Halverwege de nacht klinkt er gerommel in het holst van het huis.
‘Wat is dat?’, vraagt de vrouw.
‘Niks’, zegt de man. Zijn stem klinkt nog half in slaap, maar in werkelijkheid ligt hij al uren wakker, piekerend over verkiezingen ver, ver weg, en toch om de hoek. Hij is er al twee keer uit geweest, heeft gedraald voor de tv, en is nu toch weer terug in bed. Overal in de omringende huizen lichten ramen op in de mist, ramen waarachter beeldschermen flikkeren waarop te zien is hoe de democratie wordt verpatst aan de hoogste bieder. De staatsvorm verkeert in erbarmelijke staat, maar voor erbarmen komt de meerderheid al een tijdje haar bed niet meer uit. Mensen kijken bij wijze van verzetje in kroegen en concertzalen en tv-studio’s, met Bud en Coke en van die rode frisdrankbekers en ballonnen en stars-and-stripes-bow ties. Ergens gedurende de nacht gaat een nieuwe, real-life rampenfilm in première.
Weer gerommel, krakende planken.
‘De wind’, zegt de man. Sinds een tijdje bekruipt hem soms het gevoel dat de wereld in een zeepkistenrace verwikkeld is. Met z’n allen zonder remmen steil naar beneden, richting een ravijn waarvan niemand weet hoe diep het is, en of een zachte landing nog tot de mogelijkheden behoort.
‘Het is boven. Zal ik gaan kijken?’, vraagt de vrouw.
Boven staat de tv, waar ongetwijfeld op elke zender mensen aan het woord zijn die alles wat zij toch al vinden weerspiegeld zien in wat er dan ook maar te gebeuren staat, terwijl miljoenen anderen hun adem inhouden, nu al heerlijk high van de aanstaande chaos. Eén botsing in slow-motion, één wereldwijde kijkersfile.
Nee, de man gaat wel. Hij is toch al wakker.
Boven zit de volgende president van de Verenigde Staten onderuit, midden op de driezitsbank. Zijn rode stropdas ligt uitgeteld op zijn buik, en het wereldberoemde, in de oven ingezakte gezicht flakkert in het tv-scherm waarop zich zijn rampzalige zege aftekent. De man kijkt naar het gezicht dat hem doet denken aan een omschrijving van Bret Easton Ellis over door plastische chirurgie onherstelbaar verbeterde hoofden: een gezicht dat een gezicht nabootst. De ogen zijn open, maar lijken weinig waar te nemen. Daarachter moet het zo leeg zijn dat je het per ongeluk met orde zou kunnen verwarren.
Niet direct de aanblik van een man over wie wordt beweerd dat hij de loop van de geschiedenis zal gaan bepalen. Geen leraar die hem het beheer over het klassenboek zou toevertrouwen. Miljoenen mensen volgden hem jarenlang op de voet en zagen een malafide halvegare, met de fysiek van een rolpoef en de binnenwereld van een beschimmelde druif – en gaven hem vervolgens hun stem. Ze willen met hem mee, volle kracht nergens heen.
De volgende president zwijgt, zijn mond hangt op halfzeven, maar zijn bedoelingen zijn helder: hij gaat nergens heen. Voortaan zullen de man en de vrouw om hem heen moeten bestaan. Zonder een woord met de ongenode gast te wisselen keert de man terug naar bed. Zij slaapt alweer.
‘Wat was het nou gister?’, vraagt de vrouw de volgende ochtend.
Buiten trekt de nieuwe wereld zich op gang, die in veel op de oude lijkt. Fietsen, brommers, dageraad. En overal groezelige gezichten waarin de man denkt te kunnen lezen dat in talloze huizen die nacht min of meer hetzelfde heeft plaatsgevonden.
En hij zegt: ‘Misschien was het niks, maar ik ben bang van niet.’
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant