Home

Al Pacino (84) schrijft in zijn memoires over zijn carrièrekeuzen: ‘Han Solo in ‘Star Wars’? Nee, bedankt’

Acteur Al Pacino leunt in zijn zojuist verschenen memoires zwaar op anekdoten: een breder perspectief of context biedt hij niet. Kostelijk zijn die verhalen van achter de schermen wel.

schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

De 31-jarige Al Pacino was nog maar net toe aan zijn derde speelfilm toen regisseur Francis Ford Coppola hem in april 1971 sommeerde te gaan lunchen met Marlon Brando. Binnenkort zouden ze samen hun eerste gedeelde scène in The Godfather hebben, waarin Pacino als de goedwillende zoon Michael Corleone zijn neergeschoten vader Don Vito Corleone in het ziekenhuis komt bezoeken.

Het idee alleen al gaf Pacino de bibbers. De zestien jaar oudere Brando was niet zomaar een tegenspeler. Als het om acteren ging was hij zijn jeugdheld – mister method acting in eigen persoon.

Vingers vol rode saus

De afspraak was in hetzelfde hospitaal waar ze de volgende dag zouden gaan draaien. Brando zat op een ziekenhuisbed, Pacino tegenover hem. Waar hij geboren was, wilde Brando weten. Hoe lang hij al acteerde, dat soort zaken. De meeste vragen gingen langs Pacino heen. Hij raakte gebiologeerd door de manier waarop Brando zijn stoofpotje pollo cacciatore at. Met zijn handen, zijn vingers zaten vol rode saus.

Tussen Brando’s gemurmel door hoorde hij hem luid smakken, en het enige wat Pacino kon denken was: wat gaat hij met die kluifjes en botjes doen? Ik hoop niet dat ik de boel moet opruimen. Zal ik een servetje voor hem gaan halen?

Dat was niet nodig, bleek. Achteloos spreidde Brando zijn handen en veegde zijn vette vingers af aan het schone laken van het ziekenhuisbed, terwijl hij rustig doorsprak. En Pacino dacht: zie je wel. Als échte filmster kun je alles maken.

Het enige wat hij nog verstond was het slotakkoord: ‘Het komt goed jongen’, sprak Brando hem vaderlijk toe. En ja, uiteindelijk was dat met The Godfather ook zo.

Van rol naar rol

Al Pacino is nu 84, en onlangs heeft hij zijn memoires geschreven: Sonny Boy. Daarin kiest een van de meest geroemde filmsterren van onze tijd vooral voor de anekdotiek. De historische en maatschappelijke context – noem het maar even de tijdgeest – blijft volledig buiten beschouwing.

Dat zie je vaker bij acteurs: ze haasten zich tijdens hun carrière van rol naar rol en beleven al hun personages zo intens dat ze de buitenwereld volledig buitensluiten. Vanaf de set weten ze kostelijke verhalen te vertellen, maar voor het totale plaatje van een film kun je doorgaans beter de regisseur of scenarist aan het woord laten.

Maar wat zou het. Al Pacino, met zijn Siciliaanse gelaatstrekken, die doorrookte stem, zijn grote ogen en een motoriek waarin altijd enige vertraging lijkt te zitten, speelde in een stuk of zeventig films, en daar komen er zeker nog een stuk of acht bij. Uit die filmografie blijkt nog maar eens zijn brede palet aan rollen.

Hij was alles, van junkie (The Panic in Needle Park) tot klokkenluider (Serpico) , van bankrover (Dog Day Afternoon), autocoureur (Bobby Deerfield), undercoveragent (Cruising), drugsbaron (Scarface), ex-gedetineerde (Frankie and Johnny) tot Vincent Hanna van de politie in Los Angeles (Heat) aan toe, en natuurlijk driemaal Michael Corleone.

Pacino stelt met nadruk dat hij altijd heeft geprobeerd om alleen die rollen aan te nemen waarmee hijzelf op voorhand ook iets had. ‘Han Solo in Star Wars? Nee, bedankt.’ Die rol heeft hij geweigerd, want hij snapte niets van het scenario. ‘Toch zitten er blijkbaar heel wat verschillende mij’s in mij.’

Juf Blanche Rothstein

En dat is allemaal de schuld van juf Blanche Rothstein. Zij was het die de kleine Al zag in de toneelstukjes op school, en ze ging naar zijn grootmoeder met de mededeling: ‘Dat joch moet blijven acteren.’

Niet dat ze daar in de arbeideristische Bronx op zaten te wachten. Daar stond iedereen in de overlevingsstand, Sonny Boy – zoals zijn moeder Rose hem noemde – incluis. Hij droomde er zelf van om nog eens professioneel honkballer te worden, maar toen de grote gemene jongens uit de buurt zijn werphandschoen afpakten, was-ie daar wel klaar mee.

Pacino schrijft met veel liefde over zijn moeder Rose. Toen Al 2 jaar oud was, werd ze verlaten door haar man Salvatore Pacino, en trokken ze bij opa en oma in. Rose werd geplaagd door depressies en had suïcidale neigingen. Ze was pas 43 toen ze overleed aan een overdosis, maar op de goede dagen nam ze haar enig kind vaak mee naar de bioscoop, en zo vatte Al Pacino zijn liefde voor speelfilm op.

Het theater in

En al was zijn moeder het er dan niet mee eens, als tiener deed hij auditie bij de High School of Performing Arts in Manhattan, een middelbare school met veel aandacht voor kunst en cultuur. Al Pacino ging het theater in, dat stond voor hem wel vast. Hij verliet het ouderlijk huis en leefde van baantjes als postbode, congiërge, afwasser, uitsmijter, loopjongen bij een magazine en wat al niet meer.

Zijn grote ambitie werd verwezenlijkt toen hij als 21-jarige werd aangenomen bij de Actors Studio van Lee Strasberg, de vakopleiding voor acteurs waar zijn grote voorbeeld Marlon Brando ook zijn eerste sporen had verdiend. Net als acteurs en actrices als James Dean, Montgomery Clift en Marilyn Monroe.

Sindsdien kon je Al Pacino ’s avonds laat in de steegjes van Greenwich Village de monologen van Shakespeare horen reciteren, het moet een gek gezicht geweest zijn. ‘Als je destijds in de verte een bombastische stem meende te horen, dan was ik het waarschijnlijk. Zulke dingen doe je als je totaal geobsedeerd bent.’

Michael Corleone

Van theatergroepjes off-off-off-Broadway ging hij naar off-off-Broadway en uiteindelijk naar het grote Broadway. Met het rauwe tienerdrama Does a Tiger Wear a Necktie? in het Belasco Theatre won hij zijn eerste Tony Award, de Oscars van de toneelwereld. Hij kreeg prompt een agent, en niet veel later hing Francis Ford Coppola aan de lijn om hem de rol van Michael Corlenone aan te bieden.

De rest is geschiedenis. In Sonny Boy beschrijft hij zijn rommelige maar rijke leven, met wisselende relaties, veel drank en eenzaamheid ook, maar ja: alles voor de kunst.

Zijn inspanningen zouden hem acht Oscarnominaties opleveren, maar gek genoeg werd alleen die voor de schaamteloze tranentrekker Scent of a Woman (1992) verzilverd, waarin hij de blinde oorlogsveteraan luitenant-kolonel Frank Slade speelt. En laat dat nou net die ene Al Pacino-film zijn die je snel weer mag vergeten.

Al Pacino: Sonny Boy: A Memoir. Century; 370 pagina’s; € 29.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next