Amerika heeft gekozen. En wel voor een autoritair landsbestuur met xenofobe trekken en een radicale kapitalistische agenda waarop linkse partijen een antwoord moeten zien te vinden.
Het is tenminste duidelijk. Donald Trump heeft de Amerikaanse presidentsverkiezingen overtuigend gewonnen, en de Verenigde Staten en de rest van de wereld kunnen zich gaan opmaken voor zijn tweede termijn. Daarin zal hij zich gesteund weten door een Republikeinse meerderheid in de Senaat, een conservatieve meerderheid in het Hooggerechtshof, wellicht een Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en sowieso een Republikeinse partij die hij zich volledig aan zijn wil onderworpen heeft.
Zelfs de landelijke optelsom van de uitgebrachte stemmen, de popular vote, wijst voor het eerst in twintig jaar weer op een Republikeinse meerderheid in Amerika.
En dat zonder hertellingen, zonder druk op verkiezingsfunctionarissen, zonder bestorming van het Capitool.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Daar is dus weinig op af te dingen. De Amerikaanse democratie, voor wat die waard is, heeft haar beloop gehad. De Amerikaanse bevolking heeft gekozen.
En wel voor een autoritair landsbestuur met xenofobe en nationalistisch-christelijke trekken, met een radicale kapitalistische agenda van belastingverlaging en extreme deregulering, met steun van de rijkste oligarchen van het land en geleid door een president die de jacht wil openen op de ‘vijand van binnen’.
Daar mogen Trump en zijn campagne trots op zijn. Wie het, als 78-jarig rijkeluiskind met een strafblad, een verkrachting en een aantal nog lopende rechtszaken aan de broek, klaarspeelt om met zo’n op de elite gerichte agenda juist de onderliggende klassen te mobiliseren, heeft het populisme geperfectioneerd. Hoewel er in de hele wereld vergelijkbare politici aan de macht of in opkomst zijn, zijn er weinigen die het niveau van Trump halen.
Dat de Democraten daar geen afdoende antwoord op hadden is hun aan te rekenen. De partij, die al sinds het presidentschap van Barack Obama worstelt met de interne talentontwikkeling, hield te lang vast aan een herverkiezing van de steeds ouder wordende president Joe Biden. De wissel kwam te laat om invaller Kamala Harris echt een kans te geven. Hoe energiek ook, het lukte haar in de drie maanden die ze had niet om een blik op de toekomst te ontwikkelen die voldoende was losgekoppeld van haar vier jaar als vice-president naast Biden.
Dus bleef ook haar de grote paradox van Biden aankleven. De economie is onder zijn presidentschap sterk gegroeid, de werkloosheid is sterk gedaald, de reële lonen van veel Amerikanen zijn best gestegen – en toch bleven veel van hen de sterk gestegen prijzen voelen. Mede hierdoor lagen de waarderingscijfers voor Biden, en dus ook voor Harris, op een bijzonder laag niveau. Inflatie lijkt een existentiële ervaring die tot grote onzekerheid leidt.
Dat Biden met zijn enorme investeringsprogramma in de infrastructuur van Amerika zelfs een van de grote campagnepunten van Trump uit 2016 uitvoerde, is een andere paradox. Politici worden niet beloond voor het inlossen van andermans beloften.
Wat Trump, net als Republikeinen voor hem, veel beter heeft doorgehad dan de Democraten, is dat het electoraat niet statisch is. Nadat hij met zijn eerste campagne de witte (voormalige) arbeiders had losgeweekt van de Democraten, zette hij dit jaar in op zwarte Amerikanen, latino’s en jongeren, drie groepen waarvan de Democraten denken dat die van hen zijn. Vooral jonge mannen die voor het eerst gingen stemmen, bleken te vallen voor de puberaal-masculiene wereld van Trump, Elon Musk en Joe Rogan. Hoeveel deze groep (in theorie) ook te winnen heeft met progressief beleid dat hen verder kan helpen, ze voelen zich meer thuis bij traditionele jongensdingen als auto’s, games, geld, foute grapjes en gehoorzame vrouwen. Dat verlies kon Harris niet met andere kiezers compenseren, zelfs in een jaar waarin abortus een van de grote thema’s was.
Hadden de Democraten het anders moeten aanpakken? Zeker. Maar wie de kiezer serieus neemt, moet ook iets anders concluderen. Linkse partijen moeten zich erop beraden wat ze in deze rechtse tijden te bieden hebben.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant