Zorg Huisartsen kampen met (te) hoge kosten voor hun praktijk. Het Rijk moet iets doen, menen diverse wethouders.
Huisartsen vormen het hart van de zorg in Nederland. Het is cruciaal dat iedereen in Nederland een eigen huisarts heeft, met laagdrempelige zorg, want mensen met een vaste huisarts leven gezonder én langer. Het kabinet legt de komende jaren steeds meer verantwoordelijkheden bij de huisartsen – zo wil het de zorgkosten dempen. Dat kan alleen als er in elke wijk een vaste huisarts is.
Wethouders Zorg, welzijn en volksgezondheid: Eelco Eerenberg Utrecht Diana van Loenen Haarlem Charlotte van der Meij Haarlemmermeer Manouska Molema Groningen Alexander Scholtes Amsterdam.
Het goede nieuws is dat het Rijk het praktijkhouderschap onder huisartsen wil stimuleren en drempels wil verlagen voor jonge huisartsen om zich te vestigen in een wijk. Het slechte nieuws is dat de kosten om een praktijk te starten te hoog zijn en het Rijk de huisartsen daar niet voor compenseert. Een probleem waar uiteindelijk de inwoners de dupe van worden omdat de huisarts uit hun wijk verdwijnt.
De meeste regio’s hebben een tekort aan huisartsen. Weliswaar is het aantal huisartsen gestegen (van zo’n 10.000 in 2012 naar ruim 13.000 nu), maar de vraag stijgt harder door onder meer een vergrijzende samenleving en complexere zorgvragen.
Daarnaast daalt het aantal huisartsenpraktijken. In 2012 was bijna 70 procent van de huisartsen praktijkhouder, momenteel is dit nog geen 50 procent. Terwijl juist nu de behoefte aan de huisarts in de buurt groeit, als gevolg van landelijk beleid. Denk aan het overhevelen van grote delen van de tweedelijnszorg (zoals ziekenhuis- of GGZ-zorg) naar de eerstelijnszorg (de huisarts) om de zorgkosten te beteugelen. Daarbij blijven mensen steeds langer thuis wonen – en dat vraagt om een vertrouwde huisarts dichtbij.
Huisartsenpraktijken hebben in de loop der jaren meer en meer taken gekregen. Er zijn bijvoorbeeld praktijkondersteuners voor mensen met diabetes, hart- en vaatziekten en psychische klachten en ouderenzorg bij gekomen. Al die mensen hebben ook ruimte en een werkplek nodig in de huisartsenpraktijk.
Tegelijkertijd vormt de financiering van (nieuwe) praktijkhuisvesting voor huisartsen een groot probleem, bijvoorbeeld wanneer zij een pand willen overnemen, uitbreiden of willen verhuizen. Door hoge vastgoedprijzen, bouwkosten en huurprijzen is er voorlopig geen uitzicht op verbetering. Onderzoek van de Landelijke Huisartsen Vereniging laat zien dat 40 procent van de huisartsen niet verbouwt of verhuist vanwege de te hoge kosten. Lokale overheden doen wat ze kunnen en ook zorgverzekeraars willen aan hun zorgplicht voldoen, maar zij kunnen niet meer dan pleisters plakken zolang de Nederlandse Zorgautoriteit de gestegen kosten onvoldoende meeneemt in de nieuwe tarieven.
De nieuwe tarieven zijn recent vastgesteld, maar het tarief in 2025 stijgt slechts met 1,9 procent ten opzichte van 2024. Voor gemeenten is dit ook niet te volgen, omdat de kosten voor huisvesting veel harder stijgen. Zo wordt een landelijk tarief een lokaal probleem.
De oplossing is simpel, om huisartsen betere financieringsmogelijkheden te geven moeten er kostendekkende tarieven in de basishuisartsenzorg komen.
Geef huisartsen de waardering die zij verdienen en biedt inwoners de huisartsenzorg in de wijk waar ze recht op hebben.
Source: NRC