De Groenlandse ijskap houdt volgens wetenschappers een enorme hoeveelheid smeltwater vast tijdens de zomermaanden. Eerder werd gedacht dat dit water vrijwel direct naar de oceaan stroomde. Deze nieuwe bevinding beïnvloedt de berekening van de wereldwijde zeespiegelstijging, waardoor huidige voorspelmodellen moeten worden aangepast.
De Groenlandse ijskap slaat in de zomermaanden een grote hoeveelheid smeltwater op, blijkt uit nieuw onderzoek dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.
De ijskap levert daarmee de grootste bijdrage aan de wereldwijde zeespiegelstijging. Het gaat om een ijskap met een oppervlakte van 1,8 miljoen vierkante meter, zo'n veertig keer de oppervlakte van Nederland. Als de ijskap volledig smelt, zou de zeespiegel volgens de onderzoekers tot wel 7 meter kunnen stijgen. Dat proces zou zich in een paar honderd jaar tijd kunnen voltrekken.
Volgens de wetenschappers bevatten huidige modellen "systematische fouten". Zo wordt het proces waarin het smeltwater van de ijskap afstroomt, niet goed nagebootst. De voorspellingen van de zeespiegelstijging door het smelten van de Groenlandse ijskap zouden door de nieuwe ontdekking tot wel 20 procent afwijken van de realiteit. Daarom moeten modellen worden verbeterd om nauwkeuriger voorspellingen van toekomstig massaverlies te maken.
In 2017 ontdekten onderzoekers van de Universiteit Utrecht al dat de kleinere ijskappen rond 1997 hun natuurlijke buffer waren kwijtgeraakt, waardoor ze sinds dat jaar steeds sneller smelten. De sneeuwlaag op de ijskap was 'verzadigd', waardoor die geen extra water meer kon opslaan.
Uit het nieuwe onderzoek naar de ijskap is gebleken dat tijdens het smeltseizoen een aanzienlijk deel van de smeltwatermassa tijdelijk wordt opgeslagen in de ijskap, zegt een onderzoeker. Dat waterbuffereffect bereikt zijn hoogtepunt in juli en neemt langzaam af in de weken daarna. Hoe de ijskap het water opslaat, blijft onduidelijk.
"Afhankelijk van hoe warm de zomer is, wordt elk jaar tussen de 200 en 800 kubieke kilometer smeltwater gevormd aan het oppervlak van de Groenlandse ijskap", vertelt Michiel van den Broeke, hoogleraar polaire meteorologie aan de Universiteit Utrecht, aan NU.nl. "We weten dat ongeveer de helft daarvan uiteindelijk de oceaan bereikt, maar dat blijkt nu dus aanzienlijk langzamer te gaan dan eerdere modellen deden geloven."
Eerder gingen onderzoekers er namelijk van uit dat smeltwater vrijwel direct richting de oceaan stroomde. Uit de studie is nu gebleken dat het vijf tot negen weken duurt voordat het smeltwater de oceaan bereikt en in de tussentijd in de ijskap wordt gebufferd. Of dit wel of niet gunstig uitpakt voor de zeespiegelstijging, kan Van den Broeke nog niet zeggen. Daar is meer onderzoek voor nodig.
Voor de studie gebruikte het onderzoeksteam gegevens van het Greenland GNSS-Network (GNET), dat uit tientallen stations rond Groenland bestaat. De onderzoekers konden verplaatsingen van gesteente meten die onder meer worden veroorzaakt door het bufferen van smeltwater.
De bevindingen uit het onderzoek zijn volgens Van den Broeke belangrijk voor het verbeteren van voorspellingen over de bijdrage van de Groenlandse ijskap aan de zeespiegelstijging. "Nieuwe modellen kunnen beter voorspellen wat er met het smeltwater gebeurt. Waar en wanneer stroomt het snel de oceaan in, en waar niet?" Vervolgonderzoek moet deze vragen beantwoorden.
Nu klimaatverandering het noordpoolgebied warmer dan ooit maakt, zijn nauwkeurige voorspellingen essentieel om kustgebieden voor te bereiden op mogelijke zeespiegelstijging en de gevolgen daarvan. Van den Broeke wijst erop dat ijskappen in de toekomst hoogstwaarschijnlijk nog sterker gaan smelten.
Source: Nu.nl algemeen