Dankzij Jeff Bezos, de oprichter van Amazon, is deze week duidelijk geworden hoeveel onafhankelijke journalistiek waard is. Nadat hij had besloten dat The Washington Post, waarvan hij sinds 2013 eigenaar is, geen stemadvies meer zou uitbrengen, zegden wereldwijd 250 duizend lezers hun abonnement op. Een ongekende exodus.
Eigenaren van onafhankelijke media zullen zich voortaan wel twee keer bedenken voor ze zich bemoeien met het redactionele beleid.
Dat The Washington Post geen stemadvies wil uitbrengen is op zich te begrijpen. Om volledig onafhankelijk te opereren is het beter om je niet aan een politieke partij of een presidentskandidaat te committeren. De krant wil door zo veel mogelijk Amerikanen serieus worden genomen, ook door Trump-stemmers. Een stemadvies maakt het voor hen iets te makkelijk om kritische publicaties over Trump als partijdig te bestempelen.
Een hoofdredacteur had dus best kunnen besluiten geen stemadvies meer uit te brengen – ook al zou hij of zij daarmee een einde maken aan een decennialange traditie, die door de meeste andere kranten in ere wordt gehouden – , maar een eigenaar heeft zich daar niet mee te bemoeien. Bij Bezos geldt als extra bezwaar dat de Amerikaanse overheid een belangrijke klant van Amazon is, waardoor hij de verdenking op zich laadt dat hij met deze stap vooral zijn andere zakelijke belangen wil dienen.
Het pijnlijke is dat Jeff Bezos zich in zijn eerste jaren als eigenaar juist ontpopte als een vurig voorvechter van de onafhankelijke journalistiek. In het boek dat Martin Baron over zijn jaren als hoofdredacteur (2013-2021) schreef, Collision of Power: Trump, Bezos and the Washington Post, komt Bezos naar voren als iemand die de grote onderzoeksjournalistieke traditie van de krant juist nieuw leven wil inblazen. Tijdens het presidentschap van Trump regende het onderzoeksjournalistieke onthullingen die voor Trump en zijn entourage uiterst pijnlijk waren.
Het motto van Baron tijdens de Trump-jaren was: ‘We are not at war – we are at work’. Gewoon onverstoorbaar je werk doen, dat is de beste slogan voor elke journalistieke organisatie, ook de onze. Media moeten zich niet laten meeslepen door de polarisatie in de samenleving.
In zijn boek spaart hij zichzelf niet. Baron vindt het zijn heilige plicht de macht te controleren, maar daarvoor moet je wel goed inschatten waar de macht zit. De redactie van The Washington Post, en hijzelf ook, ging er lang van uit dat Hillary Clinton in 2016 de nieuwe president zou worden en vond het dus vooral van belang om haar kritisch te volgen. De krant schreef uitgebreid over de Bill, Hillary and Chelsea Clinton Foundation, die enorme sommen geld verdiende aan giften en dure toespraken, waarbij je de vraag kon stellen of die giften niet vooral waren bedoeld om in een goed boekje te komen bij de toekomstige president.
Later schreven de serieuze Amerikaanse kranten in navolging van The New York Times uitgebreid over de e-mails van Clinton die ze op haar privéserver had gezet. Deze kritische berichten bezorgden Trump misschien wel de overwinning. Achteraf bezien constateert Baron dat dit geen serieuze misstand was, en dat de aandacht ervoor buitensporig was geweest.
Trump werd lange tijd niet serieus genomen, schrijft Baron, waardoor hij aanvankelijk een veel minder zware journalistieke behandeling kreeg. Iets soortgelijks zagen we bij de laatste verkiezingen in Nederland, waar Geert Wilders pas op het allerlaatst als serieuze kandidaat voor de overwinning werd gezien. Daarvóór richtte de journalistiek zich vooral op NSC, VVD en GroenLinks-PvdA.
In de huidige turbulente tijden moet de journalistiek er continu rekening mee houden dat het ondenkbare heel snel denkbaar kan worden, en daar bijtijds op anticiperen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns