Wat volgens de peilingen een nek-aan-nek-race zou worden, werd een afgetekende overwinning van Donald Trump. Toch zaten de meeste peilingen er in cruciale swing states niet zo heel ver naast.
is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant.
Het zou in zo’n beetje alle swing states een dubbeltje op z’n kant worden. Pennsylvania? Harris met een voorsprong van 0,2 procentpunt, volgens 538, een Amerikaanse peilingwijzer die de uitslagen van verschillende peilbureaus combineert. Wisconsin en Michigan? Harris op +1 procentpunt, terwijl peilers in de andere swing states Trump een haartje meer kans gaven. Voor de eindoverwinning schatten de peilingwijzers de kansen van Harris en Trump vrijwel allemaal op ongeveer 50/50.
En toen kwamen de verkiezingsuitslagen binnen. Niks dagenlang tellen en hertellen omdat het allemaal too close to call is. Pennsylvania +2 procentpunt voor Trump, met bijna alle stemmen geteld. Wisconsin en Michigan? Respectievelijk +0,8 procentpunt en +1,5 procentpunt voor Trump met bijna alle stemmen geteld. En zo trok Trump de ene na de andere swing state naar zich toe.
Peilers kunnen zich verdedigen met de bekende legitieme argumenten. Een peiling is een momentopname, en er is altijd een foutmarge. Peilexperts waarschuwden bovendien voorafgaand aan de verkiezingsavond: als de peilingen in alle swing states telkens dezelfde kandidaat een beetje onderschatten, dan zou dit juist een snelle afgetekende overwinning betekenen. Reken op zo’n 3 à 4 procentpunt foutmarge, luidt de vuistregel, al zijn er ook wetenschappers die stellen dat de foutmarge veel groter is.
Veel peilers kunnen na deze verkiezingsuitslag dus zeggen: onze peilingen zaten meestal gewoon binnen de foutmarge. Maar het valt ook op dat de peilafwijking weer dezelfde richting op leunt als bij de vorige twee presidentsverkeizingen, namelijk: een onderschatting van Trump. In 2016 won Trump onverwacht in cruciale battle ground states van Clinton, in 2020 dachten peilers dat Biden ruim zou winnen, maar hij haalde het Witte Huis met z’n hakken over de sloot.
To-dolijstje: meer olie boren, hogere importtarieven, een betere grensmuur, minder steun aan Oekraïne: de plannen van Trump op een rij
Conclusies: Vijf belangrijke bevindingen uit de verkiezingsuitslagen
Trumps entourage: De mensen met wie Trump zich omringde op het erepodium, maken kans op een invloedrijke plek in zijn regering. Wie zijn zij?
Speech ontleed: Veel borstklopperij en een speciaal bedankje voor Elon Musk: het opvallendste uit Trumps toespraak
Dossier: Al onze verhalen over de Amerikaanse verkiezingen bij elkaar
Telkens onderschatten de peilers de steun voor Trump, hoe kan dat toch? Voor de vorige twee presidentsverkiezingen is dat al goed onderzocht. Lager opgeleiden hadden te weinig stem in onze panels, concludeerde de Amerikaanse vereniging van opinieonderzoek Aapor na de uitslag van 2016. Onderzoekers probeerden dat defect te repareren, maar in 2020 bleek Trump wéér meer kiezers aan te spreken dan ingeschat. Op nationaal niveau de grootste peilfout in veertig jaar, concludeerde diezelfde Aapor zelfs.
In 2020 zat het met het opleidingsniveau in de panels wel goed, maar bleken er nieuwe mankementen onder de motorkap van de peilers. De zogeheten ‘non-respons’ was daarbij een van de problemen, oftewel: het aantal mensen dat niet meedoet aan de enquête.
In de tweede helft van de twintigste eeuw belden Amerikaanse peilers meestal willekeurig vaste telefoons om een breed, representatief beeld van de stemvoorkeur te krijgen. Zo’n 60 procent van de mensen bij wie de telefoon rinkelde, deed vervolgens ook mee aan de vragenlijst. Tegenwoordig zijn peilers bij telefonische enquête in de VS al dolgelukkig als 6 procent wil meedoen. Natuurlijk zijn er nu ook andere manieren om mensen te bereiken, zoals via e-mail of mobiele telefoons, maar het probleem van de lage respons blijft hardnekkig.
Uit alle macht proberen peilers op basis van die kleine respons toch een zo representatief mogelijk beeld te boetseren, door goed te kijken van wat voor type kiezers ze er relatief veel of juist weinig te pakken kregen met hun vragenlijsten. Te weinig lager opgeleiden in het panel? Laat degenen die je wél sprak dan wat zwaarder wegen. En zo zijn de peilers druk in de weer met nog meer weegschaaltjes, zoals leeftijd, aantal jaren woonachtig in de VS en ‘zegt de vorige keer gestemd te hebben op...’.
Maar daarbij blijft constant de vraag bij de peilers knagen: missen we niet iets belangrijks? Zo vrezen sommige peilexperts dat juist de Republikeinse aanhang relatief vaker weigert aan hun enquêtes mee te doen, mogelijk aangestoken door Trump die regelmatig beweert dat peilingen die hem niet bevallen ‘nep zijn’.
De komende weken en maanden zullen peilers hun weegschaaltjes opnieuw proberen te ijken, onder meer op basis van de verkiezingsuitslag en enquêtes vlak nadat mensen hun stem hebben uitgebracht.
Zo valt het volgens onderzoek van The Washington Post op dat in vergelijking met 2020 veel meer kiezers met een latino-achtergrond voor Trump kozen. Een aanzienlijke groep, aangezien ongeveer 1 op de 10 kiezers in de VS zo’n achtergrond heeft. Ook opvallend: hoewel vrouwen relatief vaker voor Harris kozen, was Biden volgens een exit poll van CNN vier jaar geleden beduidend populairder onder vrouwen, zelfs nu het recht op abortus zo’n belangrijk onderdeel van de verkiezingscampagne van de democraten was.
De peilers gaan voor de volgende verkiezingen ongetwijfeld weer veranderingen doorvoeren in hun methodes, maar ook dan zullen er gegarandeerd weer afwijkingen zijn met de werkelijke uitslag. Misschien dat dan juist de democratische kandidaat wordt onderschat, ook dát zou zeker niet de eerste keer zijn.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant