Home

‘Ik dacht dat ik groots en meeslepend leefde. Bullshit natuurlijk’

Mark Kraan speelt het liefst underdogs, losers en verwerpelijke mannen. Allemaal types die op zoek zijn naar erkenning, zegt hij. Net als hijzelf: ‘De hang naar bevestiging en succes, die nooit helemaal ingelost kan worden, heb ik ook.’

schrijft voor de Volkskrant over theater.

Wat heeft een trumpiaanse wereldleider met een woekerend vadercomplex te maken met een miskende theatermaker die een stiekeme affaire heeft met de dochter van een goede vriend? Ze worden beiden gedreven door een onstilbare behoefte aan erkenning. En ze worden dit najaar allebei gespeeld door acteur Mark Kraan, in de theatervoorstellingen Koning Krump en Cloaca.

Koning Krump is een shakespeareaans drama over macht en leiderschap, deels gebaseerd op Trumps verkiezingszege uit 2016. Kraan speelt de titelrol verrassend genoeg als een gevoelige, onzekere heerser, die de macht die hij tegen wil en dank krijgt toebedeeld, moeilijk kan beteugelen. De voorstelling ging eind september in première en speelt nog tot half november in de theaters.

Ondertussen repeteert Kraan overdag met theatercollectief Dronken Mensen alweer zijn volgende productie: Cloaca, de moderne klassieker uit 2002 van toneelschrijver Maria Goos. Daarin doen vier veertigers een tevergeefs beroep op de onvoorwaardelijkheid van hun vriendschap. Hun gedeelde waarden en de idealen uit hun studietijd hebben het door de jaren heen afgelegd tegen ijdele ambitie, teleurstellingen en dagelijkse sleur.

De rol van dikdoenerige, egocentrische en grensoverschrijdende toneelregisseur Maarten past naadloos in Kraans oeuvre. De 45-jarige acteur heeft een voorliefde voor het vertolken van underdogs, verliezers en verwerpelijke mannen.

Onhebbelijke of weerzinwekkende personages vindt hij uitgesproken intrigerend, vertelt hij na een repetitie. ‘Al Pacino in de serie Angels in America is totaal niet sympathiek, en toch zijn alle scènes waarin hij zit geweldig. Hetzelfde geldt voor de Joker van Heath Ledger: hij wil alleen maar chaos en destructie, hij doet geen enkele poging zich voor je te winnen. En toch blijf je maar naar hem kijken.’

Omdat deze personages je ook iets vertellen over je eigen duistere gedachten?

‘Zeker. Dus als ik in Cloaca een theaterregisseur speel die seks wil met een 18-jarig meisje, probeer ik me voor te stellen hoe het is als dat mij zou overkomen. Vooropgesteld: ik moet er niet aan denken. Maar helemaal onvoorstelbaar is het ook weer niet. Zoiets kan voortkomen uit gezien willen worden, een basale behoefte aan liefde. Dát herken ik wel.’

Wat herken je daarin?

‘Maarten wordt aangevallen door zijn vrienden, die zijn werk slecht vinden. Dat komt hard aan. Die hang naar bevestiging en succes, die nooit helemaal ingelost kan worden, heb ik zelf ook. Je bent als acteur heel afhankelijk van wat anderen van je vinden, dat is een kwetsbaar gevoel. Een acteur is zo goed als zijn laatste voorstelling.’

Dat laatste heeft de acteur aan den lijve ondervonden. Erkenning is iets waar hij een tijd op heeft moeten wachten. Nadat hij in 2006 was afgestudeerd aan de Toneelacademie Maastricht volgde een zoekende periode, waarin hij niet goed wist wat hij met zichzelf en zijn werk aan moest. Hij was een een paar jaar verbonden aan Het Zuidelijk Toneel en speelde in korte sketches bij de satirisch-actuele theaterreeks De Orde van de Dag, maar kwam ook tot zijn eigen ontevredenheid maar niet tot volle wasdom als toneelspeler .

Dat veranderde toen hij in 2018 in de voorstelling Cinema van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool speelde. Daar kon hij eindelijk zijn kwaliteiten als tragikomisch acteur in een groter, gelaagd toneelstuk laten zien. In zijn liefdevolle vertolking van een uitgebluste bioscoopmedewerker wist hij zijn feilloze gevoel voor timing en humor prachtig te verknopen aan een dieptragische ondertoon. Voor die rol kreeg hij de Arlecchino, een van de belangrijkste Nederlandse toneelprijzen.

Daarna raakte zijn carrière in een stroomversnelling. In 2020 was hij te zien in De veroordeling van regisseur Sander Burger, de speelfilm die is gebaseerd op de Deventer moordzaak. Kraan vertolkte de rol van Ernest Louwes, de boekhouder die uiteindelijk voor de moord veroordeeld is. Een serieuze, complexe rol, die hem een Gouden Kalf-nominatie opleverde.

Vanaf dat moment begon voor Kraan alles op zijn plek te vallen. Inmiddels rijgt hij de ene mooie rol aan de volgende, waarbij zich een duidelijke voorliefde uittekent voor ploeterende sukkelaars die vooral zichzelf in de weg zitten: van de liefdevolle maar uitgeputte vader in Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht (2021) van de Theateralliantie en de opvliegerige elektromonteur in Laagland (2023) van Het Nationale Theater, tot de pretentieuze wannabe-intellectueel op zonvakantie in Meta-moe (2024) van Buysse & Joosten.

Je personages hebben vaak iets uitgesproken treurigs. De Nederlandse Toneeljury schreef over je rol in Cinema: ‘Wat een mooie loser.’

‘Mijn rol viel heel erg samen met wie ik toen was: iemand die het wel degelijk goed bedoelt, maar het allemaal gewoon niet voor elkaar krijgt. Ik zat in een zware periode. Ik kon niet zo goed omgaan met het leven en wist niet waar het naartoe moest met mijn carrière. Ik gebruikte middelen om dat gevoel te verdoven of daarvan te vluchten.’

Wat voor middelen?

‘Alcohol en drugs. Ik blowde en dronk dagelijks, en huppelde ondertussen een beetje van project naar project. Ik was echt dolend, depressief ook wel. Werk deed me weinig. Ik had niet de luxe om de rollen te kiezen die ik graag wilde. Ik dacht: dit heeft niets te maken met wat ik als kind wilde.

‘Kort na Cinema waren de opnames voor De veroordeling, en die wilde ik helemaal nuchter doormaken. Ik heb het helemaal volgens het principe van methodacting aangepakt, dus door me zoveel mogelijk te vereenzelvigen met mijn rol van Ernest Louwes. Ik had zijn rechtbankbeelden wel honderd keer bekeken, ben naar het huis van het slachtoffer gegaan, op een gegeven moment begon ik zelfs te dromen dat ik die moord pleegde. Soms praatte ik bij het ontbijt tegen mijn vriendin met de stem van Louwes zonder dat ik dat zelf doorhad. Ik werd er bang van.’

Waar was je bang voor?

‘Voor mezelf, uiteindelijk. Door nuchter te zijn kwam ik erachter hoe verslaafd ik was. Bij Cinema ontdekte ik: wacht, deze loser, dat ben ikzelf. En door mezelf zo te verliezen bij De veroordeling realiseerde ik me: dit kan zo niet langer. Er moet iets radicaal veranderen. Nu heb ik al vijfenhalf jaar niets meer gebruikt.’

Wat heeft dat je gebracht?

‘Ik voel me gezonder en sterker en neem mijn vak serieuzer dan ooit. Daarnaast kan ik het leven veel makkelijker relativeren. Voorheen dacht ik dat ik groots en meeslepend leefde. Drank en drugs, rock-’n-roll, het zogenaamde kunstenaarsleven. Bullshit natuurlijk. Nu ik nuchter ben heb ik veel meer energie. Ik ben veel helderder en scherper, en daardoor ook een betere acteur.’

Waarom ben je ooit begonnen met alcohol en blowen?

‘Drank was altijd een vanzelfsprekendheid in onze familie. Mijn moeder en opa zijn alcoholist, toen ik jong was is dat er vanzelf ingeslopen. Blowen kwam later. Ik kreeg in de loop der jaren steeds meer problemen waarvan ik niet wist hoe ik ze moest oplossen. Diepe schulden bijvoorbeeld, waarover ik uit schaamte met niemand sprak. Dan is het prettig om naar een middel te grijpen dat je hoofd even uitzet.’

Je kreeg in die periode wel een belangrijke toneelprijs en een Gouden Kalf-nominatie.

‘Ja, dat is ergens een wrange constatering. Dus het zal ongetwijfeld allemaal ergens goed voor zijn geweest. Maar ik heb vooral geluk gehad. Ik denk nu vaak: het was ook mogelijk dat ik nu dood was geweest, of in een gesticht of op straat had geleefd. Dat klinkt groot, maar zo voelt het echt. Ik had niet langer zo kunnen doorgaan. Stoppen met die troep is eigenlijk de belangrijkste prijs die ik heb gekregen.’

Ben je nog bang voor een terugval?

‘Nee. Niet meer. Ik ben de rest van mijn leven een verslaafde, die ziekte draag ik met me mee. Maar ik weet inmiddels ook hoe fucking mooi het leven is en dat het cool is om jezelf opnieuw uit te vinden. Vroeger camoufleerde ik heel veel, ik bleef als acteur ver weg van wie ik eigenlijk was. Nu heb ik niets meer hoog te houden, waardoor ik tijdens het spelen veel dichter op mijn eigen emoties kan zitten.’

Als kind waren komieken als Toon Hermans en Urbanus zijn grote voorbeelden. Op de basisschool deed hij sketches van André van Duin na voor zijn klasgenoten. ‘Iedereen moest lachen, ik merkte: dat geeft bestaansrecht. Aandacht en erkenning, dat was toen al een dingetje.’

Later op de toneelschool kreeg hij het gevoel dat er vooral werd neergekeken op typetjes en cabaret. ‘Daar heb ik nog lang mee geworsteld. Ik had het gevoel dat het heel belangrijk was om een serieuze acteur te zijn. Ondertussen baalde ik ervan dat ik nooit gevraagd werd voor komische rollen.’

Theatermaker Greg Nottrot, met wie je vaak samenwerkt en die ook Koning Krump regisseerde, zei: ‘Mark is als acteur onvoorspelbaar en soms ongecontroleerd, maar kan dat de laatste jaren wel steeds bewuster inzetten.’

‘Eerst deed ik vaak maar wat, dat klopt. Ik wilde dat nooit iets hetzelfde was, had een enorme angst voor verveling en herhaling. Twee keer dezelfde grap maken vond ik een zwaktebod. Daardoor kon ik heel rare dingen gaan doen op toneel. Nu realiseer ik me dat het juist heel cool is om heel lang en precies te schaven om een kunstwerk zo goed en mooi mogelijk te krijgen.’

Je hebt inmiddels ook zichtbaar plezier in je werk. Tijdens het repeteren schiet je vaak in de lach.

‘Ik word regelmatig overvallen door de belachelijkheid van wat ik aan het doen ben. Dan speel ik een man die schaamteloos probeert te verkopen waarom hij best een 18-jarige toneelschoolstagiaire naakt op het podium een ontmaagdingsscène kan laten spelen. Kom op, dat is toch ook gewoon heel grappig?’

Hoe belangrijk is humor voor je?

‘Ik hou nog steeds heel erg van komische rollen. Bij Cinema wist ik precies waar de grappen in het stuk zaten: dat waren mijn finest moments. Greg zei tijdens de repetities van Koning Krump op een gegeven moment dat ik minder op de lach mocht spelen. Daar ben ik echt een paar dagen boos om geweest. Ik wil godverdomme júist op de grap spelen.

‘Uiteindelijk vind ik niets leukers dan, net als André van Duin, mensen aan het lachen maken. En ik geloof oprecht dat ik dat kan, zonder dat het alleen maar plat of flauw wordt. Ik ben geen acteur die in anderhalf uur een diep drama doorleeft, dat is niets voor mij. Die lach, dat directe contact met het publiek, dáár doe ik het voor.’

Koning Krump van Het Nut (tekst Jibbe Willems), te zien t/m 14/11. Cloaca van Dronken Mensen (tekst Maria Goos), te zien van 12/11 t/m 7/12.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next