Home

Helemaal de houding van deze tijd: buiten is het oorlog, maar laten we het binnen gezellig houden

Volgens de psycholoog Steven Pinker wordt de wereld steeds vreedzamer, maar voorlopig merken wij daar weinig van. The Global Peace Index, die op basis van aanslagen en conflicten een ranking van landen opstelt, geeft al zestien jaar op rij een verslechtering te zien. Het afgelegen IJsland, ooit het domein van de stoere Vikingen, staat tegenwoordig bovenaan als het meest vreedzame land. Onderaan bungelen Rusland, Afghanistan en Jemen. Nederland staat nog net in de top-25, maar door de verhoging van het defensiebudget zijn we driftig aan het dalen op de GPI.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Oorlog kan even een adrenalinestoot geven, maar werkt slecht op het humeur. We worden chagrijnig van de geweldsbeelden die dagelijks aan ons voorbijtrekken en als het lang duurt: depressief. Socioloog Joop Goudsblom heeft eens opgemerkt dat op elk televisiejournaal vuur of de gevolgen van vuur te zien zijn. Dat schreef hij in al 1992 en sindsdien is het alleen maar erger geworden.

In hoeverre is al die humeurigheid van invloed op ons vermogen om ook in het dagelijks leven van mening te verschillen? Worden we echt intoleranter jegens andersdenkenden? De verkiezingen in de Verenigde Staten duiden daarop. Peilingen geven de indruk van een totaal verdeeld land, waarbij wordt gesuggereerd dat het weleens zou kunnen uitlopen op een burgeroorlog.

Tevens zijn de Amerikaanse verkiezingen gebeurtenissen, waarvoor stadions met uitbundige fans vollopen en waarvoor kiezers bereid zijn uren in de rij te staan voor een stembureau. De uitslag wordt dus niet alleen een ware testcase voor de Amerikaanse democratie, maar ook voor het vertrouwen in de medemens, in de buurman of -vrouw die mogelijk anders heeft gestemd dan jij. Als na Rusland ook de Verenigde Staten verloren gaan als open samenleving, dan wacht ons inderdaad een bijzonder sombere toekomst.

Ik kom erop door een ingezonden brief in de Volkskrant naar aanleiding van de korte pennenstrijd tussen Sander Schimmelpenninck en Arie Elshout. Het ging over de vraag in hoeverre je mee moet voelen met de noden van de PVV-stemmer en met anderen die als domrechts werden weggezet. Op zichzelf is dat best een interessante discussie, maar lezer Jeroen van Bergen uit Amsterdam schreef: ‘Heren, ga met elkaar een biertje drinken, praat het uit, en vecht dit niet openlijk uit in mijn krant. Jullie onenigheid is niet mijn probleem.’

Dat is helemaal de houding van deze tijd: buiten is het oorlog, maar laten we het binnen gezellig houden. Nog niet zo heel lang geleden smulden lezers van een polemiek – afkomstig van het Griekse polemos, dat oorlog betekent. In de Nederlandse letteren telde je niet mee als je niet tenminste één keer een polemiek had gewonnen. Willem Frederik Hermans, Karel van het Reve, Gerrit Komrij en Jeroen Brouwers waren geduchte polemisten, die wekelijks de bijvoegsels van kranten vulden. De problemen van de polemisten moeten destijds ook de problemen van de lezers zijn geweest, want die stroomden in groten getale toe. ‘Een stukje van Gerrit Komrij levert honderd opzeggingen op, maar we krijgen er ook duizend nieuwe abonnees bij’, merkte de toenmalige NRC-hoofdredacteur André Spoor tevreden op.

Op de voorpagina van deze krant hield eveneens een polemist huis, niet zelden onder de toejuichingen van columnist Jan Blokker, die een paar pagina’s verderop in de floretstand opereerde. Voorop was het Piet Grijs, die daarbij ook nog wekelijks in Vrij Nederland tegenstanders Renate Rubinstein en Theo van Gogh te grazen nam, die op hun beurt weer dubbelhard terugkogelden.

Ik sloeg het boek De Nederlandse literatuur in 100 en enige polemieken nog eens op – een bloemlezing van Pierre Vinken en Hans van den Bergh – en ik kon alleen maar vaststellen dat het tussen 1975 en 2010 een gouden tijd moet zijn geweest voor de Nederlandse polemist. De Vietnamoorlog was voorbij. Buiten brak een tijd van relatieve vrede aan, maar binnen in het Nederlandse culturele leven woedde, bij al of niet knapperend haardvuur, een oorlog.

Een oorlog met woorden. Die werd misschien niet altijd even elegant gevoerd, maar er viel veel te lachen en dat luchtte op. Er werd op menige lange teen getrapt, maar voor zover ik het mij herinner, was men op het Boekenbal nooit chagrijnig. Een uitgelaten tijd. Het internet kwam, de wereld werd vele malen groter en men had nog geen idee welke gevaren daaraan kleefden. Verstandig Nederland was nog vrolijk links en Hilversum driemaal de Volkskrant.

Het lijkt lang geleden. Nu lees je op de voorpagina van deze krant over een slecht functionerende wasmachine, of over een papiertje dat dwarrelt in de wind. In NRC gaat het net zo. Daar riep Stine Jensen atheïsten op zich te verbinden met gelovigen. Ook gij, Brutus! Maar daarover een volgende keer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next