In juni 1790 bevond het plukje Amerikaanse staten – dertien waren het er nog maar – dat na de succesvolle Onafhankelijkheidsoorlog de prille Verenigde Staten had gevormd, zich in een acute economische en politieke crisis. De schuldenlast van enkele staten was onhoudbaar geworden, maar de andere wilden daar niet voor opdraaien.
De economie was in enkele decennia met 30 procent gekrompen en de facto hadden ze geen functioneel leger meer. De bevolking morde. Een revolutie zoals die net in Frankrijk had plaatsgevonden, was opeens denkbaar. Vijanden als Spanje en Engeland stonden nog altijd aan de grens. Tussen de jonge staten werd er louter nog geruzied. Ze stonden met de rug tegen de muur. En met de ruggen naar elkaar.
In die schijnbaar uitzichtloze situatie wist de briljante minister van Financiën Alexander Hamilton een akkoord te smeden met de grootste tegenstanders van verdere financiële en politieke samenwerking. Tijdens een gedenkwaardig diner in juni 1790 besloten ze de schulden toch gezamenlijk te dragen, een centrale bank en een nieuwe hoofdstad te stichten en een eendrachtige economische en politieke koers te gaan varen. Het succesvolste land in de geschiedenis van de mensheid was geboren.
Of er gisteren een einde is gekomen aan die geschiedenis, laten we even bij het Amerikaanse volk dat de trumpiaanse revolutie zelf via verkiezingen tot stand bracht. Wij moeten het nu dringend hebben over ons, over Europa.
Vanavond en morgen zitten de Europese leiders bij elkaar in Boedapest. Er heerst oorlog aan onze grenzen. De concurrentiekracht van het continent staat zwaar onder druk door te hoge energieprijzen en gebrekkige productiviteitsgroei. De bevolking is ongerust en in veel gevallen gewoon boos. Over de stijgende kosten van levensonderhoud, over dodelijke overstromingen en over schijnbaar onbeheersbare migratie.
En vanaf gisterochtend is duidelijk dat we niet meer kunnen rekenen op de militaire en geopolitieke steun van de Verenigde Staten. Dat we met de door Trump aangekondigde tariefoorlog er zelfs een economische tegenstander bij hebben. Als er ooit in de nog jonge geschiedenis van de Europese Unie een noodzaak was voor een ‘hamiltoniaans moment’ is het nu.
Lang, veel te lang, hebben de voor- en tegenstanders van Europese krachtenbundeling elkaar gegijzeld gehouden met angstbeelden over elkaars visie op het Europa van de toekomst. Zoals in elk verlammend politiek conflict kan er alleen een uitweg worden gevonden als we de verschillen overbruggen, of zonodig opzijschuiven, en elkaar weten te vinden in een gezamenlijke opdracht.
Over de auteur
Diederik Samsom is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Na gisteren ligt die voor het oprapen. Want we moeten het nu zelf doen. Zelf investeren in onze industrie en in een nieuw duurzaam en onafhankelijk energiesysteem. Dat betekent dus werken aan nieuwe duurzame én nieuwe nucleaire technologie. De strijd tegen klimaatverandering voeren én ons aanpassen aan de destructieve neerslag- en droogtepatronen.
Niet langer op anderen leunen voor onze veiligheid, maar zelf de verantwoordelijkheid nemen voor het stabiliseren van de brandende regio’s om ons heen. Niet alleen in Oekraïne, maar ook in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Dat vereist een gezamenlijk defensieapparaat én een diplomatieke en economische inspanning zonder weerga. In de slipstream daarvan kan ook weer grip op migratie worden verkregen, mits we samenwerking met de regio’s en ruimhartige legale migratieroutes combineren met een streng toelatings- en terugkeerbeleid. En dat allemaal in de komende vijf jaar.
De hamiltoniaanse lijst die in Boedapest voorligt, bevat voor elke regeringsleider aantrekkelijke en buitengewoon lastige keuzen. Maar de voorbereiding is gedaan. Het Draghi-rapport ligt gereed. De Green Deal kan aangevuld worden met industriebeleid. Er komt een Europese Commissaris voor Defensie. Het wordt tijd dat iemand aan tafel duidelijk maakt dat de nieuwe realiteit geen verder uitstelt duldt.
Iemand die aan Denemarken, Zweden en vooral Duitsland vertelt dat ze eindelijk de doelen kunnen bereiken waar ze vurig op hopen, maar wel via de door hen verafschuwde Europese begrotingsintegratie. Die Orbán en Fico voorhoudt dat Europese financiering en effectief grensbeleid ook respect betekent voor een Europese liberale democratische rechtsstaat en eenduidig buitenlands beleid. Dat Oostenrijk, Ierland, Malta en Cyprus niet langer kunnen wegduiken voor het Navo-lidmaatschap.
Gaat Macron het doen? Meloni wellicht? Ik denk Tusk. Wie precies de ‘Hamilton van Europa’ wordt, laat ik graag aan de loop der geschiedenis. Als het maar gebeurt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant