De weg lag vóór ons als een kaarsrechte streep, in de richting van een vlammende punt. Daar ging de zon onder zoals alleen de zon dat kan. Het was alsof ik niet meer zelf reed, maar er naartoe werd gezogen, samen met alle andere auto’s, door een langgerekte trechter die ons voerde naar een zachtaardige roze wereld, en naar de donkere contouren aan de horizon, die je zo makkelijk voor bergen kan verslijten.
Had ik mijn blik maar op de einder gehouden, en niet gericht op een hemel die eindeloosheid beloofde, maar doorkruist werd door tientallen, zo niet honderden vliegtuigstrepen. De strakke lijnen van de toestellen die net gepasseerd waren, de uitgewaaierde pluimen die er al langer hingen. Alles kriskras door elkaar, als de schetsen van een verwarde kunstenaar.
Kleine blokjes blauwe lucht piepten nog door het onheilspellende raster heen, maar de schilder krast ongetwijfeld verder.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns