Zondag worden in Spanje de Europese kampioenschappen veldrijden verreden. Vrijdag was er een minstens zo belangrijke koers, in België. Dat stelt renners voor lastige keuzen.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen.
Tweevoudig Europees kampioen veldrijden Lars van der Haar vindt het een lastige vraag die website Wielerflits hem vorige week stelde: wint hij liever op 1 november de Koppenbergcross óf 48 uur later en 2.000 kilometer verderop zijn derde EK? De Nederlander zegevierde vrijdag op de Koppenberg, maar gaf eerder als antwoord: ‘Dan toch het EK, want dan mag je een heel jaar in een trui rijden.’
Het EK veldrijden dateert van 2003. De vrouwen reden toen hun eerste editie, pas twaalf jaar later gevolgd door de mannen. De landenwedstrijd heeft nog steeds geen vanzelfsprekende statuur.
Goed, wie Europees kampioen wordt, mag een jaar lang in veldritten een blauw-witte trui met gele sterren dragen. En de lijst van winnaars, voor het overgrote deel Belgen en Nederlanders, bevat tal van grote namen en latere wereldkampioenen.
Dit jaar plaatst deelname aan de EK van zondag veel veldrijders voor een lastig keuze. Vrijdag stond de Koppenbergcross in Oost-Vlaanderen op de kalender. Deze veldrit is dankzij de steile kasseiweg naar de Koppenberg in korte tijd uitgegroeid tot een klassieker die elk jaar op 1 november – in België een vrije dag wegens Allerheiligen – wordt gereden.
Lucinda Brand, regerend nationaal kampioen veldrijden en in 2021 winnaar van de Europese titel op de Drentse VAM-berg, slaat de ‘lastige, maar mooie’ Koppenbergcross hoger aan dan de EK die dit jaar plaatsvinden in het stadspark van Pontevedra, in het uiterste noordwesten van Spanje, niet ver van de Portugese grens.
Toch is Brand de logistieke uitdaging aangegaan om beide veldritten te rijden. Net als bijvoorbeeld Van der Haar en Pim Ronhaar bij de mannen en de huidige wereldkampioen bij de vrouwen Fem van Empel. Daarvoor was wel het nodige gepuzzel nodig met tijdige vluchten, huurauto’s en vooruit gestuurde crossfietsen.
De Nederlandse bond KNWU verzorgt de reis voor de beloften en de junioren, de eliterenners moeten die zelf regelen en betalen. Sommigen hebben het geluk deel uit te maken van een kapitaalkrachtige ploeg en laten mecaniciens en ploegbussen van België naar Spanje rijden.
Oud-wereldkampioen veldrijden Bart Wellens spreekt daar in Het Nieuwsblad schande van. ‘De entourage moet dag en nacht rijden met een camionette die voor geen meter vooruit gaat. Ze kunnen het zich niet permitteren om te rusten want anders zijn ze niet op tijd.’
Als iedereen op tijd in Pontevedra is en het moeizame geregel is vergeten, verwacht bondscoach Gerben de Knegt klinkende EK-resultaten. ‘We mogen in alle categorieën met medaille- en soms zelfs titelaspiraties starten’, verklaart de bondscoach op de KNWU-site.
Hij wijst op David Haverdings bij de beloften-mannen, Leonie Bentveld bij de beloften-vrouwen, Cas Timmermans bij de junior-mannen en Mae Cabaca en Noï Moes bij de junior-vrouwen.
Hoe dan ook zullen niet per se de sterkste renners in alle categorieën Europees kampioen worden, maar eerder de slimste. Dat komt door het parcours in het stadspark, dat atypisch is en niet al te technisch. De Knegt verwacht daarom een snelle en tactische koers. ‘We moeten op voorhand duidelijke afspraken maken waarbij renners iets voor elkaar over moeten hebben.’
Bij elite-mannen maken volgens de bondscoach Van der Haar en Ronhaar kans op het podium, al zegt de laatste: ‘Ik ben na de Koppenberg niet goed genoeg om een super EK te rijden.’
De vrouwenselectie herbergt oud-EK-winnaars Brand en Ceylin del Carmen Alvarado. Die kunnen hun tweede Europese titel pakken, maar De Knegt verwacht vooral dat Van Empel voor haar derde opeenvolgende EK-titel gaat.
Ook Van Empel gelooft dat het is te combineren. Vrijdag won de Nederlandse alvast voor de derde keer op rij de Koppenbergcross. ‘Het zal zaak zijn dat ik genoeg rust pak voor zondagmiddag.’
Veldrijden is een tak van de wielersport waarbij de specialisten mogen winnen totdat drie alleskunners besluiten mee te doen en er met de hoofdprijs, het wereldkampioenschap, vandoor gaan. Die drie heten Tom Pidcock, Wout van Aert en Mathieu van der Poel, samen goed voor de laatste tien wereldtitels in het veldrijden, sinds 2015.
Gaan we die drie mannen dit crossseizoen nog in het veld zien?
Alleen Van Aert heeft dat ronduit beloofd. De Belgische kopman van Visma-Lease a bike tekende dit jaar voor de rest van zijn wielerleven bij die ploeg en combineert de weg al jaren met het veld. Sinds hij in 2019 bij de ploeg kwam is het veldrijden wel steeds meer op de achtergrond geraakt. Vorig seizoen reed hij negen veldritten – acht jaar geleden waren dat er veertig.
‘Ik ga zeker in het veld te zien zijn’, zegt Van Aert over het crossseizoen 2024/2025. Maar wanneer, dat weet hij niet. Wel suggereerde hij dat dat al snel kan zijn, want door een val in de Vuelta moest hij zijn wegseizoen dit jaar zes weken eerder dan normaal beëindigen.
Tom Pidcock, die op de Spelen in Parijs zijn olympische mountainbiketitel verlengde, moest in september nog niet aan veldrijden denken. ‘Geen plannen op dit moment’, zei de Brit tegen Sporza. ‘Misschien begin volgend jaar, maar er is geen haast bij.’
Mathieu van der Poel reed vorig veldritseizoen veertien crossen en won er dertien, waaronder voor de zesde keer het WK. ‘We moeten nog beslissen of ik deze winter ga crossen of niet’, zei hij vorige maand nadat hij in Leuven wereldkampioen gravel was geworden. ‘We zullen wel zien.’
Begin dit jaar liet de beste renner van Nederland doorschemeren liever in een warm land te trainen dan door koude blubber te ploeteren. Het enige wat Van der Poel nog kan motiveren, zo lijkt het, is het evenaren en mogelijk verbeteren van het recordaantal van zeven wereldtitels veldrijden van Erik De Vlaeminck.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant