Home

Op sommige Joodse gevels in deze strenggelovige wijk prijken Palestijnse vlaggen

De politie komt, het gerucht golft door de oude straten van de strenggelovige Joodse wijk Mea Shearim. Kinderen hangen over de balkons om niets te missen. Tienerjongens met zwarte hoeden en in lange stemmige jassen, rennen hun religieuze school uit. De studie kan wachten, eerst de actie.

‘Nazi’s!’ ‘Nazi’s!’ joelen omstanders als een peloton agenten de straat in marcheert. Eieren en uien vliegen door de lucht. Jonge mannen gooien met stenen. De sfeer is die van een Oost-Europees oproer in vervlogen tijden. De agenten rennen weg, langs de dubbele kinderwagens die overal geparkeerd staan.

In traditionele families ontmoeten een jongen en een meisje elkaar voor hun huwelijk drie keer. Kleine huizen herbergen grote gezinnen. Aan een balkon bungelen zeventien kinderfietsen. ‘Ik praat niet met vrouwen’, zegt een enkele man als je hem op straat aanspreekt. Vrouwen praten sowieso niet graag met buitenstaanders.

Zeg dat je een journalist bent uit Nederland en het gaat over Jacob Israël de Haan. De homoseksuele schrijver – maar dat weet niet iedereen – en orthodoxe Jood werd in 1924 door een zionist vermoord. De Haan was het eerste slachtoffer, zeggen ze hier. Zionisme, het streven naar een Joods thuisland, geldt voor sommigen als bron van alle problemen.

Lang voor het ontstaan van Israël is Mea Shearim in de 19de eeuw gesticht door Joodse families die naar Jeruzalem emigreerden vanuit Roemenië, Hongarije en Litouwen. De wijk is een tijdmachine. Nieuws en roddels worden gedeeld via aanplakbiljetten. De voertaal is Jiddisch, de oude taal van het Joodse volk.

In zijn Jiddische boekhandel krijgt Aaron Kreuz bestellingen door op zijn ‘koosjere’ mobiele telefoon, een ouderwets toestel zonder WhatsApp. Hij verkoopt veel kinderboeken. Kinderen hebben geen smartphone, dus lezen ze nog. In alle boeken prijkt een verklaring van geen bezwaar door de rabbi. ‘Zonder rabbinale goedkeuring is een kinderboek onverkoopbaar.’

Sinds deze zomer staat Mea Shearim op scherp. Het Israëlische hooggerechtshof oordeelde dat ultraorthodoxe Joden niet meer worden vrijgesteld van militaire dienstplicht. Jonge mannen moeten hun religieuze school, de jesjiva, verruilen voor een seculier legerkamp.

Maar ze gaan niet. De rabbi’s hebben dit besloten. ‘Iedereen hier respecteert de woorden van de rabbi’, zegt Nethanel Abrahami, 19 jaar. In de klas van zijn jesjiva hebben ze erover gediscussieerd. De conclusie: het is onmogelijk. Een gelovige Jood kan geen dienst nemen in het Israëlische leger.

Militair worden in deze samenleving, dat ‘overschrijdt de grenzen van het Jodendom’. In het leger moet je vechten op de religieuze rustdag, de sabbat. Je ontmoet vrouwen. ‘We zullen ertegen vechten. We gaan liever naar de gevangenis dan het leger in. De staat haat religieuze mensen. En het wordt erger.’

De politie komt terug. Met witte verf schilderen ze vlaggen over. Het is een surrealistisch detail in deze wijk: op sommige Joodse gevels prijken Palestijnse vlaggen. Dit betekent niet dat bewoners de Palestijnse zaak aanhangen. Wel dat ze de staat Israël afwijzen.

De politie treedt harder op dan ooit, vertelt Shimon Roth. ‘Terwijl het tonen van de Palestijnse vlag legaal is.’ Met zijn vrouw en drie kinderen (‘ik wil er twintig’) bewoont hij een klein souterrain. Roth is actief binnen Neturei Karta, een ultraorthodoxe organisatie die vindt dat Israël nooit gesticht had mogen worden.

‘Zionisten spreken met de tong van de Joden. Dat is vals.’ De staat Israël hult zich volgens hem in de mantel van het Joodse geloof om echte Joden te bestrijden, bijvoorbeeld door hen in een legeruniform te dwingen. Het ontstaan van een werkelijk Israël is niet aan de mens. ‘Wij wachten tot de Messiah komt.’

Dit gedachtegoed krijgt steun van ultraorthodoxe Joden in de Verenigde Staten. Ze betalen voor religieuze scholen in Mea Shearim. ‘Amerikaanse rabbi’s helpen ons’, vertelt Roth, die een reisbureau heeft en fondsen werft in de VS.

De Amerikanen staan hetzelfde in het geloof. ‘Zij hebben koosjere telefoons, net als wij.’ Maar de zionistische grenzen steken ze niet graag over. Zoals dat gaat met Amerikaanse steun aan het Heilige Land: ze komen zelden kijken waar hun geld naartoe gaat.

Over de auteur
Ana van Es schrijft vanuit Jeruzalem over de gevolgen vn 7 oktober, een jaar geleden. Dit is de laatste aflevering.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next