De diva, is dat niet zo’n extravagante, luide vrouw, die alle ruimte opeist? De tentoonstelling Diva in de Kunsthal Rotterdam rekent af met dit cliché. Wat blijkt: de diva loopt misschien uit de pas, maar dat maakt haar niet egoïstisch.
Lisa Bouyeure schrijft voor de Volkskrant over internetcultuur en mode.
Woorden die voor vrouwen worden gebruikt en waar geen mannelijk equivalent van bestaat, moet je altijd een beetje wantrouwen. ‘Blondine’ bijvoorbeeld. Is er een term die een man reduceert tot de kleur van zijn lokken? Of ‘powervrouw’. Vast complimenteus bedoeld, maar het impliceert dat het zwakke geslacht bij hoge uitzondering een geslaagd exemplaar heeft voortgebracht. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de ‘grande dame’. Is het wel eretitelwaardig om binnen je vakgebied de enige vrouw met een respectabele staat van dienst te zijn, of zet deze hommage voornamelijk uitsluitingsmechanismen in het zonnetje?
Het woord ‘diva’ is dan weer een geval apart, leert de tentoonstelling Diva die nu in de Rotterdamse Kunsthal te zien is. Tegenwoordig wordt de term vooral gebruikt voor veeleisende, extravagante vrouwen (en vooruit, voor Elton John). De associatie met opsmuk en sterallures is nooit ver weg. Maar de betekenis is in de geschiedenis vaak veranderd, van compliment naar scheldwoord naar geuzennaam.
In theorie kunnen diva’s elk gender hebben, al zijn het meestal vrouwen die van de maatschappij een toontje lager moeten zingen. Dat gold overigens nog niet voor de eerste diva’s uit 1830, wereldberoemde operazangeressen die vanwege hun stem een haast goddelijke status kregen toegedicht. Maar zelfs zij lapten buiten de schijnwerpers de patriarchale mores aan hun zijden schoentje.
Operagodinnen als Jenny Lind (1820-1887) en Adelina Patti (1843-1919) (diva komt van het Latijnse woord voor godin) vormen het beginpunt van de tentoonstelling, die in twee ‘aktes’ is opgedeeld. Bij de zangeressen uit de laatste zaal is het goddelijke er wel af, al suggereert het sexy pauspakje van Rihanna, met microjurk en mijter, nog iets van wereldlijk plaatsvervangerschap.
De Kunsthal heeft geen eigen collectie, maar werkte voor Diva samen met het Victoria and Albert Museum in Londen, dat met 2,8 miljoen objecten de grootste toegepaste kunstcollectie ter wereld beheert. Tot april was de tentoonstelling daar te zien.
Voor Kate Bailey, curator theater en performance bij het V&A en verantwoordelijk voor Diva, was het extreem belangrijk dat de diva’s ook te horen zouden zijn. De tentoonstelling is boven alles een geschiedenis van vrouwen die hun stem hebben gebruikt. Bezoekers krijgen bij binnenkomst daarom een bluetooth-koptelefoon die weet waar mensen zich in de tentoonstelling bevinden, en of een aria van Maria Callas daar gepast is, of juist een pompende knaller van Billie Eilish.
Hoewel er in een kleine twee eeuwen veel is veranderd op divavlak, valt er uit de tentoonstelling één constante te destilleren: diva’s zijn (over het algemeen) vrouwen die zich meer vrijheid permitteren dan sociaal wenselijk wordt geacht.
Op financieel gebied bijvoorbeeld. Wie een beetje thuis is in de moderne popmuziek, heeft vast de divadefinitie van Beyoncé weleens gehoord. ‘Na-na-na diva is a female version of a hustla’, zingt de Texaanse superster in Diva. Een ‘hustla’ is een hosselaar, iemand die een lekker kapitaal bij elkaar weet te scharrelen zonder zich te laten hinderen door aardse zaken als omzetbelasting. Maar meer dan over zelfverrijking gaat het nummer over vrouwen die hun waarde kennen.
Daarom is het ook zo mooi dat een door Beyoncé gedragen Cleopatra-hoofddeksel in de Kunsthal te zien is naast de wollen, met kleine kraaltjes bezette cape die Elizabeth Taylor droeg in de film Cleopatra (1963). Taylor wist voor die rol een vergoeding van 1 miljoen dollar los te peuteren, wat haar de best betaalde actrice uit de geschiedenis van Hollywood maakte. Het is verleidelijk om aanmoedigend te schreeuwen naar het getoonde fragment uit Cleopatra, waarin de Egyptische koningin een verontwaardigde Marcus Antonius op zijn knieën dwingt.
Ook de 19de-eeuwse operasterren zaten er al warmpjes bij. Adelina Patti, van wie behalve portretten onder andere een haarspeld en een harnas te zien zijn, had naast een fenomenale sopraanstem een prima zakelijk instinct. Haar financiële onafhankelijkheid gaf haar bewegingsvrijheid in een wereld vol patriarchale begrenzingen.
Niet dat Patti’s persoonlijke leven in de Victoriaanse tijd nou zo interessant werd gevonden. De pers berichtte graag over haar schoonheidsgeheimen en contractonderhandelingen, maar operadiva’s vertegenwoordigden in de eerste plaats een ideaal. In opera’s kropen ze in de huid van klassieke godinnen of andere mythologische figuren, door kunstenaars werden ze afgebeeld als marmeren bustes. Ze waren bovenmenselijk en daardoor misschien ongevaarlijk.
Het schrikbeeld van de diva als autonoom, schalen vol blauwe M&M’s eisend wezen lag nog ver in het verschiet. Na de operadiva’s kwamen eerst nog de theaterdiva’s (Sarah Bernhardt), de dansdiva’s (Josephine Baker) en de stommefilmdiva’s (Clara Bow).
Pas toen de geluidsfilm werd geïntroduceerd, kreeg de diva een negatieve connotatie. In de gouden jaren van Hollywood, die in 1927 werden ingeluid met de film The Jazz Singer, kregen actrices niet alleen een stem maar ook steeds meer bekendheid, macht en daardoor de kans om gelijkheid te eisen in een door mannen gedomineerde wereld.
De Amerikaanse actrice Mae West (1893-1980) deed dat door provocatief en seksueel vrijgevochten te zijn, maar ook door zelf filmscenario’s te gaan schrijven. In de Kunsthal hangt een poster met een gevleugeld citaat uit haar zwarte comedy I’m No Angel (1933), waarin ze ook de hoofdrol speelde: ‘When I’m good I’m very good. But when I’m bad I’m better’.
Hoewel het verhaal van de diva wanneer gortdroog opgediend al interessant is, wordt het in de Kunsthal ook nog geïllustreerd met een duizelingwekkende hoeveelheid tule, geborduurde zijde en glinsterende steentjes. Wie droeg de leverkleurige beha met opgenaaide tepels van stras? Welke tropische vogelsoorten hebben het moeten ontgelden voor de carrière van Cher?
Werk van Nederlandse ontwerpers werd ook in Londen al getoond, zoals de vulvabroek die Duran Lantink ontwierp voor Janelle Monáe, maar Kunsthal-curator Joris Westerink maakte voor het Nederlandse publiek nog een kleine vertaalslag. In Rotterdam is onder andere de Songfestivaljurk van make-upgoeroe Nikkie Tutorials te zien, van het Arnhemse duo Maison the Faux, en een draagbare sculptuur van transparante siliconen die kunstenaar Esmay Wagemans voor zangeres Sevdaliza maakte.
De diva’s zijn zelf ook te bewonderen, op schilderijen, lithografieën, tijdschriftcovers en in videofragmenten. Gelukkig maar, want zelfs een glitterjurk kan mat ogen als de drager ontbreekt. Maar het geheel wordt echt tot leven gewekt door de stemmen die overal in de tentoonstelling te horen zijn, in popliedjes over diamanten en in protestnummers tegen segregatie.
Ondanks alle weelderige outfits, rekent de tentoonstelling juist af met het cliché dat het divaschap een giftige cocktail is van uiterlijk vertoon, egoïsme en ijdelheid. De diva in de Kunsthal denkt niet dat de wereld om haar draait, maar wil de wereld veranderen. Annie Lennox richtte een feministische ngo op en Marlene Dietrich trok een broek aan. Billie Holiday, Nina Simone en later Beyoncé streden tegen institutioneel racisme, Elizabeth Taylor tegen aids.
De diva loopt niet in de pas, maar doet wél mee aan vakbondsacties, stakingen en demonstraties. Ze wil fatsoenlijk worden betaald voor haar werk, eist ruimte op in een door mannen gedomineerd vakgebied en overschrijdt de grenzen van gender, klasse, huidskleur en fatsoen. Ze doet ongegeneerd aan zelfpromotie door haar volmaakte beeltenis te verspreiden, op Instagram of op kartonnen cartes-de-visites. Ze provoceert, experimenteert en gaat op de regisseursstoel zitten, wijdbeens als ze daar zin in heeft.
De diva laat van zich horen. En wat ons ook is wijsgemaakt, het is ontzettend de moeite waard om naar haar te luisteren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant