Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Recherchecoördinator Ewoud (61) zag als ‘piepjong agentje’ hoe een verdachte het bloed van zijn auto stond weg te wassen, en greep in.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Ik zeg altijd: alle dingen die je meemaakt bij de politie, zijn kerfjes in je hersenstam. Dit is er ook zo een. Mijn collega Gert en ik reden als piepjonge agentjes tijdens een nachtdienst door Apeldoorn toen we de melding kregen dat er een vrouw was mishandeld en verkracht door iemand in een grote Amerikaanse auto. Ze was vanuit een café meegenomen door die man, die had aangeboden haar thuis te brengen.
‘We kenden iemand met een grote Amerikaanse bolide, een bekende van de politie. Hij was portier in het uitgaansleven, zo’n grote, forse vent met wie je liever geen ruzie krijgt. We reden naar zijn huisadres.
‘Daar stond hij, midden in de nacht, met een spons en een emmertje sop zijn auto schoon te wassen. Alles zat onder het bloed – het roodgekleurde sop in dat emmertje, de buitenkant van de auto en de lichtgekleurde lederen bekleding van de voor- en achterbank. Op de achterbank lagen de voortanden van die mishandelde vrouw, dus dan weet je hoe grof en agressief het eraan toe was gegaan.
‘Vanwege zijn reputatie vroegen we assistentie aan de meldkamer. En dan heb je de keus: wacht je op versterking of treed je op? Wij besloten te handelen, want hij was bewijs aan het weghalen. Dus stapten we uit.
‘‘We hebben een melding van een ernstig incident gekregen’, zeiden wij. ‘Wat ben je aan het doen?’ Hij wist meteen waarvoor we kwamen en vroeg of hij nog een sjekkie mocht draaien. Dat stonden we toe, eigenlijk vooral om tijd te winnen, omdat we wisten dat er meer collega’s onderweg waren. Dan zouden we met genoeg mensen zijn bij een eventuele overmeestering.
‘Maar plotseling probeerde hij zijn huis in te gaan. Dat beletten wij hem, want je wilt een verdachte nooit uit het zicht verliezen, dan weet je niet wat hij gaat doen. Misschien gaat hij binnen iets halen, een wapen, of juist iets wegmaken, of wegvluchten via de achterkant. ‘Je blijft hier’, zeiden wij. Vervolgens werd de man agressief, hij ging helemaal door het lint. En het was dus echt een grote, beresterke kerel.
‘Mijn principe is altijd: wat je met je mond kunt oplossen, hoef je niet met geweld op te lossen. Maar toen hij een boom uit de grond trok en daarmee op ons af kwam, wist je: dit wordt vechten. Hij begon ons te slaan met die boom, en sloeg met zijn vuisten op ons in.
‘Mijn maatje trok zijn wapenstok, maar daar rukte die vent zo hard aan dat Gert z’n arm blesseerde. Ik gaf hem een harde trap in zijn kruis. Daardoor was hij even afgeleid en grepen we hem vast, maar we raakten met z’n drieën in een enorm gevecht verwikkeld, waarbij we alle drie door het glas in de voordeur vielen. Op dat moment kwam versterking en konden we hem tegen de grond werken, boeien en afvoeren.
‘Deze zaak maakte indruk door de grote mate van geweld. Niet alleen tegen ons, maar ook tegen die vrouw, van wie ik later recherchefoto’s heb gezien. Haar gezicht was onherkenbaar opgezwollen en helemaal paarsblauw geslagen. Ze was er slecht aan toe.
‘We waren jong en dan ga je optreden als je iemand bewijs ziet wegwassen, maar dat zou ik nu, op mijn leeftijd, niet meer zo doen. Soms is het beter om te wachten op versterking. Je moet altijd aan je eigen veiligheid denken.
‘Zo’n zaak wordt verder afgehandeld door de recherche en in principe horen wij er dan niks meer over. Ik ben destijds niet naar de rechtszaak gegaan, en weet daardoor niet hoe deze zaak is afgelopen, hoe het die vrouw verder is vergaan. Dat is jammer, want dat helpt soms om iets een plekje te geven.
‘Ik zeg daarom altijd tegen jonge collega’s als ze een ingrijpend incident of onderzoek hebben meegemaakt: we gaan naar die rechtszaak. In de rechtbank hoor je wat het slachtoffer zegt, hoe het daarmee gaat en wat de verdachte heeft te melden. Wat is eraan voorafgegaan? Wat vertellen getuigen? Wat voor straf krijgt de dader? Ook hoor je wat de advocaat aanbrengt, hoe die probeert zijn cliënt vrij te pleiten. Daar kunnen wij van leren: hoe wordt het bewijs gewogen? Waar moeten we de volgende keer beter op letten? En het is goed voor je verwerking, je sluit het boek iets beter af.
‘Vergeleken met alle zaken die ik sindsdien heb gehad, valt deze melding best mee. De doden die ik daarna heb gezien, zijn niet te tellen. Maar we waren jong, dan hakt zo’n gewelddadige aanhouding er enorm in. Soms kom ik Gert weer tegen, en laatst hadden we een reünie met onze oude ploeg in Apeldoorn. Meteen gaat het er dan weer over: ‘Weet je nog, die tanden op de achterbank?’’
Ewouds achternaam wordt om veiligheidsredenen niet gepubliceerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant