Kathedralen en kerken zijn allang belangrijker als toeristische attracties dan als plaatsen om God te aanbidden. Niettemin rekenen veruit de meeste godshuizen geen entreeprijs voor een bezoek. Zelfs in de Dom van Keulen of de Sint-Pieter in Rome kan gratis worden rondgewandeld en kunnen met mobi’s honderden kiekjes voor de Facebook- of Instagrampagina’s worden gemaakt, ook door humanisten, atheïsten en mensen die de draak steken met religies en hun voorgangers.
Daar komt langzaam verandering in. Eeuwenlang konden kerken teren op de donaties van gelovigen die vonden dat de gebouwen waren bedoeld om zieltjes te winnen. Niemand kon de toegang tot God worden ontzegd.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar inmiddels gaan er vooral zieltjes verloren, want het aantal gelovigen daalt, en het aantal bezoekers aan eucharistievieringen en diensten is nog maar een fractie van dat van een halve eeuw geleden. Bovendien stijgen de kosten van onderhoud en restauratie. Net als de elektriciteitsrekening, het schoonhouden van het toilet en een aansprakelijkheidsverzekering voor het geval dat iemand op de vloer uitglijdt en met een smak op zijn hoofd terechtkomt.
Er kan nog een aardig tijdje worden ingeteerd op het vermogen van de katholieke kerk door de verkoop van vastgoed en kunstwerken. Maar op termijn zal de kerk gewoon failliet gaan.
Daarom heeft de Notre-Dame in Parijs, met 15 miljoen bezoekers een van de populairste toeristenattracties ter wereld, besloten entree te gaan heffen. Als de kerk weer heropent op 7 december, na een ingrijpende restauratie als gevolg van de brand in 2019, moeten bezoekers voor 5 euro een kaartje kopen.
Nu is de Notre-Dame niet in handen van de rooms-katholieke kerk, maar van de Franse staat. Cultuurminister Rachida Dati denkt dat hiermee 75 miljoen euro kan worden binnengehaald, dat kan worden gebruikt om ‘alle kerken van Parijs en het land te redden’. Dat bedrag lijkt een lachertje. Frankrijk telt zeventigduizend kerken en religieuze gebouwen. Dat is 1.000 euro per kerk. Daar kan amper een kerkdeur voor worden geschilderd. Meteen barstte een storm van kritiek los. Een kerk moet vrij toegankelijk zijn, net zoals andere openbare gebouwen. Maar voorlopig wordt alleen een uitzondering gemaakt voor mensen die de mis willen bijwonen.
Dati heeft helemaal gelijk; 5 euro voor ongelovige toeristen is niks. En er zijn al precedenten. De Dom van Milaan vraagt ook 5 euro, St. Paul’s in Londen 30 euro en de Sagrada Familia in Barcelona rekent zelfs 44 euro voor een kaartje, maar die moet ook nog worden afgebouwd. En de bedoeling zal niet zijn die binnen tien jaar weer af te breken. De verschillen zijn groot, zelfs binnen een land. In Venetië heffen bijna alle kerken entree. In Rome vrijwel geen enkele. De Sint-Jan in Den Bosch is gratis, maar de Sint-Bavo in Haarlem rekent 4 euro.
Als de wereld hecht aan kathedralen en kerken als toeristische attracties, dan zal ervoor moeten worden betaald.
God zal daar niet tegen zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant