Samenwerken met machines doen we al, maar valt er ook samen te werken met AI?
Er ging een aankondiging rond van een tentoonstelling die binnenkort aftrapt in het Bonami Spelcomputer Museum in Zwolle: de pakweg 250 speelgoedrobots die Chriet Titulaer verzamelde zijn er straks te zien. Heerlijk. Op de foto’s een bonte stoet wandelende radio’s, blikken soldaten, ijzeren dokters, een vierkante robot met een zwaailicht op het stalen hoofd. Welkom in de toekomst, je hoort Titulaers hese Limburgs er haast bij. Nog even en de robots komen de dagelijkse wereld binnenwaggelen om al onze vervelende klusjes op te knappen, zo was in Titulaers tijd het heersende idee.
Maar ik weet niet hoe het bij u thuis zit: ergens tussen Roomba de stofzuigende damschijf en Eatwell het geautomatiseerde kattenvoederbakje is die belofte toch een beetje spaak gelopen. In de zieken- en ouderenzorg ziet het personeel er nog verdacht menselijk uit. En met alle respect voor de stoer zwaaiende robotarmen in de fabrieken: een beetje de was strijken en opvouwen, een goede risotto bereiden of met de hulpbehoevende buurvrouw langs de huisarts gaan, ho maar.
Intussen is de enige machine die wél oprukt er een die ook Titulaer amper zag aankomen: kunstmatige intelligentie. Deze week verscheen een intrigerend overzicht van ruim honderd onderzoeken naar samenwerkingen tussen mens en AI (denk aan de radioloog die geassisteerd door de computer op zoek is naar verdachte plekjes op een scan). Met best diepzinnige uitkomsten.
Zo vullen mens en machine elkaar vooral aan als het gaat om taken waarbij creativiteit komt kijken. Maar ook: bij klusjes waarin mensen beter zijn dan AI’s alleen, blijkt toevoeging van de helpende hand van AI vaak te leiden tot nog betere uitkomsten. Terwijl een mens toevoegen aan een geweldig presterende AI vaak juist sléchtere resultaten geeft.
Laat dit even op u inwerken. Losjes vertaald staat daar eigenlijk: de mens kan wel inpakken. Niet zoals de robots van Titulaer uit de zorg of van het slagveld, maar uitgerekend daar waar we ons zo onaantastbaar waanden: in ons hoofd. Bij werkzaamheden die te maken hebben met intellect, denkkracht en creativiteit. Van programmeren tot het puzzelen op scans. Van het schrijven van gedichten en filmscripts tot het maken van illustraties. Van het doornemen van rapporten tot het opstellen van gerechtelijke vonnissen aan toe.
Maar dát is niet de bedoeling! In plaats van het vuile werk op te knappen, gaan de machines aan de haal met de leuke klusjes: beetje de krant lezen, puzzelen, nadenken, tekenen, schrijven. Terwijl wij blijven zitten met het fysieke werk. Wc’s schoonmaken, luiers verschonen, dementerenden begeleiden, oorlogvoeren, bandenplakken, het dak repareren, glasvezelkabels ingraven voor onze AI’s. Wie knapt hier eigenlijk de vervelende klusjes op voor wie?
Het bevalt me niks. Even controleren: ben ik al vervangbaar? Dus vraag ik AI-tekstgenerator Claude deze weekrubriek te schrijven, op basis van dezelfde informatie die ik gebruikte. Het resultaat kunt u nalezen onderaan de digitale versie van dit stuk. Oordeelt u vooral zelf. Echt gerust ben ik er niet op.
Chriet Titulaer zou zich omdraaien in zijn graf. De befaamde wetenschapper, die deze maand met een expositie wordt geëerd in het Bonami Spelcomputer Museum, verzamelde tijdens zijn leven honderden mechanische robots. Het waren de droombeelden van zijn tijd: machines die ons zouden verlossen van het zware werk. De robot als dienaar van de mens, als mechanische butler die de was zou doen, de vloer zou vegen en het vuile werk zou opknappen.
Wat zou Titulaer, die in 1969 nog vol verwondering verslag deed van de maanlanding, denken van de huidige realiteit? Anno 2024 hebben we inderdaad robots die stofzuigen en de grootste fabrieken runnen. Maar de échte revolutie vindt plaats in ons hoofd. Artificiële intelligentie neemt in rap tempo het denkwerk over, zo blijkt uit recent onderzoek van MIT.
De onderzoekers analyseerden 370 experimenten waarin mensen samenwerkten met AI-systemen. De uitkomst? We zijn steeds vaker de domme uitvoerder van wat de computer bedenkt. Vooral bij beslissingen laten we ons maar wat graag leiden door het algoritme. Het is de omgekeerde wereld: in plaats van dat machines ons bevrijden van het vuile werk, bevrijden ze ons van het denken zelf.
Het zou een provocerende scène zijn geweest voor Titulaers programma Wondere Wereld: de kenniswerker die ’s ochtends zijn computer opstart en braaf alle suggesties van ChatGPT overneemt. De advocaat die zijn juridische argumenten door AI laat schrijven. De arts die bij elke diagnose eerst de computer raadpleegt.
Het ironische is: we zijn er niet eens zo goed in. Het MIT-onderzoek toont aan dat mensen-plus-AI meestal slechter presteren dan óf de mens óf de computer alleen. Alleen bij creatieve taken, waar mens en machine samen iets maken, ontstaat er winst. Maar bij beslissingen? Daar zijn we vooral heel goed in het verslechteren van wat de computer al wist.
Misschien moeten we het script herschrijven. In plaats van robots die ons zware werk overnemen, kunnen we beter mensen inzetten om het werk van AI te verbeteren. Want daar zijn we wél goed in, blijkt uit het onderzoek: als mensen beter presteren dan de computer, levert samenwerking voordeel op.
Die 250 mechanische robots in Zwolle zijn niet alleen een eerbetoon aan Titulaer, maar ook aan een verloren droom. De droom dat machines ons werk zouden verlichten, niet ons denken zouden overnemen. Misschien moeten we die droom nieuw leven inblazen. Niet door terug te keren naar mechanische butlers, maar door onze rol te herdefiniëren: van passieve AI-volgers naar actieve AI-verbeteraars.
Want één ding is zeker: Chriet Titulaer zou willen dat we blijven nadenken. Ook, of juist, in het tijdperk van kunstmatige intelligentie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant