"Veertien, wat bedoel je?", antwoordde een verbaasde Jorge Martín toen hij na de persconferentie na de Maleisische Grand Prix geconfronteerd werd met het feit dat hij in het laatste raceweekend veertien WK-punten moet scoren om hoe dan ook zeker te zijn van de MotoGP-wereldtitel. Dat heeft hij te danken aan het raceweekend in Sepang, waar hij zijn voorsprong op zijn enige overgebleven concurrent Francesco Bagnaia vergrootte tot 24 punten met een sprintzege en een tweede plek in de Grand Prix. Het moment van rekenen in de titelstrijd is dus aangebroken, zoals de Pramac-rijder vervolgens opmerkte.
"Dit is denk ik het moment om over cijfers te praten en slim te zijn", vervolgde Martín, die de blik al op het laatste raceweekend van het seizoen in Barcelona had gericht. "Ik wil mijn routine en werkstrategie wat betreft naar het circuit komen op donderdag niet veranderen. Uiteindelijk moet je je goed kwalificeren en Barcelona is qua kwalificeren een van mijn zwakke plekken. Ja, ik heb op de tweede rij gestaan, maar de afgelopen jaren kon ik niet vanaf de eerste rij starten." Hij hoopt in Montmeló dan ook hulp te krijgen van een lokale held. "Ik ga om hulp vragen van mijn vriend Aleix Espargaró, die een gave heeft op dat circuit."
Martín krijgt in Barcelona de kans om de eerste MotoGP-kampioen te worden die na een sprintrace gekroond wordt. Hij moet dan twee punten uitlopen op Bagnaia, die dit jaar met name op zaterdag wisselvalliger presteerde dan Martín. "Ik heb dit jaar zeven sprintraces gewonnen ja, maar het wordt heel lastig in het laatste raceweekend lastig om Pecco te verslaan met de vorm waarin hij nu verkeert. We zullen zien hoe het weekend zich ontvouwt", stelt de Spanjaard, die echter goede hoop heeft. "We rijden dan in koelere omstandigheden en die passen normaal iets beter bij mij. Hitte is een perfecte omstandigheid voor Bagnaia. Er komen met lagere temperaturen meer kansen om in de fout te gaan, al is het risico voor ons allebei even groot."
Zijn huidige voorsprong op Bagnaia dankt Martín vooral aan zijn consistentie. In de 38 tot dusver verreden races viel de rijder uit Madrid slechts vier keer uit - twee keer op zaterdag, twee keer op zondag - tegenover vijf zaterdagse en drie zondagse nulscores voor de Ducati-rijder. Bagnaia heeft daarentegen zes sprintzeges en liefst tien Grand Prix-zeges op zijn naam staan, met 'slechts' zeven sprintzeges en drie Grand Prix-zeges voor Martín - die in totaal echter ook zestien keer als tweede eindigde en nog vier keer op P3 eindigde. Critici wijzen bij het binnenhalen van de titel ongetwijfeld naar het veel hogere aantal zeges van Bagnaia, maar daar zit Martín niet mee.
"Het zou hem helpen om zijn elfde race te winnen als ik uiteindelijk wereldkampioen word. Het belangrijkste is het uiteindelijke doel, niet het aantal overwinningen", zegt Martín, die ook wijst naar de andere situatie waarin fabrieksrijder Bagnaia zich bevindt. "Hij rijdt al zes jaar in de MotoGP, zit in een fabrieksteam en alles in zijn omgeving is er klaar voor om te winnen. Ik heb een team van twaalf mensen die tegen de wereld vechten. Met wat we in die situatie bereikt hebben - zeven sprintzeges, drie Grand Prix-zeges en dertig podiumplaatsen - kan ik niet om meer vragen."
Martín verwijst naar werkgever Pramac Ducati, dat het eerste satellietteam kan worden dat de MotoGP-wereldkampioen aflevert - en de eerste in de koningsklasse sinds Valentino Rossi in 2001 kampioen werd met Nastro Azzurro Honda. Met zijn naderende overstap naar Aprilia lijkt de huidige titelstrijd in ieder geval op korte termijn Martíns laatste kans op een wereldtitel te worden, maar zelf ziet hij dat toch anders. "Absoluut niet. Ik denk dat ik nog vele jaren voor me heb in de MotoGP, ik heb een geweldig niveau bereikt en ik heb nog steeds de drive om iedere dag beter te worden. We zullen zien wat de toekomst brengt, maar op dit moment ben ik gefocust op het heden. Ik heb een geweldige kans en die wil ik niet missen."
Source: Motorsport