Home

Wie heeft er wél iets gedaan om de neergang van de talenstudies te stoppen?

Ik vind het verschrikkelijk, maar ik weet dat vrijwel niemand er wakker van ligt. Dat is nu juist het probleem. Want ach, geesteswetenschappen. ‘Dat is toch psychologie en zo?’, vroeg een 6 vwo’er mij. O, talen! En geschiedenis, filosofie, kunst – nee, dat ging ze zeker niet studeren. Niemand uit haar klas. Haar ouders hadden zo’n ‘pretstudie’ ook afgeraden. Mijn pleidooi, dat alles wat de moeite waard is in de wereld begint met taal, denken, verbeelding en historisch besef, slikte ik maar in.

Slecht nieuws: de Universiteit Utrecht zal vanaf studiejaar 2026-2027 de bacheloropleidingen Duits, Frans, Italiaans, Keltisch, religiewetenschappen en islam en Arabisch schrappen – studies die minder dan 25 studenten per jaar trekken. Ook op de Universiteit Leiden is het faculteitsbestuur geesteswetenschappen van plan te snijden: Frans, Duits en Italiaans moeten fuseren, net als Chinees, Japans, Koreaans en Zuidoost-Aziëstudies; de specialisaties Perzisch, Turks, Hebreeuws, islamstudies, Arabisch en moderne Midden-Oostenstudies verdwijnen, de bachelors Latin American Studies en African Studies worden teruggebracht tot vakken.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Wat een armoede. Leiden! De universiteit die vermaard is om de geweldige opleidingen in ‘verre’ talen en grote culturen – er gaat een schat aan kennis verloren als die niet aan nieuwe studenten wordt doorgegeven. Medewerkers zullen verdwijnen en het onderzoek stokt. Dat is onverstandig, nu samenlevingen polariseren en het op veel plekken in de wereld giftig gist en er veel slachtoffers vallen. Kennis van de talen en regio’s is vereist om te begrijpen wat er gebeurt. Ook onder diplomaten en journalisten zijn mensen met specifieke kennis nodig.

Ongelooflijk: Frans en Duits, onze buurtalen, de grootste West-Europese talen, die van onze belangrijkste Europese handelspartners, zijn op de universiteit even marginaal geworden als Keltisch, dat tien studenten per jaar heeft. Het zijn nog altijd schoolvakken in het voortgezet onderwijs, maar ook zij trekken te weinig eerstejaars, net zoals de hbo-lerarenopleidingen in deze talen. Te weinig om het groeiende tekort aan leraren Duits en Frans te verhelpen.

Tot 1969 waren Frans, Duits en Engels verplichte examenvakken op de middelbare school; veel studenten gingen een vreemde taal studeren. Daarna werden het keuzevakken waarin steeds minder leerlingen examen deden. Universiteiten gingen hippe studies aanbieden als cultuurwetenschappen, Europese studies en mediastudies. Er kwamen minder talenstudenten en taaldocenten, minder mensen die boeken, films en kunst uit die culturen kennen en er enthousiasme voor kweken. Zo verdwijnen die vakken vanzelf. Wie een taal voor zijn werk nodig heeft, gaat maar op cursus.

Het bestaansrecht van een studie zou moeten afhangen van de waarde ervan, niet van geld. Maar het is oneerlijk om de neergang en het verdwijnen van deze vakken de huidige universitaire bestuurders te verwijten. Wel kun je zeggen dat zij weinig hebben gedaan om, met het voortgezet onderwijs, de neergang te stoppen en studenten te werven. Ook is het een terechte vraag waarom scholieren de vakken Duits en Frans zo vervelend en onaantrekkelijk vinden. Misschien helpt het om verouderde lesmethoden op te frissen en meer aandacht aan cultuur, film, literatuur en spreekvaardigheid te besteden?

In het huidige systeem, waarbij instellingen moeten functioneren als renderende bedrijven en een lumpsum krijgen waarvan ze moeten rondkomen, is het voor besturen onmogelijk om slecht bezochte studies te handhaven, ook al verdedigen vakgroepen de waarde. Niet de docenten en hoogleraren hebben deze structuur bedacht, maar de overheid. Niet alleen ‘neoliberale kabinetten’ verdedigden het systeem, ook PvdA-onderwijsministers Ronald Plasterk en Jet Bussemaker. Als overheid, universiteiten en voortgezet onderwijs taal- en cultuurstudies de moeite waard vinden, moeten zij daar een gezamenlijk reddingsplan voor bedenken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next