Obama, maar de instorting van de Sovjet-Unie betekende het einde van de centraliteit van Europa in Amerika’s veiligheidsdenken. Al meer dan drie decennia kijken Europeanen zichzelf eens in de vier jaar aan om plechtig te zeggen: ‘We moeten echt meer zelf doen!’ Gevolgd door schouderklopjes, rapporten, en verder weinig tot niets.
Zal het dit keer anders zijn? De situatie waarin zeven van de tien gevechtsklare militairen in Europa Amerikanen zijn, zoals de Belgische professor Jonathan Holslag van een Franse generaal hoorde, lijkt onhoudbaar geworden met Donald Trump in het Witte Huis.
Er is wel een omslag in het Europese denken begonnen na Poetins invasie van Oekraïne. De meeste Europese bondgenoten zitten nu op defensie-uitgaven van 2 procent van hun bbp, het Navominimum dat vrijwel zeker opnieuw verhoogd moet worden. Ook zijn investeringen in de Europese defensie-industrie op gang gekomen.
Zeker is dat de Europese veiligheid de afgelopen halve eeuw nooit aan zo’n dun draadje hing als nu. Terwijl in Europa de grootste oorlog sinds 1945 woedt, regeert straks een Amerikaanse president met grote scepsis over de Navo en bewondering voor Vladimir Poetin.
Dat er nu duizenden Noord-Koreaanse militairen tegen Oekraïne meevechten zonder noemenswaardige westerse tegenreactie, versterkt de indruk dat westerse hoofdsteden politiek en strategisch verlamd zijn.
Volgens Europese idealisten is dit het moment dat Europa zijn ‘Hamilton-moment’ moet beleven: een verwijzing, ironisch genoeg, naar de geboorte van een federaal Amerika. Maar, zoals Nicholas Vinocur schreef voor Politico: ‘De kans is net zo groot dat bij Amerikaanse terugtrekking EU-landen zullen vluchten in een ieder-voor-zich-mentaliteit, wederzijds wantrouwen, en deals met andere supermachten.’
Die kans is vergroot door de verdere opkomst van nationalistisch-populistische krachten in Europese landen én de geleidelijke erosie van de urgentie die Europese landen aanvankelijk voelden over de oorlog. De Europese Zeitenwende, het besef dat het allemaal anders moet, stokt in nationale crises en budgettaire limieten.
Trumps terugkeer blaast de discussie en het gevoel van urgentie nieuw leven in. Zo spreekt professor Moritz Schularick van het Duitse Kiel Instituut van ‘het moeilijkste moment in de geschiedenis van de Bondsrepubliek’. Volgens hem moet Duitsland defensie-investeringen uit de nationale budgettaire limieten halen om ‘Duitsland en Europa geopolitiek handelingsbekwaam te maken’.
De Duitse expert in transatlantische verhoudingen Ulrich Speck waarschuwt dat Europeanen nu geen tijd moeten verliezen ‘met eindeloze fantasieën over strategische autonomie; ze moeten onmiddellijk aan de slag en massaal investeren in Oekraïne en defensie’.
Hoewel veel Europese media speculeren over een transatlantische breuk onder Trump, vergezeld van een ‘deal met Poetin’ over Oekraïne, liggen de zaken vooralsnog genuanceerder. Op dit moment kan immers niet definitief gezegd worden wat Trumps houding wordt tegenover Oekraïne en de Navobondgenoten.
Zo openbaart zich voor de Europeanen een weerbarstig en moeilijk te voorspellen politiek speelveld, dat vooral taaie onderhandelingen met de nieuwe voor-wat-hoort-wat-regering van Trump zal vergen. Bijvoorbeeld over de wijze waarop de steun aan Oekraïne meer ‘Trumpiaans’ ingericht kan worden door Europeanen materieel en munitie van de VS te laten kopen, die zij vervolgens doorgeven aan Oekraïne. De Europese landen hebben zelf onvoldoende materieel in huis.
De Europese bondgenoten, politiek verzwakt en verdeeld als ze zijn, staan nu voor een historische taak. Ze moeten tegelijkertijd twee opgaven volbrengen die ze geen van beide op korte (of zelfs middellange) termijn zelfstandig kunnen vervullen: zichzelf verdedigen en Oekraïne helpen zichzelf te verdedigen.
Dat is waarom de alarmbellen afgaan en dat is waarom de veiligheidssituatie op in Europa nu gevaarlijker is dan op enig moment sinds de grote crises met de Sovjet-Unie uit het prille begin van de Koude Oorlog. Europa kán op korte termijn het wegvallen van Amerikaanse militaire hulp niet vervangen. Daarom zal hierover met Trump onderhandeld moeten worden. En de gepresenteerde rekening moet worden betaald.
Het is onduidelijk of de Europese bondgenoten boven zichzelf kunnen uitstijgen om de astronomische investeringen te doen die nodig zijn om op langere termijn militaire autonomie te bereiken. Maar de Oekraïense noden staan nu voorop. Het is nog onduidelijk hoe Trumps wens om die oorlog te beëindigen, gaat uitpakken voor Oekraïne. Het kan een zeer bloedig drama worden, maar in Kyiv hopen ze te profiteren van Trumps wens niet als zwakkeling uit zo’n deal tevoorschijn te komen.
De Europeanen zullen ondertussen alles op alles moeten zetten om in zeer korte tijd zoveel mogelijk extra steun en munitie voor Oekraïne te regelen als mogelijk is. Wellicht schiet Zuid-Korea te hulp. Maar omdat Europa nu niet over de militaire of politieke tegenmacht beschikt om Poetin in Oekraïne zelfstandig tegen te houden, zullen de lidstaten er alles aan moeten doen om met de transactionele Trump tot een vergelijk te komen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant