Kunst komt, net als democratie, het best tot haar recht in de wijdopen polder, en tegelijk loopt ze juist daar gevaar. Dit grote koperen beeld op de dijk is al dertig jaar kwetsbaar voor de elementen, en voor de gedachten van iedereen die er een glimp van meekrijgt. De tienduizenden die over de snelweg gaan, zien het draaien van smal naar breed, veranderen van kleur, en niemand bepaalt voor hen wat dat betekent. Hoop, lef en trots, misschien. Of niets.
En nu is het kapot, alweer. Aanval na aanval doorstaat De tong, het gezichtsbepalende kunstwerk in het nieuwe land tussen Almere en Lelystad. Het heette ‘De tong van Lucifer’ totdat strenggelovige danwel populistische politici zich ermee gingen bemoeien: het beeld zou een verwijzing naar de duivel zijn die de hemel likt. Dat is het niet. Maar nu roeren ze zich opnieuw: naar de opslag ermee, uit het zicht, het is te duur en te kwetsend. En inmiddels zijn ze aan de macht, in Flevoland.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het beeld staat naast de A6 die de polder overspoelt met lawaai en zelfs de ganzen op de akkers overstemt. Een spoorlijn, eindeloze elektriciteitsmasten, windmolens, vliegtuigstrepen – het land ligt laag, alsof het schuilt voor zoveel kabaal. Uit de hemel valt een mistboog in een sloot, zo Hollands is het ook nog wel.
Zwaargewond en halfnaakt balanceert het kunstwerk op de Knardijk. Reepje voor reepje is het koper eraf gestolen. Het gebeurde ’s nachts in alle openheid, het vergt tijd en toewijding om dit beeld van z’n jurk te ontdoen. Ondanks het bewogen verleden van het beeld waren er geen camera’s of andere vormen van beveiliging. Koper schijnt minder op te brengen dan wordt gedacht, toch was het schroot kennelijk meer waard dan het werk van de kunstenaar.
Gemaakt door Ruud van de Wint, geplaatst in 1993, is het meermaals vernield, in brand gestoken, ten prooi gevallen aan koperdieven en orthodoxe christenen. Bij een restauratie viel het uit een kraan, met een dode tot gevolg, daarna werd het omvergeblazen door een storm. Herstel kostte de provincie een kwart miljoen, pas na maanden van reparatie keerde het anderhalf jaar geleden terug.
Nu kijk je er dwars doorheen, het stalen geraamte in, draden koper hangen als tranen naar beneden. Geholpen door een koude oostenwind werpt De Tong een massieve schaduw op de dijk, en waar je ook kijkt, telkens is het in kleur en vorm een ander beeld. Van verderaf gezien lijkt het zelfs een koepelkerk.
De lege polder eromheen staat vol met verklarende borden: van hectometerpalen en fietsknooppunten tot de markering van de gemeentegrens; het waterschap is trots op zijn duurzame (en ‘goedkopere’) oeveronderhoud. Maar dit kunstwerk staat er anoniem, wat de ongemakkelijkheid vergroot. Alsof het zomaar uit de hemel kwam vallen.
Na de koperroof zei Anja Keuter, fractievoorzitter van BBB, de grootste partij in Flevoland: ‘Als dat ding bakken met geld kost, mag het voor mij ook ergens in een opslag worden gelegd.’ Forum voor Democratie pleitte voor verwijdering, want daar zien ze sowieso niets in ontaarde kunst. Ria Visser-Kapitein zei namens de ChristenUnie: ‘Kunst mag wat waard zijn, maar niet tot de prijs van alles.’
De politicus die kortgeleden nog het felst uithaalde naar dit ‘godslasterlijke’ beeld, Sjaak Simonse van de SGP, is inmiddels aan de macht als gedeputeerde. Hij zei: ‘Iedere keer als ik er langsrijd, doet me dat pijn.’
Anders dan koperdieven zijn sommige gelovigen kennelijk bang voor kunst die vragen oproept. Hetzelfde geldt voor autocraten.
Kunst sneuvelt niet in een beeldenstorm, er gaan jaren overheen. Dat gaat letter voor letter, woord voor woord, argument voor argument. Het begint met politici die niet om dit beeld heen gaan staan, maar openlijk twijfelen over het nut en de kosten. Net zoals het huidige kabinet blijft doen alsof de bezuinigingen op kunst, cultuur en media een financiële reden hebben.
Openbare kunst is vrij, en vrijheid is bedreigend. Niet voor niets worden er boeken verboden in een land dat hopelijk ook na deze week nog steeds bekendstaat als het meest vrije ter wereld. Gelukkig heeft onze democratie vast genoeg hoop, lef en trots om dat beeld op de dijk te laten staan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns