Home

Ik ben hier niet komen werken om met mevrouw Henrotte over mijn genitaliën te praten

‘Ik weet wat homo en lesbisch betekent, maar wat is transgender?’, vraagt mevrouw Courbois (93). In de eetzaal is het Volkskrant Magazine rondgegaan. De bewoners hebben het interview gelezen waarin ik vertel over mijn werk in de zorg. Mijn transgenderachtergrond komt ook ter sprake.

‘Het betekent dat ze bij mijn geboorte dachten dat ik een meisje was’, zeg ik.

Mevrouw Courbois kijkt me verbaasd aan. ‘Waarom dachten ze dat dan?’

‘Nou, waarom dachten ze dat u een meisje was, toen u werd geboren?’

‘O, ja. Maar je ziet er heel gewoon uit. Je lijkt niet op een meisje.’

‘Dat komt omdat ik ervoor ben behandeld. Ik gebruik medicijnen. Testosteron.’

‘Moet je dat altijd blijven gebruiken, voor de rest van je leven?’

‘Ja. Dat is niet zo erg, hoor. Er zijn wel meer dingen die ik voor de rest van mijn leven nodig heb. Tandpasta, wc-papier.’

Ik heb mevrouw Courbois naar het ontbijt gebracht en nu ga ik mevrouw Henrotte (84) uit bed helpen. Ik doe de deur van haar kamer een stukje open en kijk naar binnen. De kamer is donker. In het licht dat vanuit de gang naar binnen valt, zie ik haar in bed liggen. Ze is wakker en kijkt me aan.

‘Goedemorgen, mevrouw Henrotte.’

‘Jij staat heel groot in de krant’, zegt ze. ‘Wist je dat?’

‘Ja, dat wist ik’, zeg ik, en ik ga de kamer binnen. ‘Het was een interview, mevrouw Henrotte. Ik was er zelf bij.’

Ik begin alles te verzamelen wat ik nodig heb om haar te wassen en aan te kleden. Washandjes, handdoek, incontinentiemateriaal, schoon ondergoed. In de badkamer vul ik een waskom met water.

‘Ik heb wel een paar vragen’, roept mevrouw Henrotte vanuit haar bed. ‘Maar ik wacht wel even tot je hier bent.’ Even later, wanneer ik aan haar bed sta, vraagt ze: ‘Wat is transistisch? Transeksisch? Ik heb gezocht in het woordenboek, maar het stond er niet in.’

‘Het heet transgender en de behandeling noem je een transitie’, zeg ik, en ik steek mijn voorlichtingspraatje maar weer af. Je ziet er bij je geboorte uit als een meisje, maar je bent eigenlijk een jongen, of andersom, blablabla.

‘O, daar heb ik weleens van gehoord, ja. Ben je ook geopereerd? Heb je een penis gekregen?’

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Eigenlijk wil ik hier niet met mevrouw Henrotte over praten. Dat ligt niet aan haar. Ik vind het veel makkelijker om over mijn transitie te schrijven dan er met iemand over te praten. Dat is me al gauw te intiem.

Even vind ik dat belachelijk van mezelf, want mevrouw Henrotte ligt hier intussen bloot in bed en ik ben net bezig een nieuwe katheterzak aan haar blaaskatheter te koppelen. Het voelt aanstellerig en niet eerlijk dat ik nu niet over mijn lichaam wil vertellen. Maar die gedachte zet ik gauw van me af. Mevrouw Henrotte is hier immers komen wonen om gewassen en verzorgd te worden, dat is haar zorgvraag, en ik ben hier niet komen werken om met mevrouw Henrotte over mijn genitaliën te praten.

Ik vertel haar in algemene termen hoe een transitie gaat. Dat je inderdaad geopereerd kunt worden en dat er allerlei verschillende operaties mogelijk zijn, van simpel tot heel ingrijpend. Maar mevrouw Henrotte neemt daar geen genoegen mee.

‘Je vindt het vast niet leuk dat ik het vraag, maar hoe zit dat dan bij jou? Hoe ging jouw operatie?’

‘Ik vind het inderdaad niet leuk dat u dat vraagt.’

’s Middags ben ik terug bij mevrouw Courbois, om haar medicatie te controleren en klaar te zetten. Zij heeft ook nagedacht over wat ik heb verteld over mijn transgenderachtergrond, maar op een heel andere manier. Ze begint te vertellen over haar man, die inmiddels al een hele tijd geleden is overleden. Ik hurk neer bij haar rolstoel.

‘Hij was getekend door de oorlog’, vertelt ze. Toen hij nog leefde, begrepen sommige mensen niet waarom ze zo veel van hem hield, en nu begrijpen ze niet waarom ze hem nog steeds mist.

‘Ik wil maar zeggen: we hebben allemaal wel iets. Iedereen heeft moeilijke dingen meegemaakt, dingen die de rest van je leven zo nu en dan de kop opsteken. Ik denk dat we elkaar daardoor alleen maar beter begrijpen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next