Door missers in de justitiële keten en het besluit om een tbs-maatregel uit Curaçao niet over te nemen, was Jamel L. op vrije voeten toen hij op 20 juni vorig jaar een AH-medewerkster aan de Haagse Turfmarkt doodstak. De betrokken instanties zijn ‘tekortgeschoten’.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Tot die conclusie komen de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Hoge Raad die maandag hun onderzoeksrapport aanboden aan de minister van Justitie en Veiligheid David van Weel.
Zowel de inspectie als de Hoge Raad wil zich niet wagen aan het oordeel of de moord voorkomen had kunnen worden. Toch doemt het beeld op dat de 57-jarige Antiliaan ten tijde van de moord naar alle waarschijnlijkheid in een tbs-kliniek was behandeld als de betrokken instanties beter hadden gefunctioneerd. Er is te weinig gedaan om Jamel L. in beeld te krijgen en te houden en cruciale informatie over zijn criminele verleden ontbrak. Dat de toenmalig minister voor Rechtsbescherming, Sander Dekker, besloot een tbs-maatregel die L. in 2018 kreeg opgelegd in Curaçao, niet in Nederland uit te voeren, noemt de inspectie ‘onvoldoende te volgen’.
Direct na de fatale steekpartij vorig jaar waren er vragen hoe het kon dat Jamel L. nog vrij rondliep. L. kwam al vanaf zijn 18de regelmatig met justitie in aanraking; zware geweldsdelicten en doodsbedreigingen vormden de rode draad in zijn criminele loopbaan. Ook werd direct na de moord duidelijk dat L. in 1993 al eens was veroordeeld wegens poging tot moord en afpersing en dat hij in 2009 in een psychiatrisch ziekenhuis in Groot-Brittannië was beland. Daarna volgden meerdere gewelddadige incidenten en bedreigingen in Middelburg, Zwijndrecht en Den Haag.
In april van dit jaar werd L. door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot 10 jaar cel met tbs. L. gaat nog in hoger beroep. De Hoge Raad en de Inspectie bogen zich niet over de vraag of hij schuldig is.
Wel richtten zij zich op de vraag of er door het Openbaar Ministerie en de politie fouten zijn gemaakt. De Hoge Raad staat daarbij nadrukkelijk stil bij de omstandigheden bij de veroordeling in 2023, toen de rechtbank Rotterdam, tegen de eis van het OM in, tbs afwees. Tien dagen na het uitzitten van die straf stak Jamel L. de AH-medewerker dood.
Uit het onderzoek van de Hoge Raad blijkt dat het OM op meerdere momenten niet beschikte over cruciale informatie. In de justitiële keten wordt gewerkt met het systeem Justid. Ter voorbereiding op een zaak zouden officieren van justitie daaruit automatisch alle relevante informatie, zoals veroordelingen en zorggeschiedenis, moeten binnenkrijgen. Maar de opname in het psychiatrisch ziekenhuis in Groot-Brittannië en het uitzitten van de rest van zijn straf in Nederland ontbrak. Het OM had dat in de systemen moeten opnemen. ‘Het Openbaar Ministerie heeft op dat punt niet voldaan aan zijn wettelijke taken’, concludeert de Hoge Raad.
Ook de tbs-maatregel in Curaçao (2018) stond niet in de systemen. Dat betekent niet dat het OM het niet had kunnen weten. De zaakofficier wist niet dat L.’s strafblad gewoon had kunnen worden opgevraagd bij justitie in Curaçao. De Hoge Raad rekent dat de officieren van justitie niet individueel aan. ‘Het is de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie als organisatie om deze kennis, die bij sommige officieren van justitie wel bekend was, te borgen en te delen, bijvoorbeeld in werkinstructies.’ Verder ontbraken de aangiften uit de tijd dat L. terug was in Nederland en problemen veroorzaakte.
De Hoge Raad bleef weg bij de vraag of de moord had kunnen worden voorkomen als al deze informatie wel in de systemen had gestaan. ‘Dat is een begrijpelijke vraag, maar geen vraag waarop het onderzoek is gericht’, aldus de hoogste rechter. Wel had het beschikken over die informatie de kans vergroot dat de rechter zich in 2023 zou hebben uitgesproken voor opname van Jamel L. in het Pieter Baan Centrum.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant