Een dorpje ten zuiden van Parijs voerde, na een referendum met een matige opkomst, een symbolisch smartphoneverbod in voor straten, winkels en scholen. ‘De smartphone ontwricht onze communicatie, dat raakt het hart van ons mens-zijn.’
Eline Huisman is Frankrijk-correspondent voor de Volkskrant, Simoon Hermus is techredacteur.
Wat hem precies bezielde, wist Vincent Paul-Petit zelf ook niet helemaal. Het was een wild plan, maar misschien was dat nou juist net nodig. ‘We gaan de smartphone in ons dorp verbieden’, riep de burgemeester van Seine-Port, een klein dorp op 50 kilometer van Parijs, bij het schoolfeest ruim een jaar geleden.
Er moest iets gebeuren, vertelt hij op zijn kantoor in het gemeentehuis van Seine-Port, want het schermgebruik grijpt dusdanig diep in in ons dagelijks leven dat het ‘een kwestie van volksgezondheid’ is. Tegenover de smartphone verliest iedereen de strijd om aandacht. ‘Normaal avondeten met het gezin, zoals de Franse traditie voorschrijft, is bijna niet meer mogelijk. En leraren vertellen me dat kinderen slapen in de klas, omdat ze niet genoeg zijn uitgerust door de verslaving aan het scherm.’
Als burgemeester zag Paul-Petit het als zijn taak te hulp te schieten. ‘Als zo iemand zegt dat iets verboden is, doet dat iets in het hoofd van de mensen: ‘Opgelet, het moet wel gevaarlijk zijn!’ Ook zonder dat er sancties op overtreding staan.’
In februari dit jaar legde Paul-Petit het plan voor een smartphoneverbod in Seine-Port voor aan de tweeduizend inwoners van zijn gemeente. De vraag die hun werd gesteld: ‘Stemt u in met het gemeentelijk handvest voor een goed schermgebruik?’ Dat handvest draait om vier situaties waar de smartphone in principe niet gebruikt mag worden: op school, in winkels, op plekken van publieke samenkomst zoals parken en pleinen, en al wandelend op straat.
Krap 20 procent van de stemgerechtigden kwam opdagen en een kleine meerderheid (54 procent) stemde in met het idee. ‘Dat is geen beste score’, geeft Paul-Petit zijn teleurstelling toe. ‘Ik ben zelf nooit met minder dan 54 procent verkozen. Maar ik hield mezelf voor: er is gewoon werk aan de winkel. De smartphone ontwricht onze communicatie, dat raakt het hart van ons mens-zijn.’
Het verbod is symbolisch en komt in de vorm van een ‘macaron’ – een rond bord dat door de gemeente is uitgedeeld op scholen, in winkels en bij horecagelegenheden. ‘Gemeente waar het goed leven is’, staat boven een smartphonesymbool met een rode streep erdoor. ‘Het is heel vriendelijk allemaal’, wijst de burgemeester op de gekleurde poppetjes daaronder. ‘We willen mensen stimuleren, niet met de vinger wijzen.’
Niemand is iets verplicht – niet tot het plaatsen van het bord, niet tot het controleren op naleving. ‘We vragen winkeliers niet om politie te spelen’, zegt Paul-Petit. ‘Het is ook bedoeld als steun voor hen. We zijn een kleine gemeenschap, de bakker en de slager zijn plekken van gemeenschappelijkheid. Daar ontmoeten we elkaar en wisselen we nieuws uit over het dagelijks leven. Die functie wil ik graag beschermen.’
Soms is het even zoeken, maar de verbodsmacaron duikt hier en daar op in het centrum van Seine-Port. Bij de boulangerie vist verkoper Mélodie Pigeat hem achter een stapel folders voor de kassa vandaan. ‘Ik ga er geen verkoop voor mislopen als mensen zich er niet aan houden’, zegt ze, ‘maar het is een sympathiek initiatief. Voorheen werkte ik in Saint-Denis (een voorstad ten noorden van Parijs, red.). Daar komen mensen vaak al bellend binnen zonder bonjour te zeggen.’
De negatieve effecten van excessief schermgebruik zijn een actuele kwestie in Frankrijk. President Emmanuel Macron heeft herhaaldelijk gezegd blootstelling aan smartphones en andere schermen bij jonge kinderen te willen reguleren. Voormalig premier Gabriel Attal sprak van een ‘onderwijs- en gezondheidscatastrofe’ en voerde een experiment in met een smartphoneverbod op tweehonderd ‘collèges’, de eerste jaren van het middelbaar onderwijs in Frankrijk. Op basisscholen geldt al sinds 2018 een verbod.
In Seine-Port raakt het ‘verbod’ ook de volwassenen. Moeders Noémie en Elodie (die niet met hun achternaam in de krant willen) staan al kletsend te wachten op het uitgaan van de basisschool. Ze zijn al jaren met elkaar bevriend, maar ook andere ouders spreken ze nu vaker rond het schoolplein, zegt Elodie. ‘Het verbod ging gepaard met een grootschalige campagne. Dat heeft effect, juist ook op de kleintjes. Ik word nu zelfs door mijn eigen kinderen gecorrigeerd als ik te veel op mijn telefoon zit.’
Bij minisupermarkt Chez Momo ziet eigenaar Hassan Manassi de bui al hangen. Sinds het symbolische verbod wordt zijn zaak drukbezocht – door journalisten, die hij dan het beleid mag uitleggen. ‘Klanten onder de 14 jaar mogen hier in principe niet met hun telefoon betalen’, licht hij de regels in zijn winkel toe. Zelf heeft Manassi niet gestemd bij het referendum – hij stemt naar eigen zeggen nooit. ‘Maar het idee om vooral het gebruik bij kinderen af te remmen is niet gek. Zo raken ze niet gewend aan iets wat verslavend is.’
Toch is niet iedereen in Seine-Port onverdeeld enthousiast. ‘Lulkoek!’, roept een dame (die anoniem wil blijven) aan de kassa van Chez Momo. ‘Dorpelingen corrigeren elkaar voor het hek bij school, het is belachelijk’, zegt ze. ‘Mijn moeder heeft me geleerd: het is verboden te verbieden.’
Een straatverbod voor de mobiele telefoon, zover is het in de rest van Europa (nog) niet. Maar de liefdesrelatie met de smartphone lijkt op het hele continent bekoeld. Waar komt deze scepsis vandaan en hoe universeel is dit gevoel?
De verhouding met de smartphone en sociale media is volgens Annika Richterich, docent digitale cultuur aan de Universiteit Maastricht, net zo afhankelijk van infrastructuur als van culturele normen en waarden. ‘In Noord-Europese landen waar Ericsson en Nokia telefoons ontwikkelden, namen mobieltjes (en smartphones) wat eerder het straatbeeld over.’ Hier stapten scholen ook sneller over op digitale lesmethoden – hoewel dat nu weer (deels) wordt teruggedraaid.
Zuidelijke landen hadden een meer kritische houding. Zo is in Italië sinds 2007 de smartphone bij wet verboden in de klas. Maar de verschillen tussen Europese landen zijn niet erg groot; in elk EU-land wordt op het moment gediscussieerd over de invloed van de smartphone op het concentratievermogen van kinderen.
Het is de vraag of het scherm nog wel uit elk klaslokaal kan worden geweerd. Een grote groep leerlingen is via digitale lesmethoden veel efficiënter in de gaten te houden. Richterich: ‘In de Verenigde Staten zijn het de elitescholen die digitale lesmethoden kunnen verruilen voor papier en persoonlijke aandacht.’
Toch staat het grootste deel van de wereldbevolking veel positiever tegenover de smartphone. Payal Arora is hoogleraar inclusieve AI-culturen aan de Universiteit Utrecht en deed (veld)onderzoek naar hoe mensen in het Mondiale Zuiden over technologie denken.
Telefoon en internet zijn volgens Arora extra belangrijk voor mensen die beperkt worden om zichzelf te ontplooien, bijvoorbeeld omdat ze niet vrij zijn om zich te uiten over politiek of andere onderwerpen. ‘Vrouwen in Afghanistan mogen buitenshuis niet eens praten. Voor hen is de telefoon het enige instrument waarmee ze zich nog kunnen uitdrukken.’ Ook dat is niet zonder gevaar, ‘maar nog altijd minder gevaarlijk dan de straat’.
Arora: ‘Gastarbeiders die (ook in Nederland) met meerdere volwassenen een kleine kamer delen hebben geen enkele vorm van privacy, behalve online. Op hun telefoon.’ Hoewel zorgen om privacy of mentale gezondheid wel degelijk gegrond zijn, kampt het grootste gedeelte van de wereld met dringender problemen. De telefoon en het internet zien zij als een mogelijke route uit armoede, onderdrukking of een gebrek aan mogelijkheden om zich vrijuit te kunnen ontwikkelen.
‘We zien technologie als een universeel verschijnsel, met universele uitwerkingen’, zegt Arora. ‘Maar context verandert alles. Als wij in Oeganda of Pakistan leefden, hadden we een heel andere mening.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant