Home

Sander Schimmelpenninck: ‘Ik pest geen zielige minderheid, domrechts heeft de macht’

Volkskrant-columnist en mediamaker Sander Schimmelpenninck trekt ook in zijn nieuwe boek ten strijde tegen wat volgens hem hét grote probleem is van deze tijd: moedwillige domheid. ‘Mensen die juist slim zijn, maar zich bewust onwetend houden, die dom doen.’

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Domheid is het grootste probleem van deze tijd, zegt Sander Schimmelpenninck (40) op een vrijdagmiddag in een Amsterdams café. ‘Dat moeten we eerst oplossen, voordat we aan zaken als klimaatbeleid kunnen toekomen.’

Zijn nieuwe boek, De domheid regeert, is een pleidooi tegen domheid. Hij voelt het verwijt al aankomen dat hij een snob is die neerkijkt op het gepeupel, dus voegt hij er haastig aan toe dat hij het niet heeft gemunt op lageropgeleiden of mensen met een laag intelligentieniveau. ‘Met domheid doel ik op mensen die juist slim zijn, maar zich bewust onwetend houden, die dom doen.’

In zijn boek zijn dat – in zijn woorden – ‘domrechtse’ politici als Dilan Yeşilgöz (VVD), Geert Wilders (PVV), Caroline van der Plas (BBB) en een deel van hun electoraat. ‘Ik vind dat we veel te veel begrip voor die mensen hebben.’

Lezers van zijn Volkskrant-columns zullen in De domheid regeert de felle toon (Van der Plas is ‘de koningin van de domheid’) en zijn neologismen (‘onderbuikdanser’) herkennen. Dankzij die stijl is hij, afgaand op de reacties die hij oproept op sociale media en in de brievenrubriek, zowel de meest als de minst geliefde columnist van deze krant. Op de ranglijst op de Volkskrant-site met bestgelezen stukken staan die van hem steevast in de top.

Zijn achterban – op Instagram heeft hij 126 duizend volgers en op X, waar hij nauwelijks meer actief is, ruim 200 duizend – dankt hij ook aan zijn VPRO-documentaires en de Zelfspodcast, een podcast die hij maakt met jeugdvriend Jaap Reesema.

Door de stokpaardjes die hij daarin onvermoeibaar berijdt, heeft hij een scherper afgetekend ideologisch profiel dan menig politicus. Zijn denkbeelden over erfbelasting (vóór), deeltijdwerk (tegen) en maatschappelijke dienstplicht (voor) zijn ook in Den Haag bekend. ‘Ik heb gehoord dat sommige progressieve VVD’ers zich Schimmelpenninck-liberalen noemen’, zegt hij.

Behalve journalist is hij ook ondernemer. Onlangs is hij een reisbureau begonnen en heeft hij een hotel in Zweden gekocht. Tonny Media, het mediabedrijf waarvan hij medeoprichter is, is in augustus verkocht aan het Deense podcastplatform Podimo.

Sinds dit jaar woont hij permanent in Zweden, doordeweeks in Gotenburg en in de weekeinden in Grebbestad, het vissersdorpje waar zijn vriendin vandaan komt. Met haar heeft hij een dochter van 1.

Het vaderschap heeft Schimmelpenninck niet zachtaardiger gemaakt. ‘Ik ben vrij consistent in mijn mildheid’, zegt hij, ‘of beter gezegd: het gebrek daaraan.’

Domheid is van alle tijden, zegt Schimmelpenninck, maar het floreert in tijden van sociale media. Algoritmes van platforms als X en YouTube bevorderen niet de zichtbaarheid van een bedachtzaam essay, maar wel van die van een ophitsende verdachtmaking.

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Het meest pregnante voorbeeld is natuurlijk de wooncrisis. Jarenlang hebben we gezien hoe online, maar ook in kranten als De Telegraaf, hele en halve leugens werden verteld over asielzoekers die daar de oorzaak van zouden zijn. Nu is dat niet helemaal onwaar, asielzoekers moeten ergens wonen, maar het is natuurlijk totale onzin om te suggereren dat al onze huizen worden afgepakt door asielzoekers.

‘Dit soort domheid wordt gecultiveerd door politici als Caroline van der Plas. Zij presenteert zichzelf als volks, als authentiek, als écht. Onderbuikgevoelens zijn ook gevoelens, zei ze vorig jaar in haar HJ Schoo-lezing. Eigenlijk zei ze daarmee: onderbuikgevoelens zijn net zo belangrijk als feiten, misschien nog wel belangrijker.’

Dat zei ze niet letterlijk. Dat ze dat bedoelt, is een aanname van jou.

‘Uit haar daden blijkt dat. Haar partij zit in een regering die onderbuikgevoelens verheft tot regeringsbeleid. Dick Schoof zei dat er een asielcrisis is omdat mensen dat zo ervaren.’

In je boek citeer je José van Dijck, hoogleraar media en samenleving van de Universiteit Utrecht, die zegt dat het relevant is waar mensen zich druk om maken. ‘Dat kan de waarheid zijn of niet, door feiten ondersteund worden of niet, maar het eerste is erkenning geven.’ Je citeert haar instemmend, maar zegt zij niet hetzelfde als Van der Plas?

‘In zekere zin wel. Dus Van der Plas heeft ook geen ongelijk als ze zegt dat onderbuikgevoelens sentimenten zijn waar we rekening mee moeten houden. Maar mijn punt is dat we dat al heel lang doen, al sinds de Fortuyn-revolte. De verhaallijn was toen dat die radicaal-rechtse kiezers oprechte zorgen hadden, maar inmiddels zijn het vaak VVD-stemmers met twee auto’s voor de deur.’

Je schrijft ook dat Van der Plas tijdens een uitzending van Op1 heeft gezegd dat ze voorstander is van lessen over de Holocaust tijdens de inburgeringscursus ‘omdat volgens haar veel immigranten zoals Syriërs en Eritreeërs de Jodenhaat tot in het diepst van hun ziel hebben zitten’. Maar zo heeft ze het niet gezegd. Ze zei dat die landen de Jodenhaat in hun ziel hebben zitten.

‘Een land heeft geen ziel. Zij zei het in de context van migranten die naar Nederland kwamen en suggereerde dus dat het om hen ging.’

Hierdoor geef je haar wel munitie om te zeggen dat jij haar op zo’n gevoelig onderwerp verkeerd citeert.

‘Dit is een beetje een taalspelletje dat doet denken aan het onderscheid dat Wilders maakt tussen moslims en de islam. Overigens niet geheel onterecht, ik begrijp dat daar een verschil tussen zit.

‘Ik erger me aan mensen die mij erop aanspreken dat ik die politici zo hard aanpak. Ik pest geen zielige minderheid, deze mensen hebben de macht. We hebben een domrechtse regering. Ze zitten in vak-K.’

Wees hard voor de makelaars in domheid, schrijft Schimmelpenninck in zijn boek, maar zacht voor de klanten daarvan. Tot die laatste groep schaart hij niet het hele rechtse electoraat.

Voor de PVV-stemmer met een bijstandsuitkering die woont in een oude arbeiderswijk waar nauwelijks Nederlands meer wordt gesproken, heeft Schimmelpenninck begrip.

‘Ik begrijp niet dat zij stemmen op een partij die ze alleen maar armer maakt, maar heb wel begrip voor de boos- en machteloosheid waar een PVV-stem uit voort kan komen. Niet voor niets heb ik de documentaireserie Sander en de kloof gemaakt. Ik houd me voortdurend bezig met ongelijkheid en vind dat we in Nederland veel progressiever belasting moeten heffen, zodat mensen aan de onderkant veel meer overhouden van hun inkomen. Maar dat is een kleine groep, veel kleiner dan de groep – eenderde van Nederland – die op radicaal-rechts stemt.

‘Uit onderzoek van Frank Mols en Jolanda Jetten van de Universiteit van Queensland blijkt dat de aanhang daarvan eruitziet als een V-curve: stemmers hebben een onder- óf een bovengemiddeld inkomen. Die laatste groep, de aspirational class, bestaat uit zzp’ers met een makelaarskantoortje, of al die mensen die ‘s ochtends met hun Tesla in de file staan. Die mensen neem ik het wél kwalijk.’

De 800 duizend inwoners van Vinex-wijken, die meer verdienen, vaker huiseigenaar zijn en gelukkiger zeggen te zijn dan de rest van het land, stemden vorig jaar relatief vaak op de PVV, becijferde onderzoekscollectief Investico en De Groene Amsterdammer dit jaar.

Een van de motieven van de PVV-stemmer, blijkt uit dat stuk, is de angst om die verworvenheden kwijt te raken, de zogenoemde fear of falling. Dat komt ‘gewoon neer op egoïsme’, zegt Schimmelpenninck. ‘Het is conservatisme dat we vroeger aan de rijken toeschreven: de bezittende klasse – een meerderheid van de Nederlanders – wil houden wat ze hebben en de kansen van de havenots, zoals nieuwkomers, om zeep helpen. Ze saboteren de ladder die ze zelf hebben beklommen!’

Is de opleidingskloof niet relevanter dan de inkomenskloof? Er is vooral een causaal verband tussen opleidingsniveau en stemgedrag, blijkt uit het Nationaal Kiesonderzoek.

‘Maar het zijn echt niet alleen de zogenaamde tokkies die op de PVV stemmen. Er wonen er ook veel in Wassenaar. Ik vind het opvallend hoeveel hoogopgeleiden er tussen zitten.’

Van de universitair geschoolden stemde 5 procent op de PVV…

‘Dat vind ik heel veel.’

Bij de mensen die een mbo 3-opleiding hadden afgerond, was dat 40 procent.

‘Dat is inderdaad een behoorlijk verschil. Maar een aannemer met een Dodge Ram die een ton per jaar verdient, heeft misschien ook alleen mbo afgerond. Is hij zielig? Ik denk het niet. Kun je hem erop aanspreken dat hij op politici stemt die liegen en zich bedienen van domheid? Vind ik wel.’

Helpt het om hen om de oren te slaan met hoe fout ze zijn? In de Volkskrant zei socioloog Quita Muis dat polarisatie toeneemt omdat hogeropgeleiden vaker superieur gedrag vertonen, waardoor laagopgeleiden vaker ‘morele claims’ ervaren.

‘Als iemand uit progressieve hoek zegt dat het verstandig zou zijn als vliegen zwaarder wordt belast, of dat het aardig zou zijn als trans mensen worden aangesproken op een manier die zij prettig vinden, wordt dat door domrechts en De Telegraaf vertaald als: ‘De elite gaat jullie nu vertellen wat jullie wel en niet moeten doen.’

‘Maar niemand legt iemand iets op. Er wordt gewoon een gesprek begonnen over een maatschappelijk relevant onderwerp.’

Misschien wil een deel van de PVV-stemmers een middelvinger opsteken richting de elite die hen ervan blijft beschuldigen met Zwarte Piet een racistische traditie in stand te houden.

‘Zwarte Piet ís een racistische traditie. Als jij een racistische traditie wil omarmen, is het niet raar dat mensen zeggen dat je een racistische traditie aan het omarmen bent. En als je het idee hebt dat het geen racistische traditie is, maak je je schuldig aan domheid. Want het is helemaal niet moeilijk om je te verdiepen in de geschiedenis van die traditie en de stereotypen ervan.’

Op basis van 35 jaar aan onderzoeksdata concludeert Muis dat de aanpak die je in je boek bepleit – expliciet benoemen dat de mening van mensen ‘fout’ is – averechts werkt. Dat kun je toch niet zomaar opzij schuiven?

‘We komen uit een buitengewoon stabiele, rimpelloze tijd, maar die is nu voorbij. Moeten we slechte dingen dan voort laten bestaan omdat we bang zijn voor polarisatie? Als je bang bent voor confrontatie, verandert er nooit wat.

‘Sociologen die begrip bepleiten voor PVV-stemmers nemen diezelfde PVV-stemmer niet serieus. ‘Ze stemmen op de PVV omdat ze boos zijn dat de buslijn is verdwenen’, hoor je dan. Maar in elk onderzoek waarin PVV-stemmers naar hun motieven wordt gevraagd, is het antwoord: ‘Omdat ik geen buitenlanders erbij wil.’ Sociologen vinden het moeilijk te accepteren dat er in dit land racistische mensen zijn die schijt hebben aan mensenrechten en gewoon geen zin hebben in buitenlanders, dat een deel van het electoraat niet te goeder trouw is.’

Nadat in juli in Stampersgat een moslim werd doodgeschoten door een man wiens Twitterberichten vol moslimhaat stonden, schreef je in een column dat Geert Wilders en ‘Telegraaf-propagandist’ Wierd Duk moeten worden aangesproken op de manier waarop zij online extremisme aanjagen. Maar twee weken geleden stelde de rechtbank dat vooralsnog niet is gebleken dat er van een racistisch motief sprake is. Schiet je soms niet te snel uit je heup?

‘Nee. Feit blijft dat Duk en Wilders extremisme aanjagen onder hun achterban.’

Dat is een argument – ‘het had waar kunnen zijn’ – waar je ook in je boek kritisch over bent.

‘Ten eerste hebben mensen met kennis van die gebeurtenis mij verteld dat een van de motieven wel degelijk rechtsextremisme is, en heb ik geen reden aan hun verhaal twijfelen. Ten tweede heb ik toch niet geschreven dat het 100 procent zeker is dat dat het enige motief is?’

Je schreef dat als we de online wereld niet als ‘echt’ zien, de moord ‘niet de laatste extreemrechtse moordpartij’ zal zijn.

‘Vind je dat ik daarmee schrijf dat dat motief bewezen is én het enige motief is?’

Ja, als je zegt dat de moord mogelijk niet de laatste extreemrechtse moordpartij zal zijn, zeg je dat de moord een extreemrechtse moordpartij is.

‘Mja, misschien iets te stellig. Maar de rechter heeft het onderzoek nog niet afgerond, vooralsnog is dat motief ook niet uitgesloten.’

Hoop je dat de PVV-stemmer je boek gaat lezen?

‘Neuh, die lezen überhaupt niks. Waarom zou je een boek willen verkopen aan mensen die niet lezen?’

Je hoopt dat het redelijke midden door je boek ophoudt met…

‘Vergoelijken! Vergoelijken! Ik ben een soort Paul Scheffer in 2001 (de publicist schreef toen het essay Het multiculturele drama, red.). We moeten dingen benoemen zoals ze zijn. Ik zal mensen niet dom noemen, dat heb ik nog nooit gedaan, maar hun daden wel.’

Heb je de kijkers van Vandaag Inside niet dom genoemd?

‘Nee, maar ik vind het heel irritant dat ze dat de hele tijd zeggen. Toen ik daar een keer te gast zou zijn, schreef ik dat ik kwam om domrechts op te voeden. Daarmee doelde ik op de mensen aan tafel, op Johan Derksen – wat mij betreft heeft dat programma een problematische rol in het doorgeven en witwassen van domheid. Maar het is natuurlijk verleidelijk om te zeggen: hij noemt onze kijkers dom, dus hij mag niet meer komen.’

Wat gebeurt er als het redelijke midden stopt met vergoelijken en begint met het benoemen van domheid? Het is goed om de aspirational class – de Tesla-rijdende makelaars – aan te spreken op hun domheid, schrijf je in je boek, omdat die groep van sociale stijgers gevoelig is voor status. ‘Beticht worden van domheid komt dan slecht uit.’ Maar, schrijf je ook, in een cultuur waar anti-intellectualisme applaus en sociaal kapitaal oplevert, is verzet steeds moeilijker.

‘Naar die cultuur zijn we wel op weg. Ik denk dat Caroline van der Plas het helemaal niet erg vindt als ik haar beticht van domheid. Want dan kan ze zeggen dat ik op haar en haar kiezers neerkijk. Terwijl ik op niemand neerkijk. Ik neem mensen serieus, daarom spreek ik ze aan op het verspreiden van domheid.

‘Ik denk dat het aanspreken uiteindelijk positieve gevolgen heeft. Op LinkedIn, waar de aspirational class zich manifesteert, merk ik dat de frustratie breed leeft dat het publieke debat echt aan het verdommen is. Alleen kunnen mensen niet goed onder woorden brengen waar dat precies door komt. Daarom zet ik in mijn boek ook uiteen hoe politici het debat saboteren. Bijvoorbeeld door de jij-bak of de fophef.’

Wat moet er, behalve het benoemen ervan, nog meer gebeuren om de domheid te stoppen?

‘De mainstreammedia moeten veel meer hun verantwoordelijkheid nemen. Toen ik Op1 presenteerde, heb ik vaak genoeg meegemaakt dat de redactievergadering werd geopend met de vraag: ‘Wat heeft er vandaag op Twitter gestaan?’ Dan verzaak je je journalistieke taak. Journalist Nina Zeelen gaat nu op Twitter ook tekeer over wat ze bij Op1 heeft meegemaakt met presentator Sven Kockelmann, die ze een lakei van de VVD noemt.

‘Journalisten moeten af van het hardnekkige idee dat alle kanten van een verhaal belicht moeten worden. Vorige week stond Jan van de Beek in de Volkskrant met een interview over migratie. Ik vind dat de krant aan hem geen podium moet bieden. Hij is ooit door FvD betaald om een migratierapport te schrijven. Dat zou einde verhaal moeten betekenen. In dit debat staan de cijfers niet ter discussie, maar de conclusies die je daaraan kunt verbinden. Dan is het zéér relevant uit welke hoek iemand komt.

‘Daarnaast moeten sociale media als Twitter en TikTok anonieme accounts verbieden en veel beter modereren op nepnieuws. Modereren is het enige wat ze moeten doen: wij, de gebruikers, maken de content.’

Rechtse accounts verspreiden vaak filmpjes waarin zwarte jongens witte jongens in elkaar slaan. Wat moeten sociale media daarmee? Die bevatten geen nepnieuws, maar jutten de boel enorm op.

‘Van mij mag zo’n filmpje online worden gezet, maar het probleem is dat het bereik ervan wordt vergroot door de algoritmes, die alleen maar ingesteld zijn op engagement. Sociale media moeten berichten niet meer gaan rangschikken op engagement. En als ze dat niet uit zichzelf besluiten, moeten overheden dat opleggen.’

Met je felle tweets heb jij ook van dat algoritme geprofiteerd.

‘Ik zou niet weten hoe.’

Zowat elke keer als ik Twitter opende, zag ik je met iemand ruziën. Je bereik was enorm.

‘Ik had al een groot bereik. Ik ben niet groot geworden door Twitter. In zakelijk opzicht had ik beter nooit op Twitter kunnen zitten. Sommige mensen zeggen: (zet stemmetje op) ‘Die mening van jou, dat is een verdienmodel.’ Wat een onzin. Ten eerste zeggen diezelfde mensen dat ik een miljonairszoon ben met een gouden lepel in mijn mond. Wat is het nou? En ten tweede is mijn verdienmodel veel interessanter als ik middle of the road ben, een soort Beau van Erven Dorens. Nu ben ik controversieel en willen sommige mensen niets met me te maken hebben.’

Ik denk dat mensen zich, ook door de bravoure die je uitstraalt, moeilijk kunnen voorstellen dat jij je in Zweden oprechte zorgen maakt over Nederland.

‘Ik maak me écht zorgen. Ik denk niet dat Nederland opeens in Hongarije verandert, maar ik denk wel dat we internationaal voor lul staan met deze regering. En het idee dat fascisme iets uit het verleden is dat nooit meer terugkeert, klopt gewoon niet. Veranderingen kunnen snel gaan. Als Trump wint, gaat hij proberen van Amerika een autocratie te maken.’

Overweeg je weleens de politiek in te gaan?

‘Daar heb ik nu geen zin in. Ik ben heel gelukkig in Zweden en heb een jong kind. Omdat ik online beïnvloeding van onze meningsvorming het grootste probleem van deze tijd vind, wil ik wel graag een bijdrage leveren aan wetgeving op dat gebied. Ik ga iets doen in de ngo-hoek, maar daarover vertel ik later meer.’

Je straalt behoorlijk veel zelfvertrouwen uit. Ben je ook weleens onzeker?

‘In Zweden ben ik dat omdat ik de taal nog niet goed genoeg spreek. Ik schakel nog te vaak terug naar het Engels.’

Dat is het?

‘Ja, ik meen het, dat is echt een onzekerheid van me. (Korte stilte) Nou, we hebben Tonny Media natuurlijk veel sneller dan gedacht voor een mooi bedrag kunnen verkopen. Dat geeft een enorme vrijheid, maar ik ben pas net 40, ik heb nog een heel werkend leven voor me. Dus denk ik wel na over de vraag: wat ga ik eigenlijk nog doen?’

Je bent onder meer gestopt met Twitter omdat je bedreigd werd. Word je dat nog steeds?

‘Als de Volkskrant mijn column maandagochtend op sociale media plaatst, komen mensen me in de commentaren altijd uitschelden, belasteren en bedreigen. Dat went nooit. Maar ik heb wel het idee dat het minder is sinds ik ben vertrokken ben van Twitter, al zien ze me nog wel voorbijkomen. ‘Ik dacht dat hij opgerot was naar Zweden’, schrijven ze vaak teleurgesteld. Ja jongens, denk ik dan, in Zweden hebben we ook internet.’

Sander Schimmelpenninck: De domheid regeert – Hoe opzettelijke onwetendheid een politieke strategie werd. De Correspondent; 184 pagina’s; € 22,-

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next