In een video van een verkiezingsbijeenkomst in 2008 staat een vrouw op uit het publiek, je ziet alleen haar rug en de licht gedeukte krullen op haar achterhoofd. ‘I can’t trust Obama’, zegt ze tegen John McCain, de Republikeinse kandidaat, die tegenover haar staat. Ze had allemaal verontrustende dingen over Obama gelezen en gehoord. En, nou ja, zegt ze: ‘He’s an Arab.’
De vrouw zat al halfvol gif, maar als je goed luisterde, kon je in haar woorden nog een vraagtekentje horen – dat was het mooie aan haar bijdrage, het ouderwetse. Ze liet nog een beetje ruimte voor tegenspraak en de mogelijkheid dat ze het verkeerd zag en er anders over zou kunnen gaan denken. Van het ene soort media hoorde je het ene, maar van andere kanalen weer heel andere dingen. Minder fraaie. Dat legde ze voor aan haar kandidaat.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
McCain had zelf voor een haatcampagne tegen Barack Obama gekozen, wat niet zo mooi was, maar toen hij zag wat ermee werd aangericht, kreeg hij spijt en kwam hij er deels op terug. Nee, mevrouw, zei hij, Obama was een fatsoenlijk burger en een family man, met wie hij toevallig een boel meningsverschillen had, over fundamentele zaken. En dat was, zei hij, ‘what this campaign is all about’.
Intussen zijn de informatiestromen al jaren gescheiden. Ze brengen mensen niet meer in de war of aan het twijfelen, want ze horen nog maar één. De situatie is een beetje veranderd, politiek gezien. In de hele Republikeinse partij is geen McCain-achtige meer te vinden. De tegenpartij is slecht, de vijand van binnenuit. Daarom moeten de verkiezingen worden gewonnen, al worden ze verloren – wie geeft zijn land vrijwillig aan de vijand?
In NRC schreef Caroline de Gruyter over een peilingsbureau dat allerlei beleidsvoorstellen van Donald Trump en Kamala Harris door kiezers liet beoordelen, zonder te zeggen wie wat had voorgesteld. Het was niet zo verrassend dat de plannen van Harris de meeste goedkeuring kregen. Beleid is nooit het sterkste punt van extreemrechts geweest.
Verrassender was het onderzoek in Californië, waarover Maral Noshad Sharifi schreef in deze krant. Kiezers van beide partijen gaven daarin bijna allemaal dezelfde antwoorden: iedereen moest vrij kunnen stemmen, ook in buurten waar vooral aanhangers van de tegenpartij wonen. Ze reageerden niet ongelovig op de uitkomsten, zoals je misschien kon verwachten, maar blij verrast. Dat de ander democratie ook boven partij stelde, hadden ze nooit achter hem gezocht.
Misschien had u het al gemerkt, maar dit is een domme column, een stem uit het argeloze gisteren. Er bestaan ook nietswetende vertellers – terwijl ik dit schrijf, is er nog niets bekend over het verloop van de verkiezingen. Misschien weet u intussen meer, al lijkt de kans me klein dat er deze ochtend een heldere uitslag is.
Uit het onderzoek in Californië dook de ander ineens op als een aangename verassing. Iemand die veel meer op je lijkt dan je voor mogelijk had gehouden. Het hoeft niet altijd zo te gaan, maar als we eenmaal onszelf in de ander hebben gezien, houd je de liefde meestal niet meer tegen. Dat zou een beetje hoop moeten geven, moed voor de toekomst, als die vannacht tenminste niet grotendeels naar de hel is gestemd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant