Illustrator en kinderboekenschrijver Marit Törnqvist ontvangt maandag de Johannes Vermeerprijs. De in Zweden Törnqvist geboren viel al op de Rietveld Academie op met een eigen stijl. ‘Het is zoals kinderen de wereld zien: groot, overweldigend.’
schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.
Op de avond dat illustrator en schrijver Marit Törnqvist viert dat ze dit jaar de Johannes Vermeerprijs krijgt, de staatsprijs voor de kunsten, blijkt maar weer eens hoe scherp haar oog is. Dichters Hans en Monique Hagen hebben haar gevraagd naar dat gekke ronde vlekje in Jij bent de liefste, het poëzieprentenboek dat ze 25 jaar geleden samen hebben gemaakt. Zonder het boek erbij te pakken, antwoordt Törnqvist: ‘De deksel van de verfpot. Wat anders?’
Ze hebben de bladzijde met het vlekje toevallig die ochtend samen met hun kleindochter bekeken. Er is een meisje op te zien, dat naast een grote verfpot de vloer aan het beschilderen is. ‘Nog een pot?’, vraagt kleindochter, wijzend. De dichters weten het niet. ‘De deksel, natuurlijk’, snappen ze nu eindelijk. ‘Törnqvist ontgaat zoiets niet. Ze kan door kinderogen kijken. Zij ziet het, onze kleindochter ziet het. Nu wij nog.'
Hun liefdesgedichten voor de allerkleinsten, op grote sfeervolle, dromerige illustraties, zijn al 25 jaar een hit. Jij bent de liefste is bijna 300 duizend keer verkocht. Als kraamcadeau, maar ook voor huwelijksaanzoeken. Eén tekst staat zelfs op een paar grafstenen. Zo breed en diep reiken de gedichten, mede dankzij de prenten van Törnqvist, die de Johannes Vermeerprijs maandag krijgt uitgereikt in Den Haag.
Misschien heeft de illustrator dat romantische, zo ongebruikelijk in hedendaagse Nederlandse illustraties, uit Zweden meegenomen. Törnqvist wordt in 1964 in Uppsala geboren. Vader Egil is letterkundige, moeder Rita vertaalt onder meer de kinderboeken van Astrid Lindgren. Hoewel ze naar Bussum verhuizen, blijven ze elke vakantie naar hun huisje in het Zuid-Zweedse Småland gaan.
Törnqvist tekent veel en wil Nederlands studeren, maar doet ook toelatingsexamen tot de Rietveld Academie. Tot haar verrassing wordt ze aangenomen. Ze heeft er les van illustrator Thé Tjong-Khing. ‘Ze was heel ijverig’, herinnert hij zich nog. ‘En heel voorzichtig. Maar ik zag wel: dat is er één.’
Generatiegenoot Philip Hopman herinnert zich dat ook. ‘Marit viel meteen op, had een eigen stijl. Wij tekenden met pen en inkt, net als Khing. Zij schilderde. Laag op laag. Een duistere nacht met volle maan. Heksen.’
Na haar examen debuteert Törnqvist in Nederland én in Zweden. Uitgeverij Rabén & Sjögren vraagt haar om een sprookje van Lindgren te illustreren, dat haar moeder later in het Nederlands vertaalt: Een kalf valt uit de hemel. Ze zet na uitgebreid onderzoek het leven van arme boeren honderd jaar geleden zo waarheidsgetrouw neer, dat ze er bedankbrieven over krijgt van oudere landgenoten.
In Nederland begint ze met tekenen voor de kinderdichtbundel Daar komt de tijger (1988) van Hans en Monique Hagen. Waarom het zo goed werkte? ‘Haar afbeeldingen hebben zoveel details en bieden toch ruimte om er zelf mee aan de haal te gaan. Ze kloppen. En toch ook weer niet. Het is zoals kinderen de wereld zien: groot, overweldigend.’
Dat licht vervreemdende komt in haar werk steeds sterker naar voren en is goed te zien in Groter dan een droom, het jeugddebuut van de Belgische auteur Jef Aerts. Daarin gaat de verteller ’s nachts met zijn overleden zus op avontuur. De kinderen maken plezier in een donkere omgeving, met lange schaduwen en een enorme maan.
‘Groter dan een droom is een heel persoonlijk boek. We bezochten samen de plekken waar het verhaal zich afspeelde. Ik kreeg de tekeningen pas anderhalf jaar later te zien. Ze waren nóg meer doorvoeld dan ik ooit had verwacht. Kinderen aan wie ik het voorlees, noemen ze droevig en blij tegelijk.’
‘Zo’n stijl is niet altijd even gemakkelijk’, stelt Saskia de Bodt, emeritus hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Ze tekent een sfeer, die je op je in moet laten werken. Ze roept een kinderlijke belevingswereld op, zonder oppervlakkig te zijn. Je zou haar een vertellende schilder kunnen noemen.’
Törnqvist schrijft zelf ook teksten bij haar illustraties. Een van de meest recente, Schildpad en ik, gaat over een jongen die naar een ander land verhuist en tegen de heimwee een kleine schildpad meeneemt. Die wordt steeds groter, tot hij niet meer door de deur kan. De jongen besluit de schildpad terug te brengen naar zijn geboorteland.
Het verhaal kan gelezen worden als een eerbetoon aan de gevluchte kinderen en jongeren voor wie Törnqvist zich inzet. Törnqvist is medeoprichter van het Zweedse netwerk Håll ihop Sverige (‘Houd Zweden bij elkaar’) en actief in Nu är det nog (‘Nu is het genoeg’). In Nederland nam ze het initiatief tot Een boek voor jou, een bloemlezing uit de Nederlandse kinderliteratuur. Daarvan verscheen vorig jaar een nieuwe uitgave in zeven talen, die op asielzoekerscentra wordt uitgedeeld als welkomstgeschenk.
‘Samen keken we of de verhalen universeel genoeg waren’, vertelt medeorganisator Marloes Robijn erover. ‘Tegelijkertijd is het een kennismaking met Nederland. Zodat ze straks kunnen zeggen: Kikker, de Gorgels, Boer Boris, die ken ik al! Marit weet nog heel goed hoe het is om als kind naar een ander land te verhuizen en hoe belangrijk het is om dan toegang te hebben tot boeken in je eigen taal.’
Een kalf valt uit de hemel (1989/2021), het Zweedse debuut van Marit Törnqvist, is een opnieuw geïllustreerd kerstsprookje van Astrid Lindgren uit 1951. Johan treurt om de dood van zijn enige koe, als hij geloei hoort uit een greppel. Daar vindt hij een kalf. Wat hij niet weet, is dat de altijd dronken buurman dat de avond daarvoor van zijn wagen heeft laten vallen.
Klein verhaal van de liefde (1995, Zilveren Griffel) Het eerste prentenboek dat Marit Törnqvist zelf schrijft. Een meisje zit op een paal midden op zee. Een bonte stoet bootjes komt voorbij. Op één passant wordt ze verliefd. Om hem terug te lokken, bouwt ze een huis op haar paal, maar hij begrijpt de hint niet.
Pikkuhenki (2005, Gouden Penseel) Slavisch aandoende illustraties bij een verhaal van Toon Tellegen, over een heks die zo klein is dat ze onder een zandkorrel woont. Als ze in het hoofd van dieren en mensen vliegt, kan ze die dingen laten doen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant