Blauwe staten kleurden rood, Florida is geen swingstate meer en Donald Trump lijkt ook de ‘popular vote’ te gaan winnen – iets wat hem bij de vorige verkiezingen niet lukte. De opvallendste bevindingen op een rij.
zijn datajournalist en chef van de redactie datajournalistiek van de Volkskrant.
Donald Trump wist de Amerikaanse verkiezingen overtuigend te winnen, omdat hij in de zogeheten swingstates veel kiezers aan zich wist te binden. In North Carolina, Georgia, Pennsylvania en Wisconsin werd woensdagmiddag (12.30 uur Nederlandse tijd) de Republikeinse overwinning al uitgeroepen. In de staten Michigan, Arizona en Nevada koerst Trump ook af op de winst, maar daar zijn nog niet alle stemmen geteld.
Vooral in de Wisconsin, Michigan en Pennsylvania, de drie staten rond de grote meren, wist Trump de kansen van de Democratische kandidaat Kamala Harris te blokkeren. Deze drie staten waren voor Harris de meest logische route om een meerderheid van het aantal kiesmannen te behalen, maar zij kwam bedrogen uit.
De winst van Trump in de zuidelijke staten North Carolina en Georgia was door de meeste opiniepeilers al voorspeld. Dat ook Georgia weer van blauw in rood veranderde, was een belangrijke bouwsteen voor de overwinning van Trump.
In de traditionele Democratische staten wist Harris weliswaar genoeg steun te verzamelen voor een overwinning, maar haar marge op Trump was duidelijk verzwakt. In vrijwel alle staten die de Democraten veroverden, was de voorsprong afgenomen ten opzichte van de verkiezingen in 2020. Zo blijft de grote staat New York weliswaar blauw, maar het stemmenaandeel voor Harris slonk van 60,4 naar 55,5 procent.
In Virginia leek het tijdens de verkiezingsavond zelfs een tijdje een nek-aan-nekrace te worden, een duidelijke aanwijzing dat Harris slechter presteerde dan haar voorganger Joe Biden. Uiteindelijk ging de winst wel naar Harris, maar daalde de Democratische meerderheid van 54,1 naar 51,7 procent.
Alleen in de kleine staten in het noordoosten staan de Democraten nog echt stevig. In Vermont scoorde Harris 64,3 procent, maar ietsje minder dan vier jaar geleden.
Al vlak na het sluiten van de stembussen maakten veel nieuwsorganisaties bekend dat Donald Trump had gewonnen in zijn thuisstaat Florida. De winst op zichzelf was niet heel verrassend, Trumps grote voorsprong op Harris was dat wel. In 2020 veroverde Trump 51,2 procent van de stemmen, dit jaar 56 procent. Zijn voorsprong op de Democratische kandidaat steeg daarmee van 3,3 naar 13,1 procentpunt.
Florida lijkt daarmee definitief het predicaat ‘swingstate’ te verliezen. In 2000 verloor de Democraat Al Gore de verkiezing daar nog met maar enkele honderden stemmen verschil. In 2008 en 2012 wist de Democraat Barack Obama er twee keer te winnen. Nu bedraagt de voorsprong van Trump 1,4 miljoen kiezers.
Al deze ontwikkelingen lijken Trump ook de meerderheid van het totaal aantal stemmen op te leveren. Na het tellen van ongeveer 87 procent van de stemmen stond Trump op 69,9 miljoen kiezers, terwijl Harris er pas 64,6 miljoen achter zich had gekregen.
Het kan voor Trump de eerste keer worden dat hij deze zogeheten popular vote wint. In 2016 wist de Democratische kandidaat Hillary Clinton beduidend meer kiezers aan zich te binden, maar won Trump dankzij zijn succes in de swingstates wel de verkiezingen. In 2020 won Joe Biden zowel de popular vote als een meerderheid van het aantal kiesmannen.
In het Witte Huis zal Trump ook de steun hebben van de Senaat. Door het verlies van enkele Democratische senatoren hebben de Republikeinen daar nu de meerderheid. Zo deed de conservatieve Democraat Joe Manchin niet meer mee in West-Virginia en wonnen de Republikeinen in Ohio. Van de 100 Senaatszetels zijn er zeker 51 in handen van de Republikeinen. Deze meerderheid kan zelfs nog iets oplopen.
In het Huis van Afgevaardigden lijken de Republikeinen ook de meerderheid te behouden. Als de huidige voorsprong in stand blijft, zal Trump makkelijker wetten kunnen doorvoeren in het Capitool.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant