Home

‘Sla deze in godsnaam over’, had ik willen zeggen, maar helaas, daar was ik te laf voor

Door een samenloop van omstandigheden belandde ik op een waterkoude ochtend in het Limburgse Heerlen, waar huisgenoot P. me een uur later zou komen halen. Onbevangen stapte ik het stadscentrum in, waar het, laten we het netjes houden, niet zo heel gezellig bleek: een generieke koopgoot, waarvan de grauwheid ook door de premature kerstversieringen niet verhuld kon worden, vrijwel zonder mensen op straat.

Ja, er was een vrouw die een klein meisje meesleurde aan haar hand. De vrouw schreeuwde tegen het meisje, en het meisje huilde. Ook zat er een man scheefgezakt te slapen tegen de gevel van H&M in een voetbalshirt van de Poolse club Lech Poznań met een grote, frontale kotsvlek erop.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Het begon te motregenen. Hoe ging ik hier een uur stukslaan? Kijk eens aan, daar had je het bekende Schunck, een glazen museum midden in de stad. Er bleek een tentoonstelling gaande van Andy Warhols werk (mijn autocorrectie maakte er ‘Andy Washok’ van), Vanitas geheten.

Ik ben altijd te porren voor een potje vanitas, dus ik kocht een kaartje, en voor ik het wist stond ik naar een uitstalling van Warhols merkwaardige bezittingen te kijken: een roze corset, tubes kunstgebitlijm, een rekening van een Amsterdams café, een irrigatieapparaat voor vaginaal gebruik, en drie van zijn zilverwitte pruikjes.

Ik liep verder. Schedels, veel schedels. Als je maar genoeg schedels ziet, doen ze je niks meer – in veelvoud wordt zelfs de dood banaal, zo heeft Warhol het bedoeld en daar is hij in geslaagd. Tenminste, wat mij betreft: maar naast mij stond een Heerlens schoolklasje, kinderen van een jaar of 10, een beetje angstig tussen al die doodskoppen. Hun juffie stond vrolijk het begrip ‘perspectief’ uit te leggen, ‘Kijk, en dan zie je dus dat de schaduw van die oogkassen...’ maar van die arme kinderen keken er zeker vijf alsof ze elk moment konden gaan huilen. Ze waren te klein voor pop-art.

Toen stuitte ik op Warhols zeefdruk White Burning Car III. Je ziet vijf dezelfde foto’s, levensgroot, telkens net iets anders uitgesneden, van een brandend autowrak, met daarnaast de chauffeur, die door het ongeluk uit die auto is geslingerd en met zijn rug aan een paal is gespietst. Een bizarre, afschuwelijke foto. Vijf keer. Verpletterend.

Huiverend stond ik te kijken. En daar kwam die gezellig tsjilpende juf aanlopen, in de richting van die gruwelijke zeefdruk, met die arme kinderen in haar kielzog. ‘Sla deze in godsnaam over’, had ik willen zeggen, maar helaas, daar was ik te laf voor.

Ik ben het museum uitgerend en ergens vlaai gaan eten. Andy zou het zo gewild hebben.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next