Home

Ik was nog nooit met een maaltijd – en wat voor een maaltijd – beloond voor een blurb

In het Koreaanse restaurant Mari op 9th Avenue was de bediening verdiept in een wedstrijd tussen de Yankees en de Dodgers. Een kok zei tegen een klant: ‘Bid voor ons.’

De klant stond hier welwillend tegenover. Je weet nooit hoe een wedstrijd kan worden beïnvloed, misschien geldt hetzelfde voor verkiezingen.

Een kennis had mij meegenomen naar Mari in dank voor een blurb die ik had gegeven voor een boek dat zij had vertaald. Ik was nog nooit met een maaltijd – en wat voor een maaltijd, een tasting menu van een gang of negen – beloond voor een blurb. Halverwege het diner, ergens bij de zesde gang, dwaalden mijn gedachten af en ontwikkelde ik een idee voor een novelle.

Een getrouwde vrouw begint een affaire. Haar morele overtuigingen dwingen haar haar echtgenoot in te lichten, maar hij reageert merkwaardig. Hij zegt: ‘Misschien kan hij onze huisvriend worden.’ Later zal ze zeggen dat dit het moment was waarop ze begreep dat haar echtgenoot aan het dementeren was.

De vrouw stelt haar minnaar voor om samen voor haar dementerende echtgenoot te zorgen, om in ruil voor seks en romantiek samen de strijd tegen de incontinentie aan te binden.

De minnaar gaat schoorvoetend akkoord, maar de echtgenoot heeft heldere momenten. Als de minnaar van zijn vrouw weer een keer bezig is zijn luier te verwisselen, bijt de man hem toe: ‘Ik vind het niet erg dat je aan mij zit, maar van mijn vrouw blijf je af.’

Tot daar was ik gekomen toen bleek dat het bidden voor de Yankees niet had geholpen. Mijn kennis en ik verlieten Mari.

Het was een prachtige avond, meer dan 20 graden. Op 6th Avenue maakte een man die geenszins de indruk wekte dakloos te zijn geluiden van een koe.

Ik kon eigenlijk niet anders dan gelukkig zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next