Home

Op de dodelijkste route naar Europa zijn de migranten steeds vaker minderjarig: ‘Mijn vader verkocht zijn auto om mij hierheen te sturen’

Onder het groeiende aantal migranten naar de Canarische Eilanden zijn ook steeds vaker minderjarigen. Want wie onder de 18 is, maakt meer kans om in Europa te mogen blijven.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie. Voor dit verhaal reisde ze naar de Canarische Eilanden.

Ja, hij wist het, vertelt Ibrahim. Hij wist dat hij als minderjarige heel anders in Spanje zou worden ontvangen dan als volwassene. Dat hij gemakkelijker een verblijfsvergunning zou krijgen.

En daarom maakte hij haast, met geld sparen, om de overtocht vanuit Senegal te bekostigen. De naar eigen zeggen 17-jarige Senegalees werkte in eigen land als visser. Toen hij op een dag – iets meer dan een jaar geleden – de benodigde 500 duizend West-Afrikaanse franc (bijna 800 euro) bij elkaar had, is hij vertrokken.

Twee weken lang bracht Ibrahim door op zee. ‘Op de zevende dag zagen we aan de horizon het eiland El Hierro verschijnen’, zegt hij. ‘Maar toen was de brandstof op. De wind blies ons terug, de oceaan op. We hadden geen eten meer, dronken uit zee. Pas na weer zeven dagen werden we gezien door de bemanning van een schip. Toen zijn we gered.’

El Hierro is het zuidelijkste puntje van Europa. Het Spaanse eiland ligt ver ten noorden van Senegal, Gambia en Guinee – enkele van de landen waar de migranten die hier aanmeren vandaan komen.

De boottocht ernaartoe is een riskante onderneming. Wie door wind of zeestromingen voorbij het eiland wordt geblazen, dat half zo groot is als Texel en 1.501 meter hoog, is reddeloos verloren.

Toch is deze migratieroute sterk in opkomst. De routes over de Middellandse Zee worden steeds strenger bewaakt, met als gevolg dat migranten en vluchtelingen uitwijken naar de Atlantische Oceaan. Het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken turfde op de Canarische Eilanden dit jaar al 32.878 aankomsten.

Tegelijkertijd stierven in de eerste vijf maanden van dit jaar onderweg 4.808 personen, waarmee dit de dodelijkste migratieroute naar Europa is.

De migranten en vluchtelingen die El Hierro bereiken, komen terecht op een eiland met een ijzeren gestel. Er zijn loodrechte rotswanden, door de wind kromgebogen bomen, sluimerende vulkanen. En er is veel mist. ‘Als ik hier ’s nachts rijd, door de mistsluiers, denk ik altijd aan Jurassic Park’, bekent een eilandbewoner. ‘Alsof er elk moment een dinosaurus kan opduiken.’

Geen uitnodigende plek, op het eerste gezicht, en toch wilde Ibrahim hier graag blijven. De vraag was alleen: zou de Spaanse overheid hem als minderjarige erkennen en behandelen? Of zou hij toch meerderjarig worden verklaard en daarmee al zijn rechten verliezen?

Terwijl Ibrahim wachtte op uitsluitsel, begon hij Spaans te leren. Ook sloot hij zich aan bij een club voor Canarisch worstelen, een regionale sport.

‘In het opvangcentrum voor minderjarigen werd ons op een dag gevraagd: wie wil er meedoen aan de worsteltraining?’, vertelt Ibrahim, in vlot Spaans. ‘Toen heb ik me aangemeld. Ik had nog nooit geworsteld, behalve als spel met vrienden op het strand. Maar nu is worstelen belangrijk voor mij: om mijn lichaam te trainen, plezier te hebben en mensen te leren kennen.’

Recht op huisvesting en scholing

Het maakt een enorm verschil, in Spanje en andere Europese landen, of je als migrant de leeftijd van 18 jaar al hebt bereikt op het moment van binnenkomst – of nog niet.

‘Minderjarigen hebben recht op meer bescherming, dat is in allerlei verdragen en wetten vastgelegd’, verklaart Francisco Candil (54), bestuurder voor sociaal welzijn op de Canarische Eilanden.

In Spanje worden de 18-plussers en de 18-minners meteen na aankomst van elkaar gescheiden. De volwassenen gaan meestal naar het Spaanse vasteland. Als ze geen recht hebben op asiel, moeten ze zich zien te redden met een illegaal baantje: een onzeker, rechteloos bestaan.

Minderjarige migranten staan onder voogdij van de regio waarin ze zich bevinden, in dit geval de Canarische Eilanden. Dat betekent dat ze recht hebben op huisvesting, scholing en een vrijetijdsprogramma. En het belangrijkste: ze kunnen op grond van hun leeftijd een verblijfsvergunning krijgen, waarmee ze later legaal kunnen werken.

Het is de reden dat minderjarige migranten vanuit Afrika steeds vaker expres vooruit worden gestuurd. De opvangcentra voor jongeren op de eilanden zitten overvol. ‘Eerder was misschien 10 procent van de bootmigranten minderjarig, nu 20 procent’, zegt Candil. ‘We zien vooral een explosie van het aantal sub-Saharaanse jongeren, uit landen als Senegal, Mali en Gambia.’

Vaak worden de jongeren vanuit het land van herkomst onder druk gezet om zo snel mogelijk aan het werk te gaan. ‘Voor de familie telt maar één ding: ze willen hun investering terugverdienen’, aldus Candil. ‘Vooral bij de meisjes, daarvan komen er ook steeds meer, is er de dreiging dat ze in de prostitutie belanden.’

De Canarische Eilanden dragen op dit moment de verantwoordelijkheid voor 5.300 minderjarige migranten. Dat zijn er veel, voor een relatief kleine, en binnen Spanje ook arme eilandengroep. Het leidt tot hoogoplopende discussies met de Spaanse regering en de andere regio’s over een betere verdeling.

Opvang in een oud nonnenklooster

Binnen de Canarische Eilanden worden de minderjarigen wél verdeeld. De meesten komen terecht op de twee grootste eilanden, Tenerife en Gran Canaria.

Net ten zuiden van de hoofdstad Las Palmas de Gran Canaria, op de flanken van een uitgedoofde vulkaan, ligt opvangcentrum Tindaya, in een gebouw waarin voorheen een nonnenklooster was gevestigd.

‘Niet iedereen vond het een goed idee om moslims op te vangen in zo’n katholieke omgeving’, vertelt Gabriel Orihuela (44), de directeur van het opvangcentrum. ‘Maar onze organisatie wel. Het klinkt misschien utopisch, maar wij geloven in de integratie van verschillende geloven, verschillende nationaliteiten.’

Eén zaaltje van het klooster is ingericht als moskee, met brandende wierook en kleden op de vloer. De jongens lopen er in en uit om te bidden. Toch is ook de katholieke symboliek van het klooster in stand gehouden, met her en der een Heilige Maagd of een scène uit het leven van Christus.

In het opvangcentrum verblijven tachtig jongens. Het bestuur van de Canarische Eilanden zou er graag nog wat bedden bij zetten, maar de directeur houdt dat tegen: het moet niet te vol worden.

Nu al doet de sfeer in het gebouw denken aan een middelbare school. Jongens hangen rond op de gangen, maken grappen, zijn verdiept in hun telefoons. Orihuela loopt ertussendoor, begroet de jongeren hartelijk en spreekt ze streng toe als ze niet naar de taallessen zijn geweest.

Onder de jolige alledaagsheid gaat veel tragiek schuil, weet de directeur. Hij ziet hoe sommige jonge migranten tegen hun zin naar Europa reizen. ‘Eén Marokkaanse jongen kwam hier binnen toen hij nog maar 11 jaar was. Zijn broer, inmiddels de 18 gepasseerd, verbleef nota bene eerder ook al bij ons. Die werd woest toen hij hoorde dat zijn vader zijn jongere broertje naar Europa had gestuurd.

‘Er was helemaal geen financiële noodzaak om hem zo’n gevaarlijke reis te laten ondernemen. Maar nee, voor sommige ouders is hun kind gewoon een soort loterijbriefje, dat met een beetje geluk een grote prijs kan opleveren.’

Op dit moment is Yassine een van de jongsten in het centrum. Hij dicht zichzelf 16 jaar toe, maar dat lijkt schromelijk overdreven. ‘Mijn vader heeft zijn auto verkocht om de overtocht te kunnen betalen’, vertelt de Marokkaan, geholpen door een vertaler. In drie dagen voer hij van Agadir, in Marokko, naar Lanzarote, een reis die ongeveer 5.000 euro kost.

Zowel een zus als een tante van Yassine woont al in Spanje. Van hen wist hij dat hij als minderjarige gemakkelijker een verblijfsvergunning kon krijgen. ‘Mijn vader heeft betaald, maar zelf wilde ik ook graag op zoek naar een beter leven’, zegt Yassine, die zijn gebrek aan jaren tracht te compenseren met een overschot aan bravoure. ‘Misschien kan ik hier voetballer worden, of anders ingenieur.’

Soms loopt het met zulke dromen over een beter bestaan goed af. Orihuela vertelt trots dat een van de jongeren deze week een baan kreeg aangeboden, nadat hij als ober stage had gelopen in een restaurant in het toeristische zuiden van Gran Canaria.

Maar niet iedereen blijkt zichzelf op zo’n jonge leeftijd te kunnen redden. Een van de keukenhulpen van het tehuis is een schuchtere jongen, die Orihuela op een dag aantrof terwijl hij in de vuilniszakken rommelde op zoek naar eten. Het bleek een oud-bewoner van Tindaya, die het opvangcentrum had moeten verlaten omdat hij 18 was geworden.

‘Hij had zijn intrek genomen in een leegstaand huis hier verderop’, zegt Orihuela. ‘Zijn voeten zaten onder de wonden, die waren door de ratten aangevreten. Toen heb ik hem hier een kamer gegeven, een beetje buiten het officiële circuit om. In ruil daarvoor helpt hij voorlopig in de keuken. Inmiddels hebben we een verblijfsvergunning voor hem geregeld, dus hij kan nu gaan solliciteren.’

Botten en verstandskiezen

Een vrouw die een belangrijke rol speelt bij het aanbrengen van de cruciale scheidslijn tussen minderjarig en meerderjarig is Diana García (52). Zij werkt bij het Instituut voor Juridische Geneeskunde in Las Palmas en staat aan het hoofd van de speciale Eenheid voor de Forensische Schatting van de Leeftijd. Dit jaar kreeg ze al 734 dossiers onder ogen.

García probeert zo objectief mogelijk te werk te gaan. ‘Kijk’, zegt ze, wijzend naar de röntgenfoto’s op haar computerscherm. ‘Ik let op het groeistadium van de botten in de hand. En ik kijk naar de ontwikkeling van de wortels van de verstandskiezen.’

Steeds vergelijkt García de röntgenfoto’s van de migranten met afbeeldingen uit een leeftijdsatlas. Een van de problemen: over de botgroei van Afrikanen heeft ze geen gegevens en dus werkt ze met een studie onder Italianen. De aanname is dat de botten van de Afrikaanse migranten later zijn uitgegroeid, omdat ze slechtere voeding krijgen.

Ook problematisch: in de ontwikkeling van de verstandskiezen zit een enorme variatie. De een krijgt ze vroeg, de ander laat. Altijd zullen er uitzonderingen zijn, van jongens van 16 die al de verstandskiezen hebben van iemand van 18. Zo iemand kan ten onrechte meerderjarig worden verklaard.

Uiteindelijk gaat García’s verslag naar de officier van justitie. Die bepaalt of iemand de leeftijdsgrens van 18 jaar al gepasseerd is. Duim omhoog, of duim omlaag.

Onderdak bij de worstelclub

Wat als je door de bot- en gebitsproeven van het Instituut voor Juridische Geneeskunde meerderjarig wordt bevonden? Dan loop je het risico van de ene op de andere dag op eigen benen te moeten staan – of je moet het geluk hebben iemand te kennen als Eladio Mérida (51), worsteltrainer op het eiland El Hierro.

Mérida nam twee van zulke jongens in huis. Een van hen is Ibrahim, de jongen uit Senegal die aansloot bij de worstelclub, en die zelf volhoudt dat hij 17 jaar is — in weerwil van het onderzoek, waarin hij meerderjarig werd geschat.

‘Er zijn bij de worstelclub minstens vijf families die een jonge migrant onderdak bieden’, vertelt de trainer. ‘Je kunt ze toch niet zomaar op straat zetten, op het Spaanse vasteland, zonder verblijfsvergunning?’

Op een woensdagavond kijkt Mérida toe hoe Afrikanen en Canariërs hun worsteltechnieken op elkaar beproeven. In tweetallen staan de jongens tegenover elkaar en proberen ze de ander omver te duwen. Na elk potje volgt er een uitgestoken hand, een schouderklop, een glimlach.

Het was Mérida’s idee de jonge immigranten uit te nodigen voor de club. ‘Op een dag hoorde ik dat Senegalezen ook bekend zijn met worstelen. Wij konden de extra leden goed gebruiken, dus zo is dit begonnen.’ Nu trainen tussen de vijftien en twintig Afrikaanse jongens mee. Mede door de nieuwe aanwas behaalt de vereniging de beste resultaten sinds jaren.

Maar de visie van Mérida strekt verder dan het worstelen. Hij is ondernemer, heeft een bouw- en transportbedrijf. ‘Ik kom altijd werknemers tekort’, zegt hij. ‘En deze jongens willen graag werken. Ik heb er bij de autoriteiten voor gepleit om hen op te leiden, zodat ze kunnen blijven. Met succes: de bedoeling is dat vijftig tot zestig jongens hier nu een opleiding krijgen. Loodgieters, elektriciens, chauffeurs: aan al dat soort vakkrachten is – net als elders in Europa – grote behoefte.’

Ook Ibrahim hoopt dat hij op El Hierro kan blijven. ‘Ik wil eerst mijn schooldiploma halen’, zegt hij. ‘En dan zou ik graag brandweerman willen worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next